| De Amazonevlakte in het noordwesten bestaat uit tropisch regenwoud, evenals het moerassige gebied in het zuidoosten. In het zuiden ligt tussen de puna- páramo- vegetatie en het llanogebied een streek met Sierra-vegetatie dat wil zeggen doornstruiken en cactussen en in hogere delen altijdgroen bos. Het Andesgebied bezit een puna-vegetatie. Het llano-gebied bezit een savannevegetatie, de hoogvlakte heeft gedeeltelijk een páramo-vegetatie en gedeeltelijk een puna- vegetatie. In de jungle groeien nog steeds de steeds zeldzamer wordende mahoniebomen. Verder cacao- en rubberbomen, de bibosí en veel palmensoorten. In ondiepe meren komt de schitterende Victoria Regia voor. Op de Altiplano groeit niet zoveel door de kou en de geringe neerslag: lage struiken, cactussen, vetplanten, mossen en gele graspollen. Opvallend is de yareta, die boven de 4000 meter groeit en honderden jaren oud kan worden. De keñua is een boomsoort die zich zelfs tot 5200 meter hoogte staande kan houden. De Yungas (oostelijke berghellingen) zijn voor een groot gedeelte bedekt met nevelwouden en verder varens, bergbamboe en uiteindelijk subtropisch bos met orchideeën, bromelia’s en palmen. Onder de reusachtige bomen van het tropisch regenwoud groeien veel kleine bomen en lianen en op de bodem o.a. varens, begonia’s en paradijsbloemen of heliconia’s. De meest bijzondere plant van Bolivia is de Puya Raimundi, de grootste vetplant van de wereld met een bloemstengel tot 12 meter lengte. Voordat deze plant bloeit gaan er honderd jaar voorbij. Van de gecultiveerde planten is de aardappel de bekendste. In de Andes komen meer dan 200 soorten voor. Een andere plant die belangrijk is voor de voedselvoorziening is de yuca, die in de laaglanden wordt verbouwd. Ook maïs en quinoa worden voor de voedselvoorziening geteeld. De bekendste groep dieren van het Andesgebergte zijn de kameelachtigen: de guanaco, de vicuña, de alpaca en de lama. De guanaco en de vicuña leven in het wild, de lama en de alpaca zijn tot huisdieren gemaakt. Zij worden gebruikt als lastdier en voor het vlees en de wol. De vicuña is een beschermd dier en er leven in Bolivia nog ongeveer 2000 exemplaren. Andere bijzondere dieren in het Andesgebergte zijn de viscacha, een grote chinchillasoort met een opvallend lange staart, de zeldzame brilbeer of Andesbeer en de condor, een roofvogel met een spanwijdte van drie meter die een grote rol speelt in de Boliviaanse mythologie. Verder nog de rhea, een nandoesoort (struisvogelsoort), en de zeer zeldzame James-flamingo. Veel voorkomende watervogels zijn Andesganzen, ibissen, kluten, futen en meerkoeten. Kolibries en papegaaien komen zelfs boven de 4000 meter nog voor en op grote hoogte leven ook nog bergtoekans. | |
![]() | |
![]() | |
![]() |
• Op vakantie naar Bolivia? O.a. overzicht met reisorganisaties.
| Bolivia Reisverslag | De heilige maagd van Urkupiña |
Bijl, Y. van der / Reishandboek Bolivia Lindert, P. van / Bolivia : mensen, politiek, economie, cultuur Schimmel, K. / Bolivia Sprey, J. / Bolivia Te gast in Bolivia
Elmar, 1994
Novib, 1994
Chelsea House Publishers, 1999
Gottmer, 1996
Informatie Verre Reizen, 1998