Alexander I riep de Finse Landdag bijeen en beloofde de godsdienst, eigen wetten en rechten te eerbiedigen. Het land werd een constitutioneel geregeerd grootvorstendom, waarin een gouverneur-generaal de tsaar vertegenwoordigde. In 1811 werd het in 1721 veroverde Karelië weer bij het grootvorstendom gevoegd. In 1863 werd het Fins naast het Zweeds in bestuur en rechtspraak toegelaten. In 1863 werd ook weer voor het eerst sinds 1809 de Finse Landdag bijeengeroepen, wat in de toekomst tenminste iedere vijf jaar zou gebeuren. Rond de eeuwwisseling was van de beperkte autonomie weinig meer over. In 1899 verloor de Finse Landdag zijn machten in 1901 werd het Finse leger afgeschaft. Ook werd het Russisch de officiële taal. De Russische nederlaag in de oorlog tegen Japan (1904-1905) en de daaropvolgende binnenlandse onrust in Rusland leidde ook in Finland tot hervormingen. Finland kreeg een democratisch gekozen Rijksdag en de vrouwen kregen als eerste in Europa politieke rechten. Een nieuwe onderdrukking van de Russen volgde echter in de jaren 1908-1910. Na de Oktoberrevolutie van 1917 in Rusland kondigde rechts echter, met steun van het Duitsland en Zweden, de volledige onafhankelijkheid af (6 dec. 1917). Politieke strubbelingen leidden in 1918 tot een heuse burgeroorlog die tienduizenden Finnen het leven kostte. Nieuwe verkiezingen leidden tot een republikeinse meerderheid in de Rijksdag. Daarmee was, na een kort regentschap van Mannerheim, de republiek een feit (juli 1919) en sloot men in 1920 vrede met het toenmalige Sovjet-Rusland.
Eerste president werd Karl Juho Ståhlberg. De tegenstellingen uit de burgeroorlog bereikten weer een hoogtepunt in 1929-1930. Na een stakingsgolf eiste de fascistisch getinte Lappobeweging een verbod van alle communistische activiteiten. Een staatsgreep van een der Lappoleiders, generaal Wallenius (maart 1932), werd echter in de kiem gesmoord, waarna de beweging werd verboden. Doordat de grote burgerlijke partijen ernstig verdeeld waren over de economische politiek, was de vorming van een stabiele regering echter onmogelijk. Het land werd weer op het democratische pad gebracht door een minderheidsregering van de kleine (liberale) partijen, met steun van de sociaal-democraten. In 1937 werd links voor het eerst in de Finse politiek geaccepteerd als partner. In september 1939 brak de Winteroorlog tussen de Sovjet-Unie en Finland uit. De Russen maakten aanspraken op delen van Oost-Finland en wilde een marinebasis pachten. In de Winteroorlog was Finland kansloos en bij de vrede van Moskou kreeg de Sovjet-Unie nog meer dan het geëist had. In juni 1941 viel Finland, samen met Duitsland, de Sovjet-Unie weer aan. In augustus 1944 koos de Rijksdag maarschalk Mannerheim tot president en hij maakte na zware gevechten Finland los van Duitsland en sloot een wapenstilstand met de Sovjet-Unie (19 september 1944). Vanaf 1944 voert Finland een nieuwe politiek tegenover de Sovjet-Unie. Vanaf 1944 was het streven te voorkomen dat andere staten zich mengden in de verhouding Finland-Sovjet-Unie. In 1948 werd een Verdrag van vriendschap, samenwerking en wederzijdse bijstand gesloten met de Sovjet-Unie.
In 1966 werd er een regering gevormd van sociaal-democraten en agrariërs. De jaren zeventig werden gekenmerkt door elkaar snel opvolgende kabinetten van wisselende samenstelling (13 regeringen in 10 jaar). Alle regeringen kregen te maken met grote tekorten op de handelsbalans en werkloosheid. Kekkonen, in 1956 tot president gekozen, hield jarenlang een vrijwel onaantastbare positie in stand. Nadat hij in 1962 en 1968 herkozen was, werd door een uitzonderingswet zijn ambtstermijn na 1974 automatisch met vier jaar verlengd. In 1978 werd de 77-jarige president zonder veel strijd herkozen, omdat alle grote partijen zijn kandidatuur steunden. Op 27 oktober 1981 trad Kekkonen om gezondheidsredenen af. Hij werd opgevolgd door premier Koivisto. Hij loste de Fins-Sovjet-Russische geschilpunten op en het lukte hem de handelspolitieke belangen van Finland in West-Europa verder uit te bouwen. In 1987 kreeg Finland voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog een conservatieve minister-president, Holkeri. In maart 1992 vroeg Finland het EG-lidmaatschap aan.
Eerder al, op 20 jan. 1992, sloot Finland een vriendschapsverdrag met Rusland. Dit verdrag was een herziene versie van het in 1948 gesloten verdrag tussen Finland en de Sovjet-Unie, dat voorzag in een verplichting tot wederzijdse hulp van de twee landen als een van hen aangevallen werd. In het nieuwe verdrag verdween deze verplichting. Na een zeer diepe recessie, waarin het land na 1990 was terechtgekomen, zette het economisch herstel zich in 1994 voort. De conservatieve regering zette haar liberaliseringsbeleid voort, ondanks vaak grote weerstand. Ook de toenadering tot het Westen bleef een factor in de Finse politiek, wat in januari 1995 leidde tot het lidmaatschap van de EU. Na de parlementsverkiezingen van maart 1995 keerde de sociaaldemocraat Lipponen weer terug. Om een zo groot mogelijk draagvlak te krijgen voor het verdere herstel van de economie formeerde hij een uit vijf partijen bestaande coalitie, die kon rekenen op brede steun van de volksvertegenwoordiging. In oktober 1996 besloot de regering de Finse mark onder te brengen in het Europees Monetair Stelsel (EMS).
• Helsinki Hotels
• Autohuur Finland
• Finland Hotels
| Sirkka | Kangasala | Turku | Oulu |
| Järvenpää | Lahti | Tampere | Kempele |
| Riihimäki | Kuopio | Espoo | Lappeenranta |
| Imatra | Vaasa | Helsinki | Naantali |
| Porvoo | Vantaa | Rovaniemi | Yli-Ii |
| Alle Hotels in FINLAND | |||
Encarta '98
Schaap, D. / Finland
Tuovinen, E. / Finland
www.cia.gov
Europese Unie: Europees Platform voor het Nederlandse Onderwijs, 1998
ANWB, 1994
Gottmer, 1996