Economie en Toerisme
Algemeen
Griekenland is al sinds de oudheid een agrarisch land, maar halverwege de jaren zestig werden de industrie en de dienstverlenende sector (toerisme!) steeds belangrijker. In 1965 was zelfs nog 47% van de beroepsbevolking in de landbouw werkzaam; in 2002 was dit teruggelopen naar 17%. Toch is dit percentage nog zeer hoog vergeleken bij de andere EU-landen, waar gemiddeld nog maar 7% van de bevolking in de landbouw werkzaam is. De industrie wordt gedomineerd door kleine bedrijven terwijl de grote bedrijven veelal in handen zijn van de overheid.
De inflatie bedroeg in de periode van 1985 tot 1994 15,5% gemiddeld per jaar. In 2000 bedroeg deze 3,1%.
De begroting van 1998 stond in het teken van het terugdringen van het begrotingstekort naar 3% van het bruto binnenlands product. Dit was een van de voorwaarden om mee te mogen doen met de Europese Monetaire Unie. In 1998 werd besloten de drachme op te nemen in het Europees Monetair Stelsel en in 200 vroeg Griekenland officieel het lidmaatschap van de EMU aan.
De Griekse economie blijft echter een van de minst ontwikkelde binnen de EG en de betekenis van sectoren als computertechnologie en elektronica is nog maar zeer gering. Ter bevordering van de ontwikkeling en diversificatie van m.n. de landbouw ontvangt Griekenland dan ook grote bedragen uit de regionale ontwikkelingsfondsen. In het binnenland wordt de nadruk gelegd op de ontwikkeling van de middelgrote steden (o.a. Patras, Volos en in het noorden Xanthi, Kavalla en Alexandroupolis). Hiermee wordt onder andere geprobeerd de verdere groei van Athene te beperken.
In dit kader past ook het verbod nog meer industrieën te vestigen in het bekken van Attica. Bij de industriële ontwikkeling wordt nadruk gelegd op de productie van halffabrikaten.
De regering Karamanlis heeft in 2004 na een inventarisatie van de Griekse economie, alle begrotingen na 2000 naar beneden aangepast. De regering heeft beloofd het begrotingstekort in 2006 weer onder de 3%-grens te brengen en structurele aanpassingen te zullen doorvoeren. Dit is inmiddels gelukt. De staatsschuld wordt in voldoende mate verminderd en de overheidsinkomsten zijn de laatste maanden fors gestegen. De hoofddoelstellingen van de regering zijn de verbetering van de concurrentiepositie en een betere absorptie van de structuurfondsen. Griekenland is zeer afhankelijk van de structuurfondsen van de EU. Men streeft bovendien naar een snelle doorvoering van privatiseringen, een vermindering van de werkloosheid, de ondersteuning van het MKB en het aantrekken van buitenlandse investeringen.
Landbouw, veehouderij, bosbouw en visserij

Niet meer dan 26,5% van de totale bodemoppervlakte van Griekenland is in cultuur gebracht en daarvan wordt maar ca. 40% geïrrigeerd. Verder wordt 40% van het land als weidegrond benut. De grote landbouwgebieden bevinden zich in Centraal- en Noord-Griekenland. De landbouwbedrijven zijn over het algemeen niet groter dan 10 ha die ook nog verspreid zijn over versnipperde percelen. Griekenland telt ongeveer 860.000 landbouwbedrijven met een gemiddelde bedrijfsgrootte van ca. 3,5 ha. De helft van deze bedrijven is gelegen in de bergstreken en op de eilanden. Grootgrondbezit komt al helemaal niet voor. Van het landbouwareaal wordt 60% voor de akkerbouw benut.
De Griekse landbouw produceert vooral voor de export en de belangrijkste producten zijn citrusvruchten, rozijnen, krenten, katoen, tabak en olijven, die vooral tot olijfolie verwerkt worden. Hoewel de omzet van de traditionele producten nauwelijks nog groeit, is Griekenland nog steeds de grootste krentenproducent ter wereld. De productie van rijst (westkust Pelopponesos), tarwe, suikerbieten, tomaten, katoen en katoenzaad wordt steeds belangrijker. De graansoorten worden vooral verbouwd op de vlaktes van Thessalië, Thracië en Macedonië. De hoofdproducten van de fruitteelt zijn: perzik, citrus, kers, appel, peer en druiven. Overal in Griekenland worden druiven geteeld waar wijn van wordt gemaakt. Voor perziken in blik is Griekenland op dit moment de grootste exporteur ter wereld.
De Griekse markt voor biologische voedingsmiddelen staat nog in de kinderschoenen, maar de verwachting is dat deze sector de komende jaren zal gaan groeien. In 1999 bedroeg het marktvolume 7,6 miljoen euro, in 2000 groeide de markt met 69% tot 12,9 miljoen euro. Importproducten maken op dit moment 25% van de markt uit omdat de Griekse ecologische landbouw en veeteelt nog maar weinig steun krijgt van de eigen regering. Tot de meest populaire biologische landbouwproducten behoren olijfolie, wijn en citrusvruchten.
De veeteelt neemt maar een bescheiden plaats in, in de Griekse economie. Het droge en hete klimaat en gebrek aan vruchtbare weiden maken intensieve veeteelt heel moeilijk.
Verreweg het grootste gedeelte van de Griekse veestapel bestaat uit schapen en geiten. Verder zijn er veel varkens en kippen. Het zal duidelijk zijn dat men voor rundvlees en melk volkomen afhankelijk is van de import, en Nederland is verreweg de belangrijkste leverancier. Nederland ondervindt steeds meer concurrentie uit Frankrijk, Denemarken, Italië en Duitsland.
In 2000 bedroeg de invoer van zuivelproducten 460.563 miljoen euro, een stijging van 8 procent ten opzichte van het voorgaande jaar.
Door de slechte kwaliteit van de bossen zijn de Grieken genoodzaakt ca. 90% van hete benodigde hout in te voeren.
De werkgelegenheid in de visserij neemt geleidelijk af. Het meest verbreid is de kustvisserij en de totale vangsten zijn in de afgelopen jaren steeds gestegen. De binnenlandse vraag naar vis stijgt door hogere inkomens en gezonde voedingstrends. Dat heeft geleid tot een toename van import van met name diepgevroren vis.
Van dalend belang is de sponzenvisserij door onder meer de watervervuiling, de overbevissing en door synthetische producten die voor een belangrijk deel het natuurproduct hebben vervangen.
Mijnbouw en energievoorziening

Aardolie en aardgas worden geëxploiteerd in het noordelijke deel van de Egeïsche Zee en in Zuid-Kavala. Van de productie wordt de helft geëxporteerd. Meer aardolievondsten worden in de nabije toekomst verwacht. In Macedonië wordt bruinkool gevonden dat in elektriciteitscentrales wordt gebruikt.
De Griekse mijnbouw wordt in de EU steeds belangrijker vanwege het bauxiet, nikkel, magnesium en uranium, dat in andere EU-landen niet voorkomt. Langs de kusten en op enkele eilanden wordt zeezout gewonnen.
De Griekse aluminiumsector groeide in 2000 8 procent ten opzichte van 1999 en verkocht 277.000 ton. De uitgevoerde producten betreffen vooral bauxiet en aluminiumoxide. Wat de winning van bauxiet betreft, neemt Griekenland wereldwijd de achtste plaats in.
Griekenland is een netto-importeur van energie. Tweederde van de primaire energiebehoefte werd in 2001 door import van vooral olie gedekt. Het Griekse energiebeleid heeft zich in voorgaande jaren gericht op vervanging van olie door bruinkool omdat deze grondstof rijkelijk aanwezig is in Griekenland. Uit milieuoverwegingen echter wordt er tegenwoordig niet zoveel belang meer aan toegekend. Scenario's tot het jaar 2010 geven aan dat het aandeel van bruinkool aanzienlijk moet worden gereduceerd ten gunste van aardgas. In verband hiermee is besloten om aardgas te importeren uit Rusland. Hiervoor is een 550 kilometer lange pijpleiding gebouwd vanaf de Grieks-Bulgaarse grens.
Ook Algerije wordt een belangrijke gasleverancier en hiervoor werd een terminal gebouwd op het onbewoonde eiland Revithoússa in de Saronische Golf waarin het aangevoerde vloeibare gas opnieuw tot gas wordt omgevormd.
De eigen olieproductie is gering. De olie kwam voorheen uit het Prinos-olieveld, en dat dekte ongeveer 10 procent van de oliebehoefte van het land. In 1999 stopte het consortium met de exploitatie van het olieveld omdat de olievoorraden uitgeput begonnen te raken. Een Grieks bedrijf nam de exploitatie over, maar eind 2001 bleef de productie beperkt tot 4.500 vaten per dag. Een tweede, meer belovend olieveld wordt niet ontwikkeld vanwege aanhoudende conflicten met Turkije over territoriale wateren- en continentale platrechten. Ook aan en voor de Ionische kust schenen olievoorraden aanwezig te zijn, maar de resultaten van een internationaal onderzoek waren niet hoopgevend.
Het land telt vier olieraffinaderijen: twee particuliere en twee van de staat, met een capaciteit van ongeveer 22 miljoen ton per jaar. Meer dan 60 procent van de verwerkte producten wordt op de binnenlandse markt verkocht.
Het Griekse ministerie van Ontwikkeling hecht groot belang aan de ontwikkeling van hernieuwbare energiebronnen. De laatste jaren ging het aantal particuliere investeringen in de sector van duurzame energie fors omhoog. De liberalisering van de energiemarkt in de lente van 2001 lijkt de groeimogelijkheden binnen deze sector positief te beïnvloeden. Alhoewel de productie van energie uit deze bronnen stijgend is, zal de bijdrage ervan in het totale aanbod in de toekomst naar verwachting afnemen. Om economische en technische redenen is het aantal installaties voor de opwekking van geothermische energie tot nu toe beperkt gebleven. De beste resultaten worden geboekt bij wind- en zonne-energie.
Het Griekse windmolennetwerk wordt de komende jaren aanzienlijk uitgebreid. De belangstelling van de particuliere sector in windenergieprojecten is groot door o.a. aanlokkelijke overheidssubsidies. De meeste windmolenparken bevinden zich op het eiland Evia en op de Peloponesos.
Griekenland heeft het grootste oppervlak aan geïnstalleerde zonnepanelen van Europa en wordt geschat op 2,7 miljoen vierkante meter. Tot nu toe wordt zonne-energie vooral aangewend op huishoudelijk vlak voor het opwarmen van water.
Industrie
De meeste industrie is geconcentreerd rond de twee grootste steden van Griekenland, Athene (36% van alle bedrijven) en Thessaloníki (12,2%). Andere industriële centra zijn Patras en Volos. Ca. 42% van alle arbeiders in de industriële sector werken in Athene. Het kleinbedrijf domineert: 85% van alle circa 150.000 bedrijven heeft minder dan tien werknemers en de industrie wordt dan ook gekenmerkt door een lage productiviteit. Hierdoor is het investeringsniveau uiteraard ook erg laag; in de periode 1965–1987 werd gemiddeld per hoofd van de bevolking jaarlijks $5,5 in de industrie geïnvesteerd (het gemiddelde van de OESO-landen: $43).
De belangrijkste takken van industrie zijn de textiel, levensmiddelen, tabak en chemische industrie en scheepsbouw. De voornaamste industrieproducten zijn: geconserveerde levensmiddelen, textiel, metaalproducten, huishoudelijke apparaten en schepen. Verder zijn er enkele grote fabrieken voor de productie van kunstmest, cement, staal en aluminium en van de vier aardolieraffinaderijen zijn er twee in overheidshanden. Er is nauwelijks sprake van zware industrie.
Toeristen kopen veel voortbrengselen van oude volkskunst, zoals grove tapijten, versierd met op- of ingeweven geometrische motieven, hoofddoeken, geborduurd linnengoed, aardewerk, houtsnijwerk, artikelen van leer en voorwerpen van goudsmeedkunst.
Handel
Veel kleine en grote bedrijven en de helft van alle werknemers die zich met de handel bezighouden zijn weer in Athene te vinden.
De handelsbalans vertoont een chronisch tekort en bedroeg in 2000 (import $33,9 miljard, export $15,8 miljard). Het grote handelstekort is explosief toegenomen sinds Griekenlan din 1981 toetrad tot de Europese Unie. De handelsgrenzen werden toen geopend en de Griekse producten moesten concurreren met de hoogwaardige West-Europese producten en de veel goedkopere producten uit Oost-Europa en het Verre Oosten. De Griekse import neemt jaarlijks nog aanzienlijk toe. De export daarentegen, die voornamelijk bestaat uit traditionele laagwaardige producten, groeit niet of nauwelijks.
De schuld aan het buitenland bedroeg in 2000 $57 miljard. Naast de EU (m.n. Duitsland, Italië, Frankrijk en Nederland), goed voor 58% van de import en 55% van de export in 1994, neemt Amerika een prominente plaats in, vooral bij de export. De handel met de naburige Balkanlanden en de landen rond de Zwarte Zee neemt jaarlijks toe. Geschat wordt dat meer dan 15% van de Griekse export richting deze landen gaat.
Voornaamste handelspartners (in procenten van het totaal)
Uitvoer 1998 1999
Duitsland 19,8 14,9
Italië 13,0 12,9
Verenigd Koninkrijk 5,5 6,2
Frankrijk 4,8 3,8
Europese Unie totaal 55,9 50,0
Verenigde Staten 5,5 5,7
Invoer 1998 1999
Italië 17,6 15,1
Duitsland 14,3 14,8
Frankrijk 9,0 8,9
Nederland 5,0 6,3
Europese Unie totaal 66,9 65,7
Verenigde Staten 4,9 3,3
De Arabische landen blijven belangrijk vanwege de aardolie-import. Belangrijke importgoederen zijn energie, zuivelproducten, rundvlees, machines, personen- en vrachtauto's, aardolie en luxeartikelen. Uitgevoerd worden vooral agrarische producten, grondstoffen, kleding, tabak, cement, halfverwerkte mineralen, schoeisel en aardolieproducten.
Het belangrijkste distributiekanaal in Griekenland is de detailhandel. Samen met de groothandel droeg hij in 2001 met 15,5 procent bij aan het Griekse BBP.
In de detailsector werken ongeveer 430.000 mensen en de sector bestaat nog steeds grotendeels uit kleine familiebedrijven. In de jaren negentig begon dit beeld te veranderen onder invloed van een aantal overheidsmaatregelen. Prijscontroles en controles op winstmarges werden opgeheven, de openingstijden van winkels werden vrijgelaten en de inzet van parttime personeel werd door de flexibilisering van de arbeidsmarkt mogelijk gemaakt. Het gevolg hiervan was schaalvergroting en de intrede van de eerste Europese winkelketens. Vooral binnen de foodsector is deze ontwikkeling merkbaar geweest want het Franse New Carrefour (Carrefour/Promodès) en het Belgische Delhaize inmiddels een heel groot marktaandeel hebben veroverd. Ook zijn op de Griekse foodmarkt het Duitse Metro met de Makro "cash and carry" en het Duitse Lidl vertegenwoordigd. Verwacht wordt dat de Duitse Aldi ook binnenkort de Griekse markt zal betreden.
De invoer in Nederland uit Griekenland is over de periode 1997-2000 gestegen van 234 miljoen tot 307 miljoen euro. De Nederlandse uitvoer naar Griekenland ligt rond de 1,5 miljard euro per jaar. Het handelsoverschot is vrij constant meer dan 1 miljard euro per jaar.
In 2000 steeg de invoer uit Griekenland van 228 miljoen in 1999 tot 307 miljoen euro. Ook de Nederlandse uitvoer naar Griekenland steeg eveneens, van 1,6 miljard naar 2 miljard euro. Het handelsoverschot in 2000 bedroeg 1,7 miljard euro.
De belangrijkste Nederlandse exportproducten naar Griekenland zijn: landbouwproducten, machines en vervoermaterieel, chemische producten, kantoormachines en informatieverwerkende machines.
De belangrijkste Griekse exportproducten naar Nederland zijn: groenten en fruit, kleding, chemische producten en fabrikaten.
Handel Nederland-Griekenland (x 1 miljoen euro)
invoer uitvoer saldo
1998 252,3 1426,8 1174,5
1999 228,0 1594,6 1366,6
2000 306,8 2061,2 1754,4
2001 315,2 2078,1 1762,9
Informatie-technologie
De Griekse IT-branche is een relatief jonge maar dynamische economische sector. In 2001 werd de waarde van deze sector geschat op 1,3 miljard euro, terwijl de groei rond de 10 procent lag. Na de aankoopgolf die gepaard ging met de 'millenniumbug', is de groei duidelijk gestabiliseerd. Ondanks deze positieve ontwikkelingen waren de uitgaven voor IT-producten tot nu toe relatief gering. In 1999 lagen de IT-uitgaven per hoofd van de bevolking op 103 euro. In dat jaar bedroeg het aandeel van de IT-branche aan het Griekse BBP minder dan 1 procent.
Deze markt wordt voor ongeveer 50 procent gedomineerd door importen uit het buitenland. Meer dan 40 procent van de import is afkomstig uit de EU-landen. De belangrijkste Europese leveranciers van IT-producten aan Griekenland zijn Duitsland, Nederland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Italië. Ongeveer 55 procent is afkomstig van de VS. Naast de Verenigde Staten zijn de voornaamste overige leveranciers Taiwan, Japan, Thailand, China en Singapore.
Aqua-cultuur
De aquacultuur in Griekenland is een groeisector. Tien jaar geleden was de productie van de Griekse viskwekerijen vrijwel nihil, maar op dit moment neemt Griekenland binnen Europa wat deze sector betreft een leidende positie in met 50 procent van de totale Europese productie in 2000.
Jaarlijks groeit de sector met 10 procent. De belangrijkste exporteurs uit China en Noorwegen die wereldwijd deze sector domineren, erkennen nu de Griekse viskwekerijen als leider in het Mediterrane gebied.
Griekenland investeert en richt zich bijna uitsluitend op de productie van zeebaars en zeebrasem. Subsectoren zijn forel, karper, paling, mosselen, zalm en garnalen. Het aantal viskwekerijen steeg in tien jaar tijd (1986-1996) van 12 naar 220.
Verkeer en toerisme
Griekenland heeft weinig goede en snelle autowegverbindingen die aan de internationale maatstaven voldoen. In 1999 was de lengte van het wegennetwerk 39.500 kilometer waarvan maar 500 kilometer bestond uit snelwegen. De laatste jaren wordt er wel serieus gewerkt aan de verbetering van de autoweginfrastructuur. Door het bergachtige landschap is het echter moeilijk om de bestaande infrastructuur belangrijk te verbeteren
Er wordt een nieuwe belangrijke noordoost-noordwest verbinding, de Egnatía-snelweg, aangelegd. Deze snelweg loopt van de noordwestelijke havenstad Igoumenitsa via Thessaloniki naar Alexandroúpolis aan de Turkse grens. De Egnatía-as moet de Adriatische Zee met de Zwarte Zee verbinden. Ook worden vorderingen gemaakt met de aanleg van de zuid-noord as, de zogenaamde PATHE-snelweg, die de grote steden Patras, Athene, Thessaloniki en Evzoni aan de grens met Bulgarije verbindt. De Griekse regering speelt hiermee in op de initiatieven van de Europese Unie om grote Europese transportverbindingen te ontwikkelen. Verder zijn er plannen voor de bouw van een noord-zuid autosnelwegverbinding die het westen van het land vanuit Igoumenitsa (begin Egnatía-snelweg) tot Patras (begin Pathe-snelweg) op de Peloponesos zal verbinden via een grote hangbrug over de Golf van Corinthe bij de plaatsjes Rion en Antirion.
In Attica worden ook in het kader van het programma "Attica SOS" veel projecten geïnitieerd die deels ook betrekking hebben op de verbetering van de autoweginfrastructuur. Er wordt een nieuwe autosnelweg (Spáta-Stavrós-Elefsína) van 50 kilometer gebouwd die de nieuwe luchthaven van Athene bij Spata met het industriegebied van Elefsína zal verbinden. Een deel hiervan is in maart 2001 in gebruik genomen. Ook is er in Attica een begin gemaakt met de aanleg van de Hymettus-ringweg. Deze ringweg is van groot belang voor de aanpak van het verkeersprobleem en de luchtvervuiling in groot Athene.
Het Griekse spoorwegnetwerk heeft een lengte van 2.503 kilometer (1999).
Het onherbergzame landschap bemoeilijkt de verbindingen, waardoor grote investeringen nodig zijn. Het gebrek aan financiële middelen heeft geleid tot een gebrekkige railinfrastructuur met afwijkende spoorwegbreedtes en voor het grootste deel enkelsporige lijnen die efficiënt vervoer in de weg staan. Ook laten de spoorwegverbindingen tussen de Griekse havens en het Zuidoost Europese achterland te wensen over.
Grote prioriteit wordt nu gegeven aan de verbetering van de infrastructuur van de belangrijkste spoorlijnen om zodoende snelheden van 200 kilometer per uur mogelijk te maken. Ook wordt het bestaande treinmaterieel vervangen en wordt gewerkt aan elektrificatie en dubbelspooraanleg van de lijnen Athene-Thessaloniki, Athene-Corinthe en Corinthe-Patras.
Ook wordt gewerkt aan de uitbreiding van het net dat verschillende voorsteden van Attica met elkaar moet verbinden. Als eerste zal een lijn van 35 kilometer vanaf de nieuwe internationale luchthaven van Athene bij Sparta tot het Atheense Spoorwegcentrum (SKA) worden gebouwd.
Daarnaast wordt de metro van Athene uitgebreid. De metro die in 2000 in gebruik werd genomen, bestaat uit twee ondergrondse lijnen van achttien haltes in totaal.
Men investeert ook in de verbetering van de transportmogelijkheden van vracht per spoor. Op middellange termijn wil men een aantal grote havens (Piraeus, Alexandroúpolis, Vólos) en verschillende industriegebieden en vrachtcentra (Thessaloniki, Komotiní, Alexandroúpolis, Vólos) met het spoorwegnet verbinden. Doel hiervan is de verdubbeling van het vrachtverkeer per spoor (nu slechts 2,5 procent van het totale vrachtverkeer) in 2004.
Voor de modernisering van het hele Griekse spoorwegennet is volgens schattingen meer dan 4,5 miljard euro nodig. Bijna 3 miljard euro hiervan wordt gefinancierd met EU-middelen uit het derde Communautaire Steunprogramma voor de periode 2000-2006.

De koopvaardijvloot van Griekenland is de grootste ter wereld. In 2000 waren 3.584 handelsschepen Grieks eigendom, maar slechts 909 hiervan voeren onder Griekse vlag. De reden hiervoor is een regeling die verplicht stelt dat een groot percentage van de bemanning uit Grieken moet bestaat. Griekse zeelieden worden als relatief dure arbeidskrachten beschouwd. Daarnaast waren de belastingpercentages tot 2001 aanzienlijk hoger dan in landen met zogenaamde offshoreregisters. Om het Griekse register aantrekkelijker te maken, heeft de regering in 2001 de belasting verlaagd met 50 procent.
De Griekse koopvaardijvloot is traditioneel een zeer belangrijke bron van inkomsten op de betalingsbalans. In 2000 bedroegen de inkomsten uit de scheepvaart 7.914 miljoen US dollar, tegen 5.141 miljoen US dollar in 1999.
Griekenland beschikt over 123 havens maar slechts 27 daarvan zijn van betekenis. De grote havens van Piraeus bij Athene en Thessaloniki in het noorden zijn voldoende uitgerust met containerfaciliteiten. Piraeus is een belangrijk centrum voor overlading van vracht maar mist een goede treinverbinding met het Zuidoost Europese (Balkan) achterland. De Helleense Spoorwegen Organisatie OSE is nu bezig om deze haven aan te sluiten op het spoorwegnet van het land. Hierop worden ook de havens van Vólos en Alexandroupolis aangesloten. De haven van Thessaloniki ligt voor de meeste schepen die tussen Europa en het Verre Oosten varen buiten de route.
De Griekse regering is van plan de havenautoriteiten van Piraeus en Thessaloniki te privatiseren. Een andere prioriteit is de uitbreiding en de modernisering van de havens van Patras en Igoumenitsa in het westen van het land, die als belangrijke verbindingspunten met West-Europa dienen.
Wat het personenvervoer betreft, worden alle binnenlandse veerdiensten pas in 2004 aan buitenlandse concurrentie opengesteld. Deze late datum heeft met de uitzonderingspositie te maken die Griekenland van de EU heeft bedongen. Tot het jaar 2004 zullen alle routes naar de Griekse eilanden uitsluitend door Griekse veerboten worden uitgevoerd. Recent heeft de regering aangekondigd deze routes eerder vrij te geven, per november 2002.
Door het grote aantal eilanden heeft Griekenland veel luchthavens: 64 met verharde en 16 met onverharde landingsbanen. De meeste van deze luchthavens zijn met onvoldoende faciliteiten voorzien en voldoen niet aan moderne internationale standaards. Sinds maart 2001 heeft Griekenland echter een nieuwe, zeer moderne, internationale luchthaven bij Spáta, ten zuidoosten van Athene. De nieuwe luchthaven, officieel "Elefthérios Venizélos" genoemd, moest de al vijftig jaar oude "Athens Hellenikón" vervangen. Het is de bedoeling dat deze luchthaven in de eerste periode jaarlijks 16 miljoen passagiers en 220.000 ton goederen kan afhandelen.
Ook andere regionale luchthavens zullen op korte termijn worden gemoderniseerd. Het Griekse ministerie van Transport heeft al een reeks luchthavenprojecten gepland. Het gaat niet alleen om de bouw van bijvoorbeeld terminals en startbanen, maar ook om het installeren van technische uitrustingen zoals de inrichting van terminals, bagage-afhandelingssystemen, elektronische bewegwijzering en dergelijke. Verwacht wordt dat er met behulp van de middelen uit het nieuwe communautaire steunprogramma voor de periode 2000-2006 en de inkomsten uit de verhoogde luchthavenbelasting meer luchthavenprojecten zullen worden uitgevoerd.
Sinds 1999 is een concentratieproces binnen de luchtvaartsector waarneembaar. Griekse bedrijven gaan steeds meer met elkaar fuseren om zodoende tegen grotere internationale bedrijven te kunnen concurreren. Een recent voorbeeld is de fusie tussen Aegean- en Cronus Airlines.
Volgens gegevens van Griekse onderzoeksbureaus laat de Griekse luchtvaartsector een positieve ontwikkeling zien. De groei is vooral merkbaar binnen de markt voor passagiers, terwijl de markt voor luchtvracht geen groeipotentieel vertoont. De beste resultaten worden in de particuliere sector geboekt. Hierdoor verliest Olympic Airways (OA), de nationale luchtvaartmaatschappij, marktaandeel. Olympic Airways is sinds de nationalisatie in 1975 in grote moeilijkheden gekomen. Ondanks verschillende saneringsmaatregelen is het bedrijf nog steeds in financiële nood.

Griekenland is vanouds een belangrijk vakantieland. In de wereldranglijst van meest populaire vakantiebestemmingen neemt Griekenland de 15e plaats in. Wat inkomsten uit toerisme betreft bekleedt Griekenland wereldwijd de 10e plaats. De inkomsten uit het toerisme bedroegen in 1994 bijna 80% van de totale exportverdiensten en levert op dit moment meer dan 15% van het nationaal inkomen op.
In totaal bezochten in 2000 12,5 miljoen toeristen Griekenland. De meeste toeristen komen uit Engeland, Duitsland en de Verenigde Staten Het toerisme richt zich vooral op de hoofdstad Athene, de Peloponnesos en de eilanden.
Het is echter niet allemaal rozengeur en maneschijn wat het toerisme betreft. Nogal wat accommodaties zijn verouderd en veel geld om nieuwe investeringen te doen is er niet. Met de Olympische Spelen van 2004 in het vooruitzicht is de verwachting dat het aantal toeristen het komende decennium blijft groeien.
Griekenland beschikt over ongeveer 8.000 hotels met een capaciteit van bijna 600.000 bedden. Ook beschikt Griekenland over 331 campings.
Het aantal georganiseerde jachthavens valt tegen, maar er zijn meer dan 35 nieuwe in aanbouw. Ook loopt Griekenland achter met het aanbod van golfinfrastructuur. Alleen in Athene, op de eilanden Korfoe, Rhodos en Kreta en het schiereiland Chalkidiki zijn golfbanen te vinden.
GRIEKENLAND LINKS
• Goekope vakantie Griekenland? Boek nu voordelig met Ferio vakanties.
• Athene Hotels
• Autohuur griekenland
• Vakantie Griekenland info op Reisgraag.nl
• Eliza was here: sfeervolle reizen naar Griekenland
• Griekenland Hotels
• Vakantie-kreta.nl, de vakantie en informatie site voor Kreta!
• Vakantie.vakantie-kreta.nl: Kreta vakantie overzicht: alle vakantie aanbieders Kreta!
• PropertyPortal.nl - Dé Portal voor wonen en het kopen van een tweede huis in Griekenland
• Yoruit - Zonvakantie Griekenland
Athene Foto's
Athene Foto's (2)
Athene Informatie Gids (N+E+D+GR)
Athene Reisforum (N)
Campersite Griekenland (N)
Chalkidiki (E)
Chios (E)
Chios Foto's
Cycladen Goed Begin (N))
Ecogriek (N)
Fotoreportage Griekenland
Gave Plaatsen In Griekenland (N)
Gek op Griekenland (N)
Griekenland 1World2Travel (E+N)
Griekenland 2 Link België (N)
Griekenland Favorietje (N)
Griekenland Forumplein (N)
Griekenland Foto's
Griekenland Foto's (2)
Griekenland Foto's (3)
Griekenland Foto's (4)
Griekenland Foto's (5)
Griekenland Geschiedenis (E+N)
Griekenland Holidaysites (N)
Griekenland Landkaarten
Griekenland Minbuza (N)
Griekenland Net (N)
Griekenland Nu (N)
Griekenland Reisbijbel (N)
Griekenland Reiservaringen (N)
Griekenland Reisfanaten (N)
Griekenland Reisforum (N)
Griekenland Reisfoto's
Griekenland Reislocaties (N)
Griekenland Startnederland (N+E)
Griekenland Startpagina België (N)
Griekenland Travelmarker (N)
Griekenland Travelphotos
Griekenland Verzamelgids (N)
Griekse Cultuur (N)
Griekse Eilanden (N)
Griekse Eilanden 2 Link België (N)
Griekse Eilanden Forum en Info (N)
Griekse Gids (N)
Griekse Gids voor Grieken in de Benelux (G+N)
Griekse Recepten (N)
Keffalonia (N)
Lefkas (N)
Meteora Foto's
Nisyros (N)
Noord Griekenland Fotoreportage
Peloponnesos Foto's
Peloponnesos Reisverslag (N)
Photo Locations for Travel and Landscape Photography
Pilion (N)
Radio Griekenland
Recepten Griekenland (N)
Reisfotografie
Reisverhalen en Foto's Griekenland (N)
Romans over Griekenland (N)
Samothraki (N)
Santorini Foto's
Startpagina Griekenland (N)
Starttips Griekenland (E+N)
Telefoongids Griekenland
Vakantie Griekenland Jouwpagina (N+E)
Vakantie Griekenland Startkabel (N)
Vakantiefoto's Griekenland
Wereldreisgids Griekenland (N)
Willgoto Griekenland (N)
Worldphotos Griekenland
Zakynthos (N)
Hotels in GRIEKENLAND
Artikelen over GRIEKENLAND
Bronnen
DuBois, J. / Greece
Times Books International, 1995
Europese Unie : vijftien landendocumentaties
Europees Platform voor het Nederlandse Onderwijs, 1998
Gerrard, M. / Griekenland
Kosmos-Z&K, 2002
Koster, D. / Griekenland
ANWB, 1999
laatst bijgewerkt mei 2008
Samensteller: Geert Willems