Vóór de onafhankelijkheid in 1961 van India was de Goaanse economie voornamelijk gebaseerd op de visserij, de landbouw en de export van producten als rubber en hout. Omdat er geen markt was voor de productie van goederen, was de industriële ontwikkeling minimaal en bestond uit vis- en fruitconserven- industrie en wat kleine fabriekjes. Het gemiddelde inkomen van een arbeider lag toen op ongeveer 434 Indiase roepia’s per jaar. Op dit moment ligt dat inkomen op ongeveer 18.000 Indiase roepia’s per jaar en daarmee is Goa een van de welvarendste deelstaten van India.
Sinds Hongkong weer bij China hoort gaan er stemmen op in India om van Goa een vrijhaven en vrijhandelszone te maken. Goa zou dan een zelfregulerende stadstaat à la Hongkong worden onder supervisie van de regering in New Delhi. Actiegroepen zijn echter bang dat er van het oorspronkelijke Goa niet veel meer zal overblijven en willen daarom een referendum houden over dit onderwerp.
De huidige welvaart is voor een groot gedeelte te danken aan de ontwikkeling van de industrie. Na de onafhankelijkheid van India werden er voor Goa een aantal goede plannen gemaakt om investeerders aan te trekken. De industriële groei vorderde aanvankelijk moeizaam maar tussen 1973 en 1981 groeide het aantal industriële bedrijven van 702 naar 2229 en op dit moment zijn er ca. 6500 kleine industriële bedrijven die ongeveer 40.000 mensen in dienst hebben. Verder zijn er nog meer dan 200 grote bedrijven die 20.000 werknemers hebben.
Deze snelle groei heeft wel een aantal negatieve neveneffecten. Zo zijn er problemen met het milieu en verder staat de werkgelegenheid van de Goaanse bevolking onder druk vanwege het toenemend aantal immigranten uit andere staten die veelal tegen veel lagere lonen werken dan de “eigen” bevolking.
Meer dan de helft van de bevolking van Goa is wel op een of andere manier betrokken bij de landbouw. Slechts weinigen zijn er echter volledig van afhankelijk voor hun dagelijks brood. Voornaamste redenen hiervoor zijn het geringe aantal hectares per bedrijf en de gebrekkige irrigatie van de droge grond.
Mijnbouw, voornamelijk in het noorden van Goa, startte in 1905 op beperkte schaal en stopte alweer snel tussen de twee wereldoorlogen. Na de onafhankelijkheid van India in 1961 werd de mijnbouw weer hervat en groeiden sommige bedrijven uit tot de grootste en belangrijkste van India.
De belangrijkste mijnbouwproducten zijn ijzererts, mangaanerts en bauxiet. Het ijzererts wordt voornamelijk naar Japan geëxporteerd hoewel het van matige kwaliteit is.
Andere, minder belangrijke mijnbouwproducten zijn o.a. kalksteen en porseleinaarde. De wat dieper gelegen aders zijn van een nog slechtere kwaliteit en moeilijk te exploiteren. Het is daarom nog maar de vraag of de mijnbouw nog lang rendabel zal zijn. Een onzekere toekomst dus voor de 8.000 mensen die direct afhankelijk zijn van de mijnbouw en de 20.000 mensen die er indirect van afhankelijk zijn. Zo is bijvoorbeeld de haven van Mormugao voor 90% afhankelijk van de export van het ijzererts.
| Jaipur | Darjeeling | Ghaziabad | Goa |
| Kanpur | Shillong | Puri | Lucknow |
| Cochin | Bangalore | Mahabalipuram | Calcutta |
| Delhi | Kovalam | Bombay | Ahmedabad |
| Srinagar | New Delhi | Palghat | Tirupati |
| Alle Hotels in GOA | |||
Olden, M. / Goa : Hampi, Bombay en Poona Thomas, B. / Goa
Elmar, 2001
Lonely Planet, 2000