Geschiedenis
PREVIEW - UITGEBREIDE BESCHRIJVING VOLGT
De voormalige Franse kolonie Benin (tot 1976 bekend als Dahomey) verkrijgt op 1 augustus 1960 de onafhankelijkheid. Na een periode van felle machtstrijd, waarin Benin zich de dubieuze reputatie verwerft als het land met een record aantal staatsgrepen, grijpt Generaal Mathieu Kérékou in 1972, eveneens door een staatsgreep, de macht. Deze eerste regeerperiode van Kérékou draagt het karakter van een marxistisch-leninistische dictatuur, die tot eind 1990 zal duren.
In deze periode, die mede ten grondslag ligt aan de problemen die Benin heden ten dage nog immer achtervolgen, glijdt het land vooral tegen het eind af naar chaos, inertie en armoede. Corruptie tiert welig. De economie wordt te gronde gericht door de collectivisering van de landbouw, grondonteigening, nationalisatie van banken, verzekeringsmaatschappijen, het water- en energiebedrijf, de brouwerij, de textielindustrie. De Revolutionaire Volkspartij van Benin (PRPB) is de enige toegestane partij. Van vrijheid van meningsuiting is geen sprake. Dissidenten worden opgepakt en mensenrechten worden geschonden.
Hoewel het dogmatisch karakter van het regime sedert 1980 vermindert, neemt de ontevredenheid toe. De salarissen van het enorm gegroeide ambtenaren apparaat (van 9000 naar 47000) worden niet meer uitbetaald. Banken zijn failliet. De formele economie bestaat niet meer. Corruptie en banditisme teisteren het land.
Wanneer in 1988 en 1989 de ene staking na de andere het land plat legt en bovendien de muur van Berlijn gevallen is, beseft het regime dat het geen keuze meer heeft. De kentering wordt ingeluid door de katholieke kerk, die begin 1989 in een moedige pastorale brief, het regime en bloc veroordeelt. Kérékou buigt het hoofd. Hij zweert eind 1989 het marxisme-leninisme af, ontbindt het politbureau en centraal comité, en stemt in met de bijeenroeping in februari 1990 van de Conférence Nationale des Forces Vives de la Nation. Op deze historische conferentie, die in de daarop volgende jaren ook elders op het continent – met wisselend succes – navolging vindt, wordt in een periode van slechts 10 dagen de basis gelegd voor de huidige pluriforme Beninese samenleving.
Het succes van de conferentie is voor een belangrijk deel toe te schrijven aan het voorzitterschap, maar vooral ook de persoonlijkheid en het morele overwicht van Mgr Isedore de Souza, aartsbisschop van Cotonou, en zijn persoonlijke invloed op Kérékou. Met grote tact en discretie weet hij te bereiken dat Kérékou de conclusies van de conferentie tenslotte aanvaardt. In zijn slottoespraak betuigt Kérékou zijn schaamte voor zijn oorspronkelijke weerstand. De zaal reageert met een ovatie. Voor Kérékou betekent dit ook een persoonlijk keerpunt, hij bekeert zich tot vroom christen. Deze episode is relevant, omdat het voor een deel verklaart, hoe Kérékou zes jaar later op democratische wijze herkozen kon worden als president van Benin.
Een nieuwe periode breekt aan voor Benin. Conform de conclusies van de Conferentie treedt een interim regering aan, met Kérékou als President a.i. en de Wereldbankfunctionaris Nicéphore Soglo als Eerste Minister. Eind 1990 wordt een nieuwe Grondwet aangenomen, waarin de basis gelegd wordt voor het nieuwe democratisch bestel. Er komt volledige vrijheid van meningsuiting, een veelheid van politieke partijen, kranten, en radiostations wordt opgericht, politieke gevangenen worden vrijgelaten, verbannen dissidenten keren terug. De militairen in overheidsfuncties worden vervangen door burgers.
In de eerste democratische presidentsverkiezingen in Benin in 1991 wint Soglo met 67% van de stemmen de presidentsverkiezingen van Kérékou, die zich op het laatste moment kandidaat heeft gesteld.
Soglo ziet zich voor een herculestaak gesteld. Het ontbreekt hem niet aan goodwill. De westerse donoren, Wereldbank en IMF schieten hem met aanzienlijke financiële middelen te hulp. Hoewel hij op belangrijke wapenfeiten kan bogen, wordt hij door de bevolking gezien als een van zijn land vervreemde technocraat: zijn carrière bij de Wereldbank heeft hem van de Beninese realiteit verwijderd; het door de Wereldbank gestuurde en verre van pijnloze structurele aanpassingsprogramma speelt hem parten. Ook de overheersende rol van zijn controversiële echtgenote en RB-partijleider Rosine Vieira Soglo valt niet bij iedereen in goede aarde. De devaluatie van de Franc CFA in 1994 draagt bij aan de groeiende onvrede met zijn bewind.
Dit alles leidt tot zijn nederlaag bij de tweede presidentsverkiezingen sedert de introductie van de democratie, in maart 1996, waar ex-president Kéré kou in transparante en vrije verkiezingen herkozen wordt. En ook in de presidentsverkiezingen van maart 2001 moet Soglo het afleggen tegen zijn gedoodverfde opponent Kérékou. Sinds 1996 is Kérékou derhalve weer het staatshoofd van Benin.
Kérékou zet het door Soglo ingezette economische aanpassingsprogramma voort, met steun van de Wereldbank en IMF. Steun stroomt ook binnen van andere donoren, waaronder met name de EU, Frankrijk, Duitsland, Denemarken, Zwitserland en Nederland. Liberalisaties en privatiseringen worden voortgezet. Benin maakt een decennium van democratie, vrijheid van meningsuiting, en redelijke economische groei door. Het leger speelt geen rol meer in het politieke leven. Er zijn geen politieke gevangenen. Er heerst volledige persvrijheid. Het macro-economisch beleid is goed, het overheidsbudget is vrijwel sluitend.
De erfenis van het marxisme valt echter moeilijk af te schudden. Het land gaat gebukt onder grote corruptie, een log en ineffectief ambtelijk apparaat, een inefficiënte, corrupte en zwaar gecentraliseerde overheid, cliëntelisme, nepotisme, gebrek aan initiatief, bedrijfsgeest en klantgerichtheid. Het investeringsklimaat is slecht, en het land trekt nauwelijks buitenlandse investeringen aan. De liberalisatie van de voor het land zo belangrijke katoensector is extreem gecompliceerd en stuit op grote problemen. Privatiseringen gaan met grote fraude gepaard. Er is sprake van een belangrijke kapitaalvlucht en een braindrain. De economie blijft voor circa 95% informeel. De economische groei (5%) is onvoldoende om het land aan de armoedespiraal te ontrukken. Het hoge percentage analfabetisme vormt een additioneel obstakel. De in april 2001 aangetreden regering Kérékou III zag zich voor een enorme uitdaging gesteld, en heeft weinig positief verschil kunnen maken. Kerekou werd op 6 april 2006 opgevolgd door Dr. Thomas Boni Yayi, ex-president van de West-Afrikaanse Ontwikkelingsbank, na een aanvankelijk problematisch uitziend, maar uiteindelijk goed verlopen democratisch verkiezingsproces. In april 2007 verkrijgt Yayi ook de meerderheid in het parlement. In april 2008 onstaan spanningen na lokale verkiezingen.
BENIN LINKS
Benin 1World2Travel (E+N)
Benin Reisbijbel (N)
Benin Startnederland (N+E)
Romans over Benin (N)
Telefoongids Benin
Willgoto Benin (N)
Schrijf uw artikel over BENIN
Bronnen
CIA World Fact Book
Website Ministerie van Buitenlandse Zaken
Elmar Landeninformatie
laatst bijgewerkt juli 2008
Samensteller: Arie Verrijp