| De heilige maagd van Urkupiña | Bolivia Reisverslag |
![]() |
In 1532 kwam een expeditie onder leiding van de Spanjaard Francisco Pizarro (vermoord in 1538) aan de noordkust van Peru aan wal. De laatste Inca-vorst Atahualpa werd gedood en betrekkelijk snel werden grote delen van het Zuid- Amerikaanse continent veroverd. Bolivia heette toen nog Alto-Perú (Opper-Peru) en werd bij het onderkoningschap Peru gevoegd. Op en rond de hoogvlakte weren steden gesticht en nog later werd ook het tropisch laagland gekoloniseerd. Na de ontdekking van zilvervoorraden werd in 1545 de stad Potosí gesticht die al snel uitgroeide tot de grootste en rijkste stad van de Nieuwe Wereld (Noord- en Zuid-Amerika) met 200.000 inwoners. Het werd door de Spanjaarden “La ville imperia”, de keizerlijke stad genoemd. Het encomienda-systeem werd door de Spanjaarden toegepast. Dit betekende dat de conquistadores land dat veroverd werd zoveel als ze konden, mochten exploiteren. De opbrengsten werden gedeeld tussen de conquistadores en de Spaanse Kroon. Een andere voorwaarde was dat de indiaanse bevolking tot het christendom bekeerd moest worden. De indianen werden o.a. in de mijnen tewerkgesteld en moesten onder afschuwelijke omstandigheden hun werk doen. Tegen het einde van de zestiende eeuw liep de indiaanse bevolking al schrikbarend terug; miljoenen indianen vonden de dood door de dwangarbeid. Door de werkomstandigheden in de mijnen maar ook door het uitbreken van door de Europeanen meegebrachte besmettelijke ziektes, was de indiaanse bevolking rond 1650 bijna gehalveerd tot een half miljoen personen. Door het tekort aan arbeidskrachten werd er al snel op grote schaal slaven uit Afrika geïmporteerd. Monniken van de Jezuïetenorde, en later de Franciscanen, hielden zich de eerste 200 jaar bezig met het bekeren van de indianen tot het christendom. In de loop der eeuwen vermengde zich het rooms-katholieke geloof met de traditionele rituelen en gebruiken. In 1548 werd La Paz gesticht en nog wat later steden als Cochabamba en Oruro. Na vijandige acties van indianen in het oosten en noordoosten werd er voor het eerst door de Spanjaarden rond 1560 enige vorm van zelfbestuur toegestaan. De 18e eeuw werd gekenmerkt door een toenemend verzet van de indianen tegen de Spaanse overheersing. Zo leidde in 1780 Tupac Amaru een opstand van de Quechua en de Amayá tegen de koloniale regering. Ze werden echter verslagen en hun leiders werden vermoord. Tupac Katani belegerde La Paz later zelfs twee keer, maar ook hij werd uiteindelijk gedood. Toch zou het niet lang meer duren voordat Bolivia onafhankelijk werd.
|
![]() |
President Toro probeerde een staatssocialisme in te voeren, maar hij stuitte op verzet van de in Bolivia aanwezige buitenlandse bedrijven. Een van zijn opvolgers, generaal Peñaranda werd in 1943 door nationalistische groeperingen ten val gebracht. Tijdens een opstand in juli 1946 werd de opvolger van Peñaranda, Villaroel, door een woedende volksmenigte vermoord. In januari 1947 werd de rechtse socialist Hertzog tot president gekozen. Zijn partij bezat in het parlement geen meerderheid en voortdurend probeerde de Nationalistische Revolutionaire Beweging de macht in handen te krijgen. Deze twisten ontaardden in 1949 in een burgeroorlog, maar door de steun van het leger wist Hertzog zich te handhaven. De opstand werd onderdrukt, maar door de felle kritiek op zijn beleid was Hertzog gedwongen af te treden.
Tijdens de revolutie van 1952 versloeg de nationale garde samen met de mijnwerkers het leger. De macht kwam in handen van Victor Paz Estenssoro. Het leger nam de macht echter in handen voordat hij zijn functie kon aanvaarden. Na een volksopstand van enkele dagen versloegen in april 1952 de volksmilities onder leiding van Hernán Siles Zuazo het leger. Estenssoro werd geïnstalleerd als president en voerde belangrijke sociaal-politieke hervormingen door en maakte een einde aan de macht van enkele machtige families door grote tinmijnen te nationaliseren. In 1952 werd ook het algemene stemrecht ingevoerd en het feodale systeem van grootgrondbezit werd afgeschaft. Alle boeren kregen wat land, maar deze versnippering leidde tot nog grotere armoede onder de boeren en een grotere trek naar de steden.
Bij de verkiezingen van 1956 behaalde de MNR een overweldigende meerderheid van stemmen; Siles Suazo werd president. Opstanden en stakingen waren gedurende zijn bewind aan de orde van de dag en vrijwel constant verkeerde het land in een noodtoestand. De verkiezingen van 1960 brachten Paz Estenssoro weer aan de macht. In 1963 raakte president Estenssoro in conflict met de vice-president, Lechín, die ook leider was van de mijnwerkersvakbond. Dit bracht hem het ongenoegen van de mijnwerkers op de hals. Ondanks de vele kritiek op zijn beleid werd Paz Estenssoro in mei 1964 herkozen als president, maar na een opstand van het leger werd de macht in handen genomen door de vice-president, generaal R. Barrientos Ortuño. Tijdens zijn regeringsperiode werd de bekende vrijheidsstrijder Ernesto Che Guevarra gevangengenomen en vermoord omdat men dacht dat hij een boerenopstand aan het voorbereiden was. Barrientos stierf in 1969 en werd opgevolgd door de opperbevelhebber van de strijdkrachten, Ovando.
In 1971 volgde alweer een staatsgreep waarna generaal Hugo Banzer aan de macht bleef tot 1978. Tijdens zijn regime werden universiteiten gesloten, vakbonden en politieke partijen verboden en tienduizenden mensen zonder vorm van proces opgepakt. Van kerkelijke zijde werd geprotesteerd tegen het veelvuldig schenden van de mensenrechten in Bolivia. Het politieke verzet tegen Banzer kwam zowel van links als van rechts.
In juni 1974 gingen linkse officieren tot opstand over, waarop Banzer o.m. parlementsverkiezingen toezegde, die hij zelfs wettelijk liet vastleggen. Inmiddels was het duidelijk geworden dat Banzer geheel afhankelijk was geworden van de rechtse officieren: onder hun druk stelde hij ook de plannen voor verkiezingen voor een vijftal jaren uit. Na Banzer volgden een hele serie dictators (caudillos) met als dieptepunt generaal García Meza, wiens bewind gekenmerkt werd door martelingen, moorden, connecties met de drugshandel en uiteindelijk een praktisch failliet Bolivia.
In 1982 werd de macht door de militairen aan een burgerregering onder leiding van Hernán Siles Zuazo overgedragen. Bolivia was op dat moment volledig failliet en de periode Zuazo werd dan ook gekenmerkt door een gigantisch geldontwaarding, veel sociale onrust, stakingen, hoge werkloosheid en een steeds groter wordende buitenlandse schuld. In 1984 bedroeg de inflatie gemiddeld 3% per uur!! Bolivia was op dat moment al een belangrijke cocaïneproducent maar in deze moeilijke tijden werd de lucratieve handel (in harde dollars) steeds belangrijker voor de economie van het land. Vanaf 1982 probeerden de Amerikanen in ruil voor economische hulp de cocaïnehandel in Bolivia onder controle te krijgen. Estenssoro won in 1985 opnieuw de verkiezingen en nam een aantal rigoureuze maatregelen om de economie weer wat op te krikken. Zo werden overheidsuitgaven gedecentraliseerd en zwaar verliesgevende staatsondernemingen gesloten of geprivatiseerd. Het gevolg was wel dat er vele mijnen gesloten werden en er tienduizenden mijnwerkers zonder werk kwamen te zitten. Ook de onverwachte ineenstorting van de wereldtinmarkt in 1985 kostte veel werknemers hun baan. Op dat moment leefde 90% van de bevolking onder de armoedegrens.
In 1989 werd vice- president Jaime Paz Zamora tot president gekozen. Hij regeerde samen in een coalitie met de ex-dictator Hugo Banzer, die vreemd genoeg tijdens zijn vorige bewind verantwoordelijk was voor een aanslag op linkse politici, waarbij Zamora ternauwernood aan de dood ontsnapte. In juli 1993 kreeg Bolivia van Peru tot het jaar 2091 via een concessie een smalle toegang tot de Grote Oceaan. In 1993 kwam de populaire Gonzalo Sánchez de Lozado aan de macht en hij ging een coalitie aan met Hugo Cardenas, een Aymará- indiaan van de indiaanse partij MRTKL, waardoor een gedeelte van de indiaanse bevolking rechtstreeks in het parlement was vertegenwoordigd. Zij voerden een economisch hervormingsprogramma, o.a. een zeer ambitieus privatiseringsprogramma, met daaraan verbonden vele sociale maatregelen (Plan de Todos), decentralisatie, onderwijshervormingen en grondwetswijzigingen. Ook zette men een programma op ter verbetering van de positie van de indiaanse bevolking, o.a. door tweetalig onderwijs toe te staan. Het lukte hem echter niet om nog een tweede termijn aan de regering te komen.
Op 6 augustus 1997 werd ex-dictator Hugo Banzer beëdigd als president. Hij trok vooral veel kiezers die hoopten dat met hem de economische groei uit de jaren ’70 weer zou terugkeren. Tegenstanders van Banzer waren mensenrechtenactivisten die vonden dat hij voor zijn verleden moest boeten. Zij waren ook bang dat het militarisme weer zou terugkomen. Een van zijn eerst daden leek dat te bevestigen: het vernietigen van cocavelden met behulp van het leger. Een van zijn beloftes in de verkiezingsstrijd was namelijk dat alle illegale cocavelden in vijf jaar tijd vernietigd zouden worden. In 1998 werd er meer dan 11.000 ha vernietigd. Verder profiteerde hij vooral van het hervormingsprogramma van zijn voorganger Sánchez de Lozado.
In april 2000 waren er gewelddadige protesten tegen de voorgenomen privatisering van de drinkwatervoorziening waardoor de prijs van water met 35% steeg. De situatie liep zodanig uit de hand dat de regering de noodtoestand liet uitroepen. Op 27 juli 2001 trad president Banzer vanwege gezondheidsproblemen af. Hij werd opgevolgd door vice-president Quiroga.
Na weken van sociale onrust, die 60-80 mensen het leven zou hebben gekost, trad president Sánchez de Lozada in oktober 2003 af. Als nieuwe president werd vice-president Carlos Mesa benoemd. Sánchez de Lozada week uit naar de Verenigde Staten, die hem altijd nadrukkelijk gesteund hadden.
Begin juni 2005 kondigde president Mesa verkiezingen aan voor een constitutionele raad die de grondwet moest herzien. Ook zou er een referendum komen over meer autonomie voor de olierijke provincies in het oosten en zuiden van het land.
Mesa hoopte zo een einde te maken aan de gewelddadige protesten, de wegblokkades en een 48-uursstaking die het transport in het hele land lamlegde. De betogers eisten nationalisering van de olie- en gaswinning. Vooral de arme westelijke provincies, waar veel arme indianen wonen, wilden een groter deel van de opbrengsten.
De presidentsverkiezingen van december 2005 werden gewonnen door de linkse 'indígena' (inheemse indiaan) Evo Morales Ayma. Hij won met ruim 51% van de stemmen en werd de eerste indiaanse president van Bolivia. De oude politieke orde werd bij deze verkiezingen door de kiezers weggevaagd.
• Op vakantie naar Bolivia? O.a. overzicht met reisorganisaties.
Bijl, Y. van der / Reishandboek Bolivia Lindert, P. van / Bolivia : mensen, politiek, economie, cultuur Schimmel, K. / Bolivia Sprey, J. / Bolivia Te gast in Bolivia
Elmar, 1994
Novib, 1994
Chelsea House Publishers, 1999
Gottmer, 1996
Informatie Verre Reizen, 1998