In 1662 werden de banden met Engeland aangetrokken door het huwelijk van Catharina Braganca met Karel II. Dit kostte Portugal wel het bezit van Bombay. Van het Portugese imperium in het oosten waren slechts restanten overgebleven, maar de onafhankelijkheid van het land was verzekerd. Toch slaagde Portugal er niet in zich tot een moderne mogendheid op te werken. Het Braziliaanse goud, dat in de 18de eeuw naar Portugal begon te stromen, werd door de prachtlievende barokvorst Joao V (1707-1750) aan pompeuze bouwwerken besteed. Zijn opvolger liet de regering over aan zijn minister Pombal, een typische vertegenwoordiger van het verlicht despotisme. Hij liet Lissabon na de aardbeving in 1755 planmatig herbouwen.
In 1932 werd Salazar minister- president en een jaar later gaf hij het land met een nieuwe grondwet een corporatieve politiek-sociale grondslag (Estado Novo). Veertig jaar zou Salazar de Portugese politiek beheersen. In feite ging het om een mengeling van katholiek corporatisme en fascisme. De ideeënwereld van liberalisme en socialisme, van democratie met politieke vrijheidsrechten en de arbeidersbeweging werden als subversief onderdrukt. In de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) verleende Portugal velerlei diensten aan Franco. Na Franco's overwinning werd met hen een Iberisch Pact gesloten.
Portugal bleef buiten de Tweede Wereldoorlog Na de oorlog trad Portugal toe tot de Verenigde Naties en de NATO (1949) zonder dat het regime gewijzigd werd. Oppositie werd monddood gemaakt.
In 1951 kregen de koloniën de status van overzeese gebiedsdelen, maar zij bleven buiten het dekolonisatieproces dat zich in Azië en Afrika voltrok. India annexeerde na een militaire actie in 1961 de enclaves Goa, Daman en Diu. In Afrika begonnen bevrijdingsbewegingen een gewapende strijd (Angola 1961, Guinea 1963, Mozambique 1964). Portugal verzeilde in een drievoudige koloniale oorlog, waarin een leger van 100.000 dienstplichtigen betrokken was. Het regime raakte in een internationaal isolement en hoewel honderdduizenden Portugezen in West- Europa werkten, stagneerde de economie. Het verzet verdiepte en verbreedde zich. Een oppositiebeweging binnen de strijdkrachten, de Beweging der Strijdkrachten (MFA), greep tenslotte in.
De Anjerrevolutie van 25 april 1974, die zonder bloedvergieten verliep, deed de 'Nieuwe Staat' als een kaartenhuis uiteenvallen en bracht een revolutionaire ontwikkeling op gang in de Portugese samenleving. Deze ontwikkeling ging de opzet van de MFA verre te buiten. Oude en nieuwe partijen organiseerden zich. In de loop van enkele jaren zou de (sociaal) revolutionaire vloedgolf worden ingedamd en er ontstond, voor het eerst in de Portugese geschiedenis, een politieke democratie. De verkiezingen voor de grondwetgevende vergaderingen op 25 april brachten een grote overwinning voor de gematigde partijen, de socialisten (SP) onder Mario Soares (38%) en de Volkspartij (PPD) van Sá Carneiro (26%). De communisten (PCP) onder Cunhal behaalden 12,5% en de rechtse cdS 7,7%. De politieke spanningen stegen verder en op 25 november greep een 'groep van negen' militairen in. Het werd een keerpunt, de revolutionaire structuren verloren snel terrein, formele machtsstructuren werden hersteld. In 1976 werd de nieuwe grondwet van kracht. Soares werd premier en hield de PCP die getracht had zoveel mogelijk sleutelposities in handen te krijgen, buiten de nieuwe machtsstructuren.
Soares richtte zich sterk op Europa, met name op de Duitse zusterpartij en trachtte het land, dat in grote economische moeilijkheden was, aan te passen aan zowel de nieuwe Portugese als de Europese verhoudingen In 1979 werd Sá Carneiro premier van een coalitieregering van PSD en rechts. Hij en zijn opvolgers Francisco Pinto Balsemão en sinds 1985 Anibal Cavaço Silva volgden de ingeslagen weg naar meer kapitalistische verhoudingen waarbij de populaire Cavaço Silva electorale successen behaalde. In 1987 kwam de liberale PSD aan het bewind. Ook de grondwet werd aangepast (1982 en 1989). Eanes werd in 1986 opgevolgd door de socialist Mario Soares, die in 1991 werd herkozen. In oktober 1992 behaalde de PSD bij verkiezingen de meerderheid in het parlement. Portugal, dat in 1977 het lidmaatschap van de Europese Gemeenschap had aangevraagd, werd in 1986 volwaardig lid.
De ontevredenheid over de slechte economische toestand kwam duidelijk aan het licht bij de gemeenteraadsverkiezingen van dec. 1993. De linkse oppositiepartijen, de socialisten en de communisten boekten grote winst ten koste van de centrumrechtse regeringspartij. Deze uitslag bleek een vingerwijzing te zijn voor de parlementsverkiezingen van okt. 1995, die een grote overwinning opleverden voor de socialisten, wier voorman Guterres een regering vormde met de onafhankelijken. De presidentsverkiezingen eindigden in een zege voor de socialistische kandidaat Jorge Sampaio, de voormalige burgemeester van Lissabon, die zijn partijgenoot Soares opvolgde. Portugal, dat jarenlang de laagste levensstandaard had in democratisch Europa, liep in de jaren negentig deze achterstand geleidelijk in, dankzij een snelle economische groei.
Op 20 februari 2005 vonden (vervroegde) verkiezingen plaats in Portugal, waarbij de Partido Socialista (PS) met partijleider José Socrates met een absolute meerderheid won. De PSD (de vorige regering)leed de grootste nederlaag in haar geschiedenis bij deze verkiezingen. De 17de Portugese regering sinds de revolutie van 25 april 1974 werd op zaterdag 12 maart 2005 gevormd, met José Socrates als nieuwe premier. Staatshoofd is president Anibal Cavaco Silva (PSD) sinds begin 2006.
• Goekope vakantie Algarve? Boek nu voordelig met Ferio vakanties
• Eliza was here: sfeervolle reizen naar Algarve
• Faro Hotels
• Goedkope autoverhuur aan de Algarve!!!
• De Algarvespecialist: Verhuur van vakantiewoningen en villa's uitsluitend in de Algarve
• Albufeira Hotels
• Portugal Hotels
Algarve
Champion,N. / Portugal
Dominicus, J. / Portugal
Encarta Winkler Prins Encyclopedie
Holisova, J. / Algarve
Keuning, T. / Portugal
Wakeren, B. van / Algarve, Zuid-Portugal, Lissabon
Utrecht, 1997
Corona, 1998
Gottmer, 1998
Winkler Prins, 2001
ANWB, 1999
ANWB, 2000
Gottmer, 2000