Economie en Toerisme

Algemeen



Tot de tweede Wereldoorlog was de landbouw veruit de belangrijkste economische activiteit in Frankrijk. Pas daarna kwam de industriële ontwikkeling pas goed op gang door het instellen van een planbureau, waardoor de overheid meer grip kreeg op de economische ontwikkeling van Frankrijk. De plannen van het planbureau moesten door het parlement goedgekeurd worden. Ook werden in 1945 grote bankinstellingen en verzekeringsorganisaties, de energiesector, het openbaar vervoer en de autofabriek van Renault genationaliseerd.
Door de Marshallhulp en het feit dat Frankrijk weinig schade had opgelopen tijdens de Tweede Wereldoorlog hielp enorm een sterke groei van de industrie te realiseren. Ook de toenemende integratie van Europa, o.a. EGKS in 1951 en EEG in 1957, en de goede samenwerking tussen overheid, vakbonden en bedrijfsleven zorgden voor groei in o.a. de metaalverwerking, de mijnbouw en de petrochemische industrie.
Door al deze maatregel steeg de industriële productie na de oorlog snel en tussen 1970 en 1980 werd er een productiestijging van 33% gerealiseerd. In de jaren tachtig had Frankrijk te kampen met een hoge inflatie, massale werkloosheid en een dalende binnenlandse vraag naar producten. In 1986 werd er een vijfjarenplan opgesteld en 65 staatsbedrijven geprivatiseerd waarmee men de staatsschuld probeerde te verminderen. Eind jaren tachtig trok de economie weer aan o.a door dalende olieprijzen, belastingverlichting en een goede financieringspolitiek.
Per 1 januari 2002 werden de munten en biljetten van de franc vervangen door euro-munten en -biljetten.

De economische groei bedroeg van 1990 tot 1994 0,8%. In 1998 was deze gestegen tot 3%, terwijl de inflatie tot onder de 1% daalde. De inflatie liep in 2000 en 2001 weer op naar respectievelijk 1,7 en 1,6. In 2000 nam het bnp toe met 3,2%. De werkloosheid nam in dat jaar af van 10,6% in 1999 tot 9,7% in 2000.
Het bruto binnenlands product in Frankrijk in 2001 bedroeg 1.460 miljard euro. De totale groei voor 2001 kwam uit op 2%. De Franse economie was daarmee een van de snelst groeiende uit de groep van zeven grootste economieën ter wereld.

Frankrijk telde in 1999 een beroepsbevolking van 26,5 miljoen mensen, waarvan een groeiend aantal vrouwen. De arbeidsparticipatie onder vrouwen is trouwens hoog, meer dan 60% heeft een betaalde werkkring.
De verdeling van de beroepsbevolking over de verschillende economische sectoren (2001) is: landbouw: 4%; industrie: 25% en dienstensector: 71%. Vrouwen maken bijna de helft van de beroepsbevolking uit, buitenlandse werknemers ruim 6%.

De regio Ile-de-France is veruit de rijkste regio van Frankrijk; 22% van het nationaal inkomen wordt verdiend in deze regio. Over het algemeen is het noorden van Frankrijk dichter bevolkt en met name gericht op industrie, terwijl het zuiden meer gericht is op toerisme en landbouw. Een tweede scheidslijn is die tussen oost en west, waarbij het oosten welvarender is dan het westen.

Landbouw, veehouderij, bosbouw en visserij



Algemeen



Frankrijk heeft de grootste landbouwsector van de Europese Unie. Toch is het relatieve belang van deze sector sinds de Tweede Wereldoorlog sterk gedaald vergeleken met de rest van West-Europa. Zo waren er in 1999 nog maar een kleine miljoen personen actief in de landbouw, bosbouw en visserij. In 1970 waren dat er nog 2,8 miljoen.
De productiviteit is in diezelfde periode nog wel gestegen en Frankrijk is na de Verenigde Staten nog steeds de tweede exporteur van agrarische producten in de wereld. In 2000 voerde Frankrijk voor bijna 40 miljard euro aan landbouwproducten uit, waarvan 6,3% aan de Nederlandse markt. Frankrijk importeerde hetzelfde jaar voor bijna 30 miljard euro, waarvan 14,3% uit Nederland afkomstig was.
Van de agrarische bedrijven is 40% gespecialiseerd in de intensieve en extensieve veehouderij, 20% in de akkerbouw en 12% in de wijnbouw.

Landbouw



Graan Ongeveer de helft van de landbouwgrond in Frankrijk wordt gebruikt om graan te verbouwen. De graanopbrengst bedraagt ongeveer 17% van de totale agrarische opbrengst, maar druiven, groenten, fruit en andere belangrijke gewassen nemen minder landbouwgrond in beslag en leveren veel meer op.
Frankrijk telt ca. 30 miljoen hectare landbouwgrond, waarvan ca. 18 miljoen hectare cultuurgrond en heeft daarmee het grootste landbouwareaal in de Europese Unie. Van dit gigantische areaal is 58% akkerland, ruim 37% blijvend grasland en bijna 5% is bedekt met blijvende gewassen als fruit, olijven en wijngaarden. Teeltverbetering, uitbreiding van de bedrijfsgrootte (o.a. door herverkaveling en coöperaties) en mechanisatie vormen een belangrijke bijdrage tot de productiestijging per ha.
Om rendabeler te kunnen produceren probeert men de gemiddelde bedrijfsgrootte (ca. 30 ha in 1988) verder op te voeren door o.a. uitkoop van kleine bedrijven. In 1999 telde de sector ca. 680.000 bedrijven. Sinds de nationale landbouwtelling in 1979 is dit aantal met 46% afgenomen door o.a. gunstige opkoopregelingen en een verlaging van de pensioengerechtigde leeftijd naar 60 jaar sinds 1990. Belangrijk is ook de toenemende schaalvergroting waardoor de gemiddelde bedrijfsgrootte steeg van 23,4 hectare in 1979 tot 41,7 hectare in 1997.
Slechts 2% van de actieve beroepsbevolking in Frankrijk is werkzaam in de landbouw.

De belangrijkste landbouwgronden liggen op de leemplateaus van het Bekken van Parijs en in het noorden, waar o.a. tarwe, suikerbieten, koolzaad en vlas verbouwd worden. Ook de Elzas (o.a. hop), de grote riviervalleien en de geïrrigeerde zones van het zuiden zijn rijke landbouwgebieden. Hop wordt vooral in de Elzas en in Frans-Vlaanderen geteeld. Haver en gerst worden meer verspreid verbouwd. Maïs wordt verbouwd in Languedoc en Aquitanië, rijst nog steeds in de Camargue.
Tuinbouw en wijngaarden zijn vooral te vinden in de valleien van rivieren als de Loire, de Garonne, de Rhône en langs de Middellandse-Zeekust. Bovendien zijn er grote tuinbouwgebieden rond Parijs, in de kuststreken van Bretagne, in de Elzas en Frans-Vlaanderen. De Franse wijnbouw omvat vele hoogwaardige wijnen. Frankrijk neemt een belangrijke plaats in op de wereldranglijst van producenten van tarwe, gerst, suiker en wijn.

Veehouderij



Frankrijk is de grootste vlees- en zuivelproducent in Europa en de veebedrijven liggen verspreid over het hele land. Belangrijke rundveestreken zijn vooral te vinden in de randgebieden van het Centraal Massief en in de Atlantische zone: Normandië, Bretagne, Picardië en Frans-Vlaanderen.
De schapenhouderij, vooral in het Centraal Massief en in de Pyreneeën, is belangrijk voor het schapenvlees en voor de kaas.
Algemeen is er ook in de veehouderij een sterke tendens tot mechanisatie en uitbreiding van landbouwcoöperaties en herverkaveling.

Bosbouw



Door bebossing van niet meer gebruikte woeste gronden, verlaten akkers en berggebieden neemt het oppervlakte bos geleidelijk weer toe. Op dit moment is iets meer dan een kwart van het totale landoppervlak met bossen bedekt. Het overgrote deel van de bossen bestaat uit loofbomen maar er vindt een snelle uitbreiding van naaldbomen plaats vanwege het hogere rendement.
Alleen de beboste grond van de staat wordt geëxploiteerd. Twee derde van de bosgrond is van particulieren en ligt te verspreid om succesvol te exploiteren. Er werken ongeveer 550.000 mensen in de bosbouw en de houtindustrie.

Visserij



De visserij is geen belangrijke sector voor de Franse economie. En dat is opmerkelijk gezien de uitgestrekte kust, maar de vangstquota opgelegd door de Europese Unie verhinderen een uitbreiding. Het is dan ook niet vreemd dat slechts 0,1% van de beroepsbevolking in de visserijsector werkt.
Belangrijkste tak van de visserij is de kustvisvangst. De Franse visproductie vindt voornamelijk plaats in Bretagne, waar meer dan de helft van de totale productie gerealiseerd wordt. Enkele belangrijke havens zijn Boulogne, Concarneau, La Rochelle en Sète. Een sector die zich wel goed ontwikkelt zijn de oesterkwekerijen.
In 1999 bereikte de visserij een productie van 600.000 ton en dat was vooral te danken aan de toename van de tropische tonijnvangst.

Mijnbouw en energievoorziening



Mijnbouw



De genationaliseerde en sterk gemoderniseerde kolenmijnen zijn vooral te vinden in het Bekken van Lotharingen en de wat kleiner bekkens in Zuid- en Midden-Frankrijk, het Bekken van het Noorden en Pas de Calais. Verminderde rendementen en steeds meer gebruik van kernenergie zorgden ervoor dat de productie geleidelijk wordt afgebouwd, b.v. van 22 miljoen ton in 1976 naar 9 miljoen ton in 1995. Het is nu zelfs al zo dat er jaarlijks ca. 15 miljoen ton steenkool ingevoerd moet worden.
Frankrijk was nog niet zolang gelden een van de belangrijkste ijzerproducenten van Europa. De productie van ijzer is de laatste decennia echter geweldig gedaald, van 56 miljoen ton in 1970 naar 1,5 miljoen ton in 1995. Dit kwam door een tekort aan afzetmarkten en veel concurrerende landen.
Belangrijke mijnbouwproducten zijn nog wel aluminiumerts, kaliumzout en klipzout. Veel minder belangrijke grondstoffen zijn zinkerts, looderts en uraanerts.
De (kleine) aardolieproductie is grotendeels afkomstig van de velden van Parentis-en-Born in Les Landes en uit het Bekken van Parijs. De productie van aardgas in Lacq stagneert na een jarenlange sterke stijging. Een daling wordt voorzien, indien op korte termijn geen nieuwe gasbellen worden ontdekt.

Energievoorziening



De elektriciteitsproductie is in Frankrijk sterk gestegen, en bijvoorbeeld tussen 1980 en 2000 met 110% gegroeid. Nog maar 10% van de elektrische energie is afkomstig van thermische centrales, ca. 20% van waterkrachtcentrales en ruim 70% van kerncentrales.
Voor de levering van aardolie is Frankrijk sterk afhankelijk van het Midden-Oosten, voor aardgas van Noorwegen, Algerije, Nederland en Rusland, voor kolen van Duitsland, Polen en Zuid-Afrika. Het gebruik van gas bedraagt in Frankrijk minder dan de helft van het gebruik in Duitsland of het Verenigd Koninkrijk en dat komt voornamelijk door de hoge productie van kernenergie.
Om in de toekomst zoveel mogelijk zelfstandig in zijn energiebehoefte te kunnen voorzien heeft Frankrijk de ontwikkeling van kernenergie als een speerpunt van beleid gemaakt en is door een versneld uitgevoerd energieprogramma het gebruik van kernenergie snel toegenomen. In de loop van de jaren tachtig van de vorige eeuw is Frankrijk Japan en de toenmalige Sovjet-Unie voorbij gestreefd om de tweede producent van kernenergie te worden.
In 2000 bestond de totale Franse export voor 14% uit export van energie. In 1980 bedroeg dit nog maar 5%.

Industrie



In de jaren zestig verdubbelde de industriële productie, maar vanaf de jaren zeventig leed deze sector onder de wereldwijde crisis.
Niettemin steeg de industriële productie mede door de sterk gepropageerde schaalvergroting. De belangrijkste industriegebieden liggen ten oosten van de lijn Le Havre–Marseille. Het Parijse stadsgewest is een groot centrum van de verwerkende industrie (auto's, elektrisch en elektronisch materiaal, farmaceutische en fotografische producten). Naast de researchlaboratoria, de ‘haute couture’, de ‘articles de Paris’ (sieraden, juwelen, parfums) en de uitgeverijen zijn ook de voedingsmiddelen- en de verwerkende metaal- en de meubelindustrie er bijzonder goed vertegenwoordigd. De industriegebieden van het noorden en noordoosten (Elzas-Lotharingen) zijn de belangrijkste centra van zware metallurgie en van chemische industrie en ook de textielindustrie is nog van belang.
Het derde grote industriegebied ligt rond Lyon en omvat het gebied van Rhône en de Alpen. Het oude textielgebied rond Lyon en de oude steenkool- en metallurgiekernen van St-Étienne en Le Creusot kennen een nieuwe ontwikkeling dankzij uitbreiding van de metaalconstructie en (organische) chemische industrie en vooral de goedkope waterkrachtenergie, die in de Alpen de basis vormde voor de vestiging van moderne elektrochemische en elektro-metallurgische bedrijven.

Minder belangrijke industriezones zijn die aan de Middellandse-Zeekust, waar zoutpannen, bauxietmijnen en de oude vetstofverwerkende industrie de basis vormen voor een moderne chemische en aluminiumindustrie. Verder is er metaalconstructie, scheepsbouw en meststofproductie. Zuidwest-Aquitanië is een groeiend industriegebied dankzij de elektrochemische en metallurgische bedrijven in de Pyreneeën, de chemische bedrijven van Lacq en de vliegtuigbouw van Toulouse. In Bretagne zijn naast de oude voedingsnijverheid en scheepsbouw ook de auto-industrie en de elektronische constructie sterk uitgebreid.

Frankrijk telt vele textielgebieden. Het noorden is het belangrijkste centrum voor de wol- en vlasweefsels en voor de katoenproductie. De Vogezen (Mulhouse) en de streek van de Beneden-Seine (Rouen) zijn vooral gespecialiseerd in katoen en Lyon is het grote productiegebied van de synthetische en kunstmatige vezelverwerking. In de Languedoc is Mazamet een gespecialiseerde producent van wollen weefsels. De textielindustrie is overigens in de jaren zeventig verder achteruitgegaan.
Confectie is naast Parijs en het noorden verspreid over alle grote centra en vormt een belangrijk uitvoerproduct. De uiterst gediversifieerde metaalconstructie omvat vooral productie van auto's, scheepsbouw (St-Nazaire, Bordeaux, Le Havre, Duinkerke, omgeving Marseille), vliegtuigbouw (Parijs, Toulouse, Nice), elektrisch materiaal, onder meer Compagnie Générale d’Électricité (te Parijs [60%], Lyon, Grenoble). Le Creusot is het centrum van de belangrijke wapenindustrie. Voedingsmiddelenindustrie is sterk verspreid; naast de conservenfabrieken van Bretagne en de biscuitfabrieken van Nantes is Parijs het belangrijkste centrum.

Biotechnologie



De Franse biotechnologiemarkt is de derde van Europa, na Groot-Brittannië en Duitsland. De Franse biotech-industrie had in 2000 een omzet van 757 miljoen euro. De medische biotechnologie is de belangrijkste tak van deze sector. De perspectieven in de agrarische biotechnologie zijn wat minder, men vreest overspoeld te worden door goedkope Amerikaanse genetisch gemodificeerde producten. De milieutechnologie is maar een relatief klein deel van de biotechnologie.
Technopoles zijn Franse "brainparks", liggen vaak bij universiteiten of andere onderzoeksinstellingen, en zijn met name gericht op de farmacie.
De belangrijkste regio's waar biotechnologie aanwezig is, zijn:
Ile de France, met informatica, chirurgische apparatuur en genetisch onderzoek.
Rhône-Alpes, met geneesmiddelen, veterinaire producten en vaccins.
Elzas, waar een samenwerkingsverband van Franse, Duitse en Zwitserse onderzoekers gevestigd is, genaamd BioValley.
Nord/Pas de Calais, met voornamelijk bloedonderzoek rond het CHRU in Lille, het grootste academische ziekenhuis van Europa.
Toulouse en Montpellier, met veel agrarisch onderzoek.

ICT-sector



De totale ICT-sector is onder te verdelen in drie subsectoren: informatica, telecommunicatie en elektronica. Tot 2000 groeide de ICT-sector in Frankrijk met maar liefst 10% per jaar en had in 1999 een omzet van 148 miljard euro en bood plaats aan meer dan 710.000 werknemers. De telecomsector kende in 2001 een dramatische terugval. In 2000 droeg de sector voor maar liefst 20% bij aan de totale groei van de Franse economie.
De Franse ICT-industrie groeit sterk en realiseerde in 2000 een omzet van 72 miljard euro, een groei van 20% ten opzichte van 1999.

De Franse ICT-industrie in 1999
Deelsector omzet in miljarden bedrijven werknemers
Informatie 13,4 63 38.000
Elektronische
Onderdelen 12,9 284 61.000
Elektronica 3,3 55 13.500
Telecom 16,8 202 74.500
Kabels etc. 2,7 53 18.000
Meet- en
Controleapparatuur 10,7 520 70.000

Medische sector



De omvang van de Franse markt voor medische apparatuur bedroeg in 1999 3,6 miljard euro. In 1990 was de groei echter beduidend minder dan in de voorafgaande jaren. De sector is onder te verdelen in twee deelsectoren: röntgenapparatuur en medisch chirurgische apparatuur. De deelsector röntgenapparatuur is zeer geconcentreerd en het grootste bedrijf neemt 80% van de omzet in de branche voor zijn rekening. De meeste bedrijven in de medisch-chirurgische sector behoren tot het midden- en kleinbedrijf. In 2000 waren er 235 bedrijven in deze sector actief en zijn boden werk aan iets meer dan 23.000 werknemers. De meeste bedrijven zij te vinden in Ile-de-France en Rhône-Alpes.
Nederland was in 1999 met 9,3% van de totale import na de Verenigde Staten (27,9%) en Duitsland (17%) de derde leverancier van medische apparaten op de Franse markt.

Omzet van de belangrijkste medische producten (in miljard euro)

1999 2000

röntgenapparatuur 508 575
Medisch-chirurgische
apparatuur 1852 1941
Medisch meubilair 191 223
Apparaten en instrumenten 974 1044
Orthopedisch materiaal en
protheses 560 556
Tandheelkundig materiaal 111 106

Bouw- en infrastructuur



De waarde van de totale productie in de bouwsector in 2000 bedroeg 130 miljard euro. In 2000 werd er in totaal begonnen met de bouw van 311.000 nieuwe woningen, waarvan 60% in de privé-sector.
Wat betreft de non-residentiële bouw werd er in 2000 voor meer dan 40 miljoen m2 aan nieuwe bouwprojecten begonnen.

De aanleg van infrastructuur behaald in 2000 een omzet van meer dan 36 miljard euro. De groei werd voornamelijk gerealiseerd door de lokale overheden en privé-opdrachtgevers. Daarnaast investeerden "Energie de France" en "Gaz de France" veel in hun infrastructuur.

In de gehele sector zijn ca. 1,6 miljoen personen werkzaam.

Machine-industrie



De Franse markt voor machines en gereedschap bedroeg in 2000 1,9 miljard euro en komt wereldwijd met 4% van de markt op de zevende plaats. Binnen Europa komt Frankrijk na Duitsland en Italië op de derde plaats met 10% van de markt.
In totaal zijn er 6500 personen werkzaam bij ongeveer 100 machineproducenten
De omzet van landbouwmachines is de grootste in Europa met 3,8 miljard euro. Deze sector heeft een handelstekort van meer dan 1 miljard euro wat veroorzaakt wordt door de grootschalige import van oogst- en grasmaaimachines.

Chemie en kunststoffen



De omzet van de chemische industrie in Frankrijk bedroeg in 2001 85 miljard euro en hiermee is deze sector na de automobielsector de grootste van het land. Op wereldniveau met Frankrijk met ca. 5% van de mondiale productie de vierde plaats in, na de Verenigde Staten, Japan en Duitsland. In totaal zijn er ca. 240.000 personen werkzaam in de chemische sector in meer dan 2100 bedrijven.

Marktomvang chemie per deelsector (2000)
Medicijnen 31%
Organische chemie 25%
Parachemie 17%
Zeep, parfum etc. 16%
Anorganische chemie 8%
Farmaceutische basis-
producten 3%

In 2001 werd 59% van de totale omzet gerealiseerd uit export, in totaal meer dan 50 miljard euro. Het handelsoverschot van de sector bedroeg in 2002 ca. 10 miljard euro.

Voornaamste exportmarkten (2000) voornaamste importmarkten (2000)
Europese Unie 63% Europese Unie 71%
Verenigde Staten 8% Verenigde Staten 13%
Afrika 5% overige OESO-landen 6%
Overige OESO-landen 5%
Azië (minus Japan) 5%

Metaal(bewerkings)industrie



De Franse staalindustrie produceert voornamelijk halffabrikaten. Het aantal arbeidsplaatsen in deze sector is de laatste decennia sterk verminderd van 139.000 in 1980 naar 40.000 in 1999.
In 2000 produceerde Frankrijk bijna 21 miljoen staal en stond hiermee wereldwijd op de elfde plaats. In Europa komt Frankrijk na Duitsland en Italië op de derde plaats. Het handelsoverschot bedroeg in 1999 777,5 miljoen euro. De lidstaten van de EU zijn de belangrijkste handelspartners met 92% van de import uit voornamelijk België en Duitsland en 83% van de export naar met name Italië, Duitsland en Spanje.

Transportmiddelenindustrie



Citroen In 2001 bedroeg de wereldwijde productie van Franse auto's bijna 5,5 miljoen eenheden. Bijna de hele productie kwam voor rekening van PSA Peugeot Citroën met 57,5% en Renault met 41,4%. Het Franse wagenpark telde in 2001 bijna 34 miljoen auto's, waarvan meer dan 28 miljoen personenauto's. In de Franse automobielindustrie werken ca. 320.000 personen, waaronder eenderde in de toeleveringsindustrie. De export van auto's bedroeg in 2000 42,5 miljard euro, de import bedroeg 32,7 miljard euro.

De totale omzet van de Franse luchtvaartindustrie bedroeg in 2000 bijna 25 miljard euro. Driekwart van de omzet wordt behaald uit de burgerluchtvaart en een kwart uit defensie. De uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling bedroegen in 2000 3,6 miljard euro. De meeste orders komen uit Europa, de Verenigde Staten, Canada en het Midden-Oosten.

De omzet van de spoorwegindustrie bedroeg in 2000 meer dan 1,6 miljard euro, waarvan 37% werd geëxporteerd.
In de vaartuigenindustrie zijn 3000 bedrijven werkzaam die in 1999 een omzet realiseerden van meer dan 2,3 miljard euro.

Verpakkingsindustrie



De verpakkingsindustrie is een voorname sector in Frankrijk, want met een omzet van meer dan 16,5 miljard euro te vergelijken met de telecom-, lucht- en ruimtevaartsector. De voedingsmiddelenindustrie is de belangrijkste afnemer van verpakkingen en verder cosmetica- en gezondheidsindustrie. De belangrijkste regio's voor de verpakkingsindustrie zijn Rhône-Alpes, Ile-de-France, Haute-Normandië en Picardië. In deze sector zijn bijna 30.000 mensen werkzaam. De voornaamste handelspartners zijn Duitsland, Italië, België, Spanje en Groot-Brittannië.

Kerncijfers verpakkingsindustrie 1999
Aantal ondernemingen werknemers omzet(miljard euro)
Plastic 286 36.000 4,8
Papier/karton 342 39.600 5,7
Glas 19 14.600 2,2
Metaal 60 13.600 2,5
Hout 234 11.200 1,3

Voedings- en genotmiddelenindustrie



De producten van de voedingsmiddelenindustrie worden voornamelijk afgezet op de binnenlandse markt waardoor deze sector minder vatbaar is voor economisch slechtere tijden. Er is een groot exportoverschot van wijn, zuivelproducten, champagne en mousserende wijnen. Frankrijk importeert vooral conserven, vleesproductenoliën en vetten. In deze sector zijn meer dan 500.000 personen werkzaam, waarmee de sector bijna 15% van de arbeidsplaatsen van de totale industriële sector herbergt.

Handel



Frankrijk is na Duitsland de grootste exporteur van West-Europa en staat op dit moment 4de op de wereldranglijst. Handelsbetrekkingen worden hoofdzakelijk met de andere EG-landen onderhouden en verder met geassocieerde staten. De belangrijkste handelspartners zijn Duitsland, België en Luxemburg, Italië, Nederland, Spanje en de Verenigde Staten. Ongeveer een zesde van de buitenlandse handel vindt plaats met Duitsland. Sinds 1999 is Spanje na Duitsland en Groot-Brittannië de derde exportmarkt voor Frankrijk. Buiten Europa is de Verenigde Staten de voornaamste handelspartner. De export naar Oost-Azië bedraagt slechts enkel procenten van het totaal.
In 2000 werd er voor in totaal 382,7 miljard euro ingevoerd, en daarvan kwam voor 24,5 miljard euro uit Nederland. De totale uitvoer uit Frankrijk bedroeg in 2000 40,5 miljard euro waarvan naar Nederland voor 12,3 miljard werd uitgevoerd.

De export bestaat vooral uit agrarische producten als wijn, graan, boter en kaas, en verder halffabrikaten, machines, apparaten en auto's. De auto-industrie ondervindt echter sterke concurrentie van de Japanse auto-industrie. Belangrijke importgoederen zijn grondstoffen en energiebronnen, halffabrikaten, industriegoederen en agrarische producten (vooral tropische producten, katoen en wol). Frankrijk kampte tot 1992 met een tekort op de handelsbalans, vnl. door de slechte concurrentiepositie die de industrie van het land inneemt ten opzichte van die in andere, westerse landen. Sinds 1992 laat de handelsbalans een overschot zien. In 2000 daalde het overschot sterk, waarna het voor 2001 weer licht steeg. Deze ontwikkeling is vooral te wijten aan de stijgende en dalende olieprijzen.

Buitenlandse handel in miljarden dollars
Uitvoer invoer saldo
1997 286,1 259,2 26,9
1998 303,0 278,1 24,9
1999 300,1 282,1 18,0
2000 295,5 294,4 1,1
2001 281,1 279,2 1,9

Verkeer



TGV Frankrijk bezit een goed uitgebouwd verkeersnet, dat wat spoorwegen en wegen betreft radiaal naar Parijs gericht is.

Het wegennet omvat 964.000 km, waarvan ca. 8.600 km autosnelweg (met veelal tolbetaling) en 29.000 km hoofd- en nationale wegen. De Franse regering heeft een "masterplan" opgesteld om de snelwegen met nog eens 5.000 km uit te breiden. Ook wil men meer Trans-Pyrenese tunnels voor een beter verbinding met Spanje.
Het goederentransport gaat voor 60% over de weg.

Het spoorwegnet omvat ca. 35.000 km spoor (80% geëlektrificeerd) waarvan bijna 1300 kilometer deel uitmaakt van het speciale TGV-netwerk oftewel de hogesnelheidslijn, en is vooral in Noord-Frankrijk vrij dicht. Sinds 1981 rijdt de supersnelle TGV-trein (Train à Grande Vitesse) die steden als Lyon, Bordeaux en Nice, maar ook Brussel en Amsterdam op korte afstand van Parijs brengt. Zie
Er zijn uitbreidingen voorzien via Straatsburg naar Duitsland en naar Spanje en Italië. In 1997 werd 52,6 miljard ton vracht per kilometer spoorlijn vervoerd en de spoorwegen namen in 2000 26,5% van het goederenvervoer voor hun rekening tegen 62% in 1958. De neergang is te verklaren door de grote toename van het wegtransport.
In 1987 werd begonnen met de bouw van de Kanaaltunnel, die Frankrijk met Engeland verbindt. De Kanaaltunnel loopt tussen het Franse Calais en het Britse Folkestone, is door Franse en Britse ingenieurs ontworpen en werd in 1994 geopend. Het is een 50 kilometer lange spoortunnel die onder het Nauw van Calais doorloopt. De overtocht tussen de twee landen vergt nu nog maar 35 minuten. De rit Parijs-Londen duurt 2.30 uur, Brussel-Londen 2.40 uur.

De binnenvaart beschikt over een net van 8600 km waterwegen. Het grootste deel van dit net is echter slechts geschikt voor de wat kleinere schepen en is praktisch buiten gebruik. De binnenscheepvaart neemt dan ook maar 4% van het goederentransport voor haar rekening. Een druk verkeer en vervoer kennen echter de Seine, de gekanaliseerde Rijn en de Moezel, de meeste kanalen van Noordoost-Frankrijk en het in 1988 gerealiseerde Rhône–Rijnkanaal, dat Rotterdam met de Middellandse Zee verbindt. Verschillende nieuwe waterwegen zijn in aanbouw, o.a. Seine–Noord-Oost, die Parijs met Lille en de Moezel moet verbinden, en Middellandse Zee–Rijn, die een hoge prioriteit heeft. De belangrijkste binnenhavens zijn Parijs, Rouen en Straatsburg.

De handelsvloot is voor een belangrijk deel staatsbezit en van de vele zeehavens zijn Le Havre, Duinkerken en Nantes-St.-Nazaire de belangrijkste. Marseille is echter de belangrijkste haven voor Frankrijk c.q. het Middellandse Zeegebied en is de derde haven van Europa.

Air France, voor 70% staatseigendom, is de grootste luchtvaartmaatschappij. UTA richt de meeste van zijn vluchten op Afrika en Air Inter verzorgt het binnenlands vliegverkeer. De belangrijkste luchthavens zijn: Charles de Gaulle, Orly en Le Bourget (gesloten voor internationaal verkeer) bij Parijs en de luchthavens van Nice als derde internationale luchthaven, Lyon en Marseille. Regionale luchthaven worden steeds meer gebruikt voor internationale vluchten; ten oosten van Parijs is een speciaal vliegveld voor luchtverkeer, Europort. De plannen zijn om in 2020 een derde luchthaven in de regio Parijs te openen: Chaulnes-Vermandovilliers, 130 kilometer ten noorden van Parijs in het departement Somme.

Toerisme



Algemeen



Frankrijk is de belangrijkste vakantiebestemming op wereldniveau wat betreft het aantal bezoekers en wordt gevolgd door de Verenigde Staten en Spanje. In 2001 kwamen er 76,5 miljoen internationale toeristen in Frankrijk en de Franse overzeese gebieden, en dat is ruim 10% van het mondiale volume. In 1990 bedroeg het aantal toeristen 52 miljoen. Na Duitsers maken Belgen, Nederlanders en Engelsen het grootste deel van het totale aantal toeristen uit.
De toeristenindustrie vertegenwoordigt 7% van het nationale inkomen en is een kernsector van de Franse economie. In 2001 werkten er bijna 735.000 mensen in de horeca (2 miljoen directe en indirecte arbeidsplaatsen) en er zijn ca. 215.000 bedrijven waarvan 94% met minder dan 10 werknemers. DE helft van de arbeidsplaatsen in de toeristensector betreft seizoenswerk.
De toeristische activiteiten zijn erg ongelijk verdeeld over het Franse grondgebied. De helft van de arbeidsplaatsen is geconcentreerd in drie regio's: Ile-de-France, Rhône-Alpes en Provence-Alpes-Côte d'Azur. De meest bezochte attracties zijn Disneyland Parijs (12 miljoen bezoekers), de Eiffeltoren (6 miljoen), het Louvre (6 miljoen) en het Centre Pompidou (5 miljoen).
Overheid en bedrijfsleven proberen de toeristenstroom wat evenwichtiger te herverdelen over regio's en te verspreiden over het hele jaar. Zo wordt bijvoorbeeld het "groene" toerisme (o.a. kamperen bij de boer) en nieuwe vormen van toerisme zoals stedentoerisme en thematische reizen meer te ontwikkelen.

In 2000 kwamen er 1,6 miljoen toeristen naar de Franse Antillen (Martinique en Guadeloupe), Guyana, Réunion, Nieuw-Caledonië, Frans-Polynesië, en Wallis en Futuna. 80% daarvan waren Fransen. Het toerisme genereert in de overzeese gebieden 32.000 arbeidsplaatsen.

Bezienswaardigheden



Ronchamp Over heel Frankrijk zijn de restanten te bewonderen van de rijke geschiedenis van het land, die teruggaat tot de prehistorie. Ongeveer 15.000 v.Chr. leefden in Zuid-Frankrijk de vroegste bewoners van het land. Ze woonden in grotten en brachten daar onder meer bij Lascaux wandschilderingen aan die wereldberoemd werden. In Bretagne hebben stammen omstreeks 1500 v.Chr. monumenten opgericht die bestaan uit gigantische stenen, dolmens of menhirs genaamd.
In 51 v.Chr. veroverden de Romeinen onder leiding van Julius Caesar het huidige Frankrijk, dat toen Gallië heette en eeuwenlang was het een Romeinse provincie. Vooral in het zuidoosten van Frankrijk zijn er in steden als Arles, orange en Nîmes nog amfitheaters te vinden.
In de 12e eeuw kwam de Romaanse bouwkunst op. Kloosters en kerken werden gebouwd naar het voorbeeld van Romeinse basilieken. Hieruit ontwikkelde zich de gotische bouwkunst, die zich vanuit Frankrijk over heel Europa zou verbreiden. Er zijn in Frankrijk nog ongeveer 60 gotische kathedralen die rijk versierd zijn met beeldhouwwerk en gebrandschilderde ramen. De beroemdste kathedralen staan in Amiens, Reims, Parijs (Notre Dame), Chartres en Beauvais.
Rond 1500 kwam de Franse kunst onder invloed van de Italiaanse renaissance te staan. De klassieke oudheid werd een bron van inspiratie. In deze periode zijn veel kastelen langs de Loire gebouwd. Later verrees het Louvre in Parijs, dat lange tijd het paleis van de Franse koningen is geweest.
De 17e eeuw was de bloeiperiode van de Franse kunst. De stijl uit die tijd wordt het classicisme genoemd. In Versailles werkten beroemde architecten, schilders en beeldhouwers aan het paleis, dat jaarlijks honderdduizenden bezoekers trekt. Koning Lodewijk XIV liet in Parijs een gasthuis bouwen voor gewonde soldaten, het Hôtel des Invalides, waar Napoleon Bonaparte begraven ligt. Het geldt als hét meesterwerk van de classicistische periode.
In de tweede helft van de 18e eeuw werd in Parijs onder andere het Panthéon gebouwd. In het begin deed het dienst als kerk, later werd het een rustplaats voor beroemde Fransen zoals Victor Hugo, Voltaire, Jean-Jacques Rousseau en Emile Zola.
Toen in 1889 in Parijs de Wereldtentoonstelling werd gehouden, ontwierp ingenieur Eiffel speciaal voor die gelegenheid een ijzeren toren van 300 meter hoog, die later bekend werd als Eiffeltoren. Nog steeds beheerst dit bouwwerk het beeld van Parijs en trekt jaarlijks miljoenen bezoekers.
In de 20e eeuw heeft de Franse architectuur zich ontwikkeld tot een van de meest vooraanstaande in de wereld. Zo zijn de gebouwen van Le Corbusier in veel landen te vinden. Een voorbeeld van zijn stijl is de bedevaartkerk Notre-Dame-du-Haut in Ronchamp uit 1955. In Parijs zijn veel bouwwerken verrezen die typerend zijn voor deze eeuw, zoals het Centre Pompidou, waarin allerlei culturele instellingen zijn gevestigd.

FRANKRIJK LINKS

• Aanbod vakantiehuizen Frankrijk particulier
• Parijs.nl - Voordelige stedentrips en hotels
• Particuliere vakantiehuizen in de Dordogne
• Villatour Frankrijk
• Parijs Hotels
• Autohuur Frankrijk
• Vakantie Frankrijk info op Reisgraag.nl
• Alpicasa - Vakantie in de Drôme
• Vakanties naar Frankrijk? Kijk bij Reizenportal.nl
• Vakantiehuisjes in Frankrijk, zo gevonden bij Reizenportal.nl
• Wintersport in Frankrijk - kijk hier voor aanbiedingen
• Frankrijkvakanties.EU
• Meer dan 10.000 woningen te koop in het buitenland bij HuisEnAanbod.nl
• Werelds.nl - Online reisbureau
• Vakantie-wintersport.nl - online wintersport reisbureau
• Frankrijk Hypotheek
• Vakantie-frankrijk.nl: Alles over vakantie in Frankrijk
• Stedenreis Parijs
• Frankrijk Hotels
• PropertyPortal.nl - Dé Portal voor wonen en het kopen van een tweede huis in Frankrijk
• Yoruit - Vakantie Frankrijk


Campersite Frankrijk (N)
Cannes Reisfoto's
Cursus Frans (N)
Fietsreisverslag Frankrijk (N)
Fort de Fermont (Maginotlinie)
Frankrijk 1World2Travel (E+N)
Frankrijk Eigenpage (N)
Frankrijk Forumplein (N)
Frankrijk Foto's
Frankrijk Foto's (2)
Frankrijk Foto's (3)
Frankrijk Foto's (4)
Frankrijk Foto's (5)
Frankrijk Foto's Kees Hulsen
Frankrijk Minbuza (N)
Frankrijk Nu (N)
Frankrijk Reisbijbel (N)
Frankrijk Reisfanaten (N)
Frankrijk Reisforum (N)
Frankrijk StartBelgië (N)
Frankrijk Startnederland (N+E)
Frankrijk Travelmarker (N)
Frankrijk Travelphotos
Frankrijk Vakantieland (N)
Frankrijk Verzamelgids (N)
Frankrijk Zappsite (N)
Frankrijk-Vakantie Jouwpagina (N)
Franse Alpen Foto's
Gave Plaatsen In Frankrijk (N)
Het Frans verkeersbureau in Nederland (N)
Jeugdherberg Frankrijk Pagina (N)
Lies en Teije's Reiswebsite (N+E)
Parijs Cityspotters (N)
Parijs Foto´s
Parijs Fotoreportage
Parijs Reisforum (N)
Parijs Reisstart(N)
Parijs Reisverslag (N)
Parijs Reisverslag en Foto's (N)
Photo Locations for Travel and Landscape Photography
Puylagorge vrijwilligers (N)
Recepten Frankrijk (N)
Reisfotografie (N)
Romans over Frankrijk (N)
Routeplanners Frankrijk (F)
Sociaal Netwerk Nederlanders in Frankrijk (N)
Startpagina Frankrijk(België) (N)
Starttips Frankrijk (E+N)
Telefoongids Frankrijk
Toerisme Frankrijk (N)
Vakantiefoto's Frankrijk
Wereldreisgids Frankrijk (N)
Willgoto Frankrijk (N)
Wonen en leven in Frankrijk (N)

Hotels in FRANKRIJK

  Saint-Laurent-du-Var   Montivilliers   Leuc   Quimperlé
  Lomme   Siran   Dax   Méribel
  Aurillac   Valence   Bagnères-de-Luchon   Dieffenthal
  Argelès-Gazost   La Garde   Avrillé   Monthieux
  Figeac   Seilh   Roanne   Saint-Martin-sur-le-Pré
  Alle Hotels in FRANKRIJK
Artikelen over FRANKRIJK
  Frankrijk Fietsvakantie 2   Frankrijk Fietsvakantie

Bronnen

Bailey, R. / Frankrijk
Kosmos-Z&K, 2000

France
Lonely Planet, 2001

Frankrijk
Van Reemst, 1999


laatst bijgewerkt mei 2008
Samensteller: Geert Willems




 
Win gratis tickets
Hotels
Vakanties
Stedentrips
Zonvakanties
Vakanties Ardennen
Aanbiedingen
Turkije lastminutes
Villa's in Ardennen
Wintersport
Camper