In het westelijke deel van de Ardèche leeft men nog steeds voornamelijk van de bosbouw en de veeteelt. De rest van de Ardèche is relatief welvarend. De fruitteelt (en de daarmee samenhangende conservenindustrie) is van groot belang. Fruit en groenten worden onder meer ingeblikt in Annonay, Privas, Aubenas en Viviers. De traditionele zijdeproductie van de 19de eeuw is verdwenen, maar gebleven zijn enkele textielfabrieken. Overige takken in de industrie die men kan aantreffen zijn papierfabricage, schoenen, farmaceutische fabrieken en auto-industrie.
Belangrijke voor de economie is de wijnbouw en vooral ook het toerisme. Het toerisme gaat een steeds belangrijkere rol spelen. Een hoofdrol is er voor de lage landen, meer dan 70 procent van de buitenlandse gasten komt uit Nederland en België.
Verder vinden nog steeds veel mensen werk in ambachtelijke beroepen en in de kunstnijverheid.