Economie en Toerisme
PREVIEW - UITGEBREIDE BESCHRIJVING VOLGT
De Ghanese economie steunt met name op de landbouw: landbouw draagt voor 40-45% bij aan het BNP. Goud, cacao en hout zijn de meest belangrijke exportproducten. De Ghanese economie is extreem gevoelig voor droogten, plagen en internationale prijsfluctuaties. Zo was Ghana in de jaren ’60 van de vorige eeuw de grootste cacao producent ter wereld. Ivoorkust nam echter de leidende positie over nadat de cacao teelt door plantenziektes en inefficiëntie geplaagd werd. De twee grote havens van Ghana, Takoradi in het westen en Tema bij Accra, drijven nog steeds voor een groot deel op de overslag van cacao.
Ghana kampt eveneens met energietekorten, hetgeen in 1998 nog tot een acute crisis leidde, als gevolg waarvan zowel industrieën als huishoudens op rantsoen gesteld werden. In 1999 en 2000 zorgden sterk gedaalde wereldmarktprijzen voor cacao en goud voor tegenvallende overheidsinkomsten. Daarnaast hadden de gestegen prijzen van olie-importen een forse stijging van de overheidsuitgaven tot gevolg. Deze combinatie van factoren leidde tot een sterk verslechterde betalingsbalans in 2000 en 2001. De laatste jaren kan Ghana weer profiteren van de stijging in cacaoprijzen.
Hervormingsbeleid
Ghana kent een lange geschiedenis van structurele aanpassing. Ten tijde van de onafhankelijkheid waren de economische perspectieven voor Ghana gunstig; het land kende een relatief hoge levensstandaard. De regering van Nkrumah streefde naar snelle industrialisatie gefinancierd door de staat met exportinkomsten. Ontoereikende planning en een daling van de wereldmarktprijs voor cacao gooiden echter roet in het eten. Een oplopend begrotingstekort was het gevolg. Tekorten werden opgevangen door het eigen bancaire systeem, hetgeen leidde tot een overgewaardeerde cedi, tekorten aan deviezen, hoge inflatie en daarmee afname van productie. Niet alleen had dit vernietigende gevolgen voor de exportsector (had Ghana begin jaren '70 nog een derde van de wereldmarkt voor cacao in handen, in 1990 was dit aandeel tot 13% gedaald), ook de bevoorrading van de binnenlandse markten kwam onder zware druk te staan. Zo was het in de loop van de jaren '70 nodig voedselimporten te verviervoudigen.
Het economisch mismanagement hield aan tot halverwege de jaren tachtig. Om de neerwaartse spiraal te doorbreken lanceerde de regering Rawlings, in overleg met de Wereldbank en het IMF, in 1983 het Economic Recovery Programme (ERP), waarin een begin werd gemaakt met het stimuleren van direct productieve activiteiten en de exportsector, liberalisering van de wisselkoers, herstel van de monetaire en fiscale discipline en aanmoediging van particuliere besparingen en investeringen. De eerste voorzichtige successen van dit programma werden vanaf 1986 verder verdiept en geconsolideerd door twee fasen van een structureel aanpassingsprogramma (SAP) en aanpassingsprogramma's in de financi ële, particuliere en landbouwsector, alle in samenwerking met Wereldbank en IMF.
Ghana heeft, enkele perioden van terugval uitgezonderd, een goede reputatie opgebouwd in het uitvoeren van deze aanpassingsprogramma's; in het algemeen wordt redelijk de hand gehouden aan de gestelde doelen en tijdslimieten. Verworvenheden zijn de volledige liberalisatie van handel en wisselkoers, hervormingen in de fiscale, monetaire, financiële en publieke sectoren en privatisering van staatsondernemingen. Hierdoor kende het BNP in de periode 1986-1993 een gemiddelde reële groei van 4,7% per jaar en nam de inflatie af van 122% in 1983 tot 40% in 1987 en 10% in 1992.
In de aanloop naar democratische verkiezingen (in 1992 en 1996) liep het hervormingsproces vertraging op. De overheidsuitgaven (m.n. salarissen in de publieke sector) stegen aanzienlijk. De begrotingstekorten die hieruit voortvloeiden, werden monetair gefinancierd met als gevolg toenemende inflatie die opliep tot meer dan 60%.
1997 was een keerpunt: de Ghanese overheid nam het hervormingsprogramma wederom met verve ter hand. 1998 liet positieve resultaten zien, ondanks de energiecrisis die het land teisterde. In dit jaar werden verschillende structurele hervormingen doorgevoerd: zo werden de tarieven voor elektriciteit en water sterk verhoogd, werd BTW (van 10%) ingevoerd, werd een Medium-Term Expenditure Framework (MTEF) aangenomen en de Ghana Oil Company te koop aangeboden. De strategie voor 1999 en 2000 was er vervolgens op gericht de macro-economische stabiliteit die in 1998 werd gerealiseerd, te consolideren en tegelijkertijd de structurele hervormingen (gericht op reële groei en armoedebestrijding) door te zetten. Prioriteit ging uit naar liberalisatie van de cacao en energie sectoren, versnelde privatisering van staatsbedrijven, versterking van het bancaire systeem, uitvoeren van hervormingen binnen de publieke sector en verdere handelsliberalisatie. Het zat Ghana in 1999 echter niet mee: het land onderging een handelsbalanscrisis door de sterk gedaalde wereldmarktprijzen voor cacao en goud en de gestegen olieprijzen. De overheid liep hierdoor belangrijke inkomsten uit export mis en was meer geld kwijt aan importen.
Hoewel Ghana vorderingen maakte in het macro-economisch hervormingsprogramma in 2001, duurde de slechte economische situatie voort tot eind 2001. De regering van Kufuor was genoodzaakt bij haar aantreden in 2001 een aantal onpopulaire maatregelen te treffen om lang uitgestelde, maar nodige, prijsverhogingen door te kunnen voeren. Zo zijn de brandstof- en waterprijzen fors verhoogd in 2001 (+60%). Ook heeft de regering Kufuor in februari 2003 nogmaals de brandstofprijzen aangepast waardoor de benzineprijzen die maand met 90% zijn gestegen.
Zowel de Wereldbank als het IMF ondersteunen de Ghanese regering in haar pogingen de benodigde fiscale, monetaire en structurele maatregelen te nemen om het aanpassingsprogramma van Ghana ‘on track’ te houden.
Voor economische groei en armoedevermindering is de zware schuldenlast van Ghana een kritische factor. De totale buitenlandse schuld bedroeg in 2002 US$ 7,2 miljard. Ghana heeft begin 2001 besloten zich aan te sluiten bij het HIPC-initiatief (Heavily Indebted Poor Countries). Dit initiatief richt zich op de kwijtschelding van de buitenlandse schuld.
Begin 2003 is de laatste hand gelegd aan de definitieve PRSP (Poverty Reduction Strategy Paper), het nationale armoedebestrijdingsplan van de regering. In Ghana heet dit plan de Ghana Poverty Reduction Strategy (GPRS) en geeft de prioriteiten weer van de Ghanese regering in haar strijd tegen de armoede in het land. Tevens dient dit plan als leidraad voor de ontwikkelingsprogramma’s van de donorlanden, de Wereldbank en het IMF. Eind april 2003 is het document voorgelegd aan de bestuurders van de Wereldbank en het IMF, die een adviserende rol hebben gespeeld. Hiermee is een belangrijke stap gezet naar een verdere schuldverlichting van het HIPC-initiatief. Inmiddels is het vervolg, het GPRS II, over de jaren 2006-2009 in november 2005 gepubliceerd.
GHANA LINKS
Ghana 1World2Travel (E+N)
Ghana Reisbijbel (N)
Ghana Startnederland (N+E)
Ghana Verzamelgids (N+E)
Romans over Ghana (N)
Telefoongids Ghana
Willgoto Ghana (N)
Schrijf uw artikel over GHANA
Bronnen
CIA World Fact Book
Website Ministerie van Buitenlandse Zaken
Elmar Landeninformatie
laatst bijgewerkt mei 2008
Samensteller: Arie Verrijp