Steden INDONESIE

Populaire bestemmingen INDONESIE

INDONESIE   

Algemeen

Roepia Indonesie

De economie van Indonesië wordt beheerst door de geografisch ongelijke verdeling van de bevolking en door het productie-consumptiepatroon, waarbij grote economische belangentegenstellingen zijn gegroeid tussen het overbevolkte consumerende Java en de dunbevolkte, deviezen producerende zogenaamde buitengewesten, de buiten-Javaanse eilanden.
De moeilijkheden die met deze situatie samenhangen, zijn nog verscherpt door de politieke spanningen, de nationalisaties van 1957 en volgende jaren, de grote militaire uitgaven, en de vrij kostbare bestuurskosten.
Van 1988 tot medio 1997 maakte Indonesië een sterke economische opleving mee (jaarlijks inkomen per hoofd van de bevolking steeg van 75 dollar in de jaren zestig naar 1000 dollar in de jaren negentig), vooral dankzij een politiek van liberalisatie, die er o.a. op gericht is de afhankelijkheid van de olieopbrengsten te verminderen en een meer gedifferentieerde economie op te bouwen.
Het economisch beleid van de regering bevordert de export van verschillende (verwerkende) industrieën, met name houtproducten. De gunstige resultaten hiervan zijn vooral ook te danken aan de hulp van grote internationale financieringsorganisaties en ontwikkelingshulp.
De exportgerichte verwerkende industrie is op dit moment de motor van de economie, maar ook de buitenlandse investeringen in het land zelf namen toe. De Indonesische economie blijft echter kwetsbaar door de afhankelijkheid van het buitenland, de snelle bevolkingsgroei (werkloosheid), de grote inkomensverschillen en het autoritaire, antidemocratische karakter van het land.
Bij een inflatie van ca. 10% wordt midden jaren negentig een economische groei gerealiseerd van ca. 7% per jaar. Vanaf medio 1997 volgde er een ingrijpende valutacrisis als gevolg van de financieel-economische crisis in Zuidoost-Azië, waardoor de regering zich genoodzaakt zag de hulp in te roepen van het IMF. De koers van de roepia daalde in 1997 met meer dan 70%, de inflatie liep fors op (1998 58%!, 1999 20%, 2000 9,35%, 2001 12,55%) en honderdduizenden Indonesiërs verloren hun baan (1998 15,5%). In de loop van 1998 herstelde de koers van de roepia zich enigszins, maar door de instabiele politieke situatie was van een structureel economische herstel nog steeds geen sprake. Dat jaar kende door alle problemen toch nog een negatieve economische groei van 13,2%. Alleen de landbouw- en nutssector vertoonden nog een positieve groei. De bouwsector kromp in met meer dan 40%, en was daarmee de absolute koploper. Vanaf 1999 ging het weer de goede kant op; in 1999 een groei van 0,22%, in 2000 4,8%, in 2001 3,3%, in 2002 3,66% ondanks de gevolgen van de terroristische aanslag op Bali in oktober.
Door de crisis zijn naar schatting 17 miljoen Indonesiërs onder de armoedegrens geraakt. Daarmee steeg het totale aantal mensen onder deze grens tot meer dan 55 miljoen, ofwel meer dan een kwart van de bevolking. Nu de economie weer aantrekt mag weliswaar worden verwacht dat een aantal van deze 17 miljoen mensen weer snel boven de armoedegrens terecht zullen komen, maar voor het merendeel hiervan geldt dat dit proces lang kan duren.

Enige actuele cijfers over de economie van Indonesië zijn dat het groeipercentage van de economie de laatste jaren rond de 6% lag. In 2013 was de economische groei 5,3%. Het gemiddelde inkomen per hoofd van de bevolking was $5.200 in 2013, de laatste jaren met een stijging van $200 per jaar. 11,7% van de bevolking leeft onder de armoedegrens.

Landbouw; veeteelt; bosbouw; visserij

Rijstvelden Indonesie

Bijna 40% van de beroepsbevolking is in de landbouw werkzaam (2013). Van de naar schatting ruim 180.000 km2 cultuurgrond is ca. 72% voor voedingsgewassen en de rest voor handelsgewassen in gebruik. In 2013 kwam 14,3% van het bruto binnenlands product voor rekening van de agrarische sector. Een sterke agrarische sector zal naar verwachting leiden tot een grotere welvaart op het platteland.

De belangrijkste voedingsgewassen zijn rijst, maïs, cassave en bataten, grondnoten, sojabonen, kopra en suiker. De rijstcultuur is de oudste en overheersende cultuur, voor het belangrijkste deel op sawa's, maar ook wel (buiten Java) op droge, jaarlijks wisselende velden (ladangbouw: vorm van landbouw waarbij een gewas geplant wordt in een stuk bos dat eerst platgebrand is). Na de rijstoogst worden zonder bevloeiing vaak tweede gewassen verbouwd. Aangezien de rijstbouw zeer belangrijk is voor de voedselvoorziening en het voor de overheidsfinanciën van even groot belang is onafhankelijk te worden van rijstimport, zijn pogingen ondernomen de voedselproductie te verhogen, die echter aanvankelijk niet tot de verwachte resultaten leidden.
Inmiddels is het land overwegend zelfvoorzienend. Landbouwhervormingen, gebruik van kunstmest, bestrijding van insectenplagen en ziekten hebben tot kwaliteitsverbetering geleid, evenals de invoering nieuwe variëteiten. Hierdoor werd niet alleen de opbrengst per perceel vermeerderd, maar kon ook twee- tot driemaal per jaar geoogst worden.
Rijst is het hoofdgewas in West-Indonesië vanwege het gunstige klimaat. In Oost-Indonesië vormt maïs het hoofdvoedsel, terwijl sago het belangrijkste voedingsgewas is op de Molukken en Irian Jaya.

De voornaamste handelsgewassen zijn rubber, palmolie, tabak, thee, kopra, koffie (na Brazilië en Colombia de grootste wereldproducent), cacao, peper en andere specerijen. De verbouw vindt hoofdzakelijk plaats op Sumatra en Java, hetzij op grote cultuurondernemingen, hetzij, zoals bij de rubberproductie, door kleine boeren. Indonesië is na Maleisië de grootste wereldproducent van rubber.
De krètèk-sigarettenindustrie heeft de laatste decennia een stormachtige groei doorgemaakt, wat ook weer gunstig was voor de kruidnagelteelt (kruidnagel of cengkèk). Een krètèksigaret bestaat uit tabak, vermengd met grof gemalen kruidnagel. Een groot gedeelte van de productie wordt nog met de hand gedaan. De machinaal gemaakte sigaretten zijn bedoeld voor de buitenlandse markt.

Tuinbouw wordt voor het grootste deel bedreven op erfcultures, dat wil zeggen op erven rond de huizen: groente, fruit, kruiden en specerijen worden ter plaatse geconsumeerd en maar een klein deel gaat naar de markt.
Speciale tuinbouwbedrijven, voor koolsoorten, bonen en prei in de bergstreken en voor bladgroenten in de lager gelegen gebieden, leveren uitsluitend voor de markt.
De sierteeltsector is nog matig ontwikkeld, maar richt zich op zaailingen, potplanten en westerse en tropische planten.

De ontwikkeling van de veeteelt is in Indonesië achtergebleven bij de rest van de economie, ondanks een stimuleringsbeleid van de overheid. Veehouderij dient vooral voor het houden van trekdieren als runderen, buffels en paarden; voor consumptie zijn bestemd geiten, schapen, kippen en koeien. Die varkens zijn vooral bedoeld voor de export, omdat de overgrote meerderheid van de bevolking uit moslims bestaat.

Teak Plantage

Bijna twee derde van het land is bedekt met tropisch oerwoud (60% van Sumatra, 77% van Kalimantan en 80% van Irian Jaya), dat vrijwel volledig gecontroleerd wordt door de staat. Er zijn echter ook concessies verleend aan Amerikaanse, Filippijnse en Japanse maatschappijen. Indonesië bezit daarmee na Brazilië het grootste regenwoud ter wereld en is de grootste houtexporteur van Zuidoost-Azië. Gezaagd hout, triplex en fineer wordt vooral uitgevoerd naar Japan, Zuid-Korea, Singapore, Taiwan en Australië.
De bossen leveren behalve hout ook harsen en gommen, terpentijn, rotan en kajapoetih-olie. Het uit de sagopalm gewonnen merg is het volksvoedsel op Irian Jaya. Soms breken er als gevolg van droogte en onverantwoorde houtkap, vooral in Sumatra, Kalimantan en Irian Jaya, hardnekkige bosbranden uit.

Visserij is voor de voedselvoorziening in Indonesië zeer belangrijk, hoewel door een gebrek aan vissersboten en kennis bij de vissers slechts een klein deel van het potentieel benut wordt. De visserijsector wordt gedomineerd door zeer kleinschalige visserijbedrijfjes. Visserij vindt plaats met zeilprauwen, al dan niet gemotoriseerd, als wel met séro’s, reusachtige fuiken met bamboestaken.
Met name langs de kusten van Sulawesi en Kalimantan, in de Riau-archipel en in Maluku leven sommige bevolkingsgroepen vrijwel uitsluitend van de visvangst. In sommige streken van Java wordt vis uitgezet in de natte rijstvelden en verder zijn er, vooral langs de noordkust van Java, aparte vis- en garnalenvijvers; meer dan de helft van de gevangen vis wordt door deze kunstmatige visvijvers geleverd.
De zeevisserij, onder andere de garnaalexport, is door modernisering van de vissersvloot en verbeterde vangsttechnieken in de loop van de jaren tachtig sterk vooruitgegaan.
De belangrijkste producten voor de visserijsector zijn bodemvis, diepzeevis, skipjack, tonijn, inktvis, garnalen, pieterman, Indische inktvis en zeewier. De grootste afnemers zijn Japan en de Verenigde Staten.

Mijnbouw en energievoorziening

Tin erts

Indonesië is na Maleisië de grootste tinproducent ter wereld, de rijkdommen zijn nog nauwelijks onderzocht of in kaart gebracht. Het belangrijkste probleem is de (on)bereikbaarheid van de locaties waar de mineralen en metalen in de grond zitten, vaak dicht beboste of bergachtige gebieden.
Aardolie wordt aangetroffen op Oost- en Zuid-Sumatra, in Oost-Kalimantan en op Oost-Java, maar ook wel off-shore. De exploitatie is deels in handen van particuliere bedrijven, deels in handen van het staatsbedrijf Pertamina.
Indonesië is de grootste aardolieproducent van Zuidoost-Azië en is dan ook nog steeds de belangrijkste inkomstenbron van harde valuta en belastingen.
Aardgas wordt hoofdzakelijk aangetroffen bij de Natuna-eilanden in de Zuid-Chinese Zee en bij Zuid-Sumatra en Oost-Kalimantan.
Tot de overige bodemschatten behoren vooral tin (in 2001 62.000 ton op Bangka, Billiton en Singkep in de Riau-Archipel), bauxiet (Riau-eilanden), nikkel (Zuid-Sulawesi; vrijwel alles wordt geëxploiteerd), steenkool (Zuid- en Midden-Sumatra) en ijzererts (Irian Jaya). Voorts worden goud, zilver en koper gewonnen. Bijna alle exploratie- en exploitatie-activiteiten worden uitgevoerd door buitenlandse mijnbouwmaatschappijen, soms in de vorm van joint ventures met Indonesische bedrijven.

Meer dan de helft van de totale energievoorziening is afkomstig van met aardolie of gas gestookte centrales. Verder zijn waterkracht, geothermische energie en vooral steenkool belangrijke energiebronnen.

Industrie

Trucs Indonesie

De ontwikkeling van de industriële sector is in feite pas vanaf het midden van de jaren zestig opgebloeid. De overheid stak vanaf tijd steeds minder geld in de industriële ontwikkeling, en er werd tegelijkertijd een liberaal investeringsklimaat geschapen voor binnen- en buitenlandse particuliere investeerders.
De industrie is voor het grootste deel geconcentreerd op Java. Meer dan de helft daarvan bestaat uit kleine en middelgrote bedrijfjes die voor ongeveer de helft gemechaniseerd zijn. Van de grotere bedrijven is ca. 85% gemechaniseerd; in deze sector treft men scheepsbouw, aardolieraffinage, chemische industrie, textiel-, cement-, papier- en kunstmestfabricage aan. Ook zijn er bedrijven ter vervaardiging van elektronische apparatuur, auto's en vliegtuigen.
Het aandeel van de verwerkende industriële productie in het bnp is opgelopen van 8,5% in 1970 tot 46,6% in 2013.
Een steeds belangrijker aandeel in de binnenlandse industrie wordt opgeëist door fabrikanten van schoenen, elektronica en textiel. Het betreft dan vooral mondiaal opererende bedrijven uit landen als Japan en Zuid-Korea, die profiteren van de lage lonen in Indonesië. Hierdoor heeft de kleding- en textielindustrie zich de afgelopen tien jaar opgewerkt tot de op een na belangrijkste sector voor wat betreft buitenlandse valutaopbrengsten.

Handel

Export Indonesie

De handelsbalans is sinds 1980 positief (in 2013 teruggelopen tot 3 miljard dollar).
Vanaf midden jaren zeventig van de vorige eeuw werd de Indonesische export gedomineerd door de uitvoer van olie en aardgas. Halverwege de jaren tachtig steeg de uitvoer van deze producten tot meer dan driekwart van de totale Indonesische exportopbrengsten. Daarna kwam er een beleid om de afhankelijkheid van olie en gas te verminderen, en zich meer te richten op de ontwikkeling van de industrie. Al in 1987 nam het aandeel van de export van olie en gas vrij sterk af.
De belangrijkste uitvoerproducten behalve olie en gas zijn traditioneel grondstoffen: rubber, steenkool, tin, tabak, koffie, thee, palmolie en kopra, maar ook triplex, kleding en textiel, schoeisel, hout, vis en garnalen.
De invoer bestaat vooral uit transport- en voedingsmiddelen, chemicaliën en kapitaalgoederen.

Indonesië handelt het meest met China, Japan, de Verenigde Staten en Singapore. Van oudsher speel ook Nederland een rol, die overigens snel kleiner wordt.


INDONESIE LINKS

Advertenties
• Indonesie
• Namaste Reizen - Indonesie op maat
• NRV Holiday: Indonesië
• Vakantie Indonesie
• Cheaptickets Indonesie
• Indonesië Elmar Reizen Vergelijken en Boeken
• Better Places: Indonesië op maat
• Rondreis naar Indonesie
• Sumatra, Java en Bali
• Rondreis Indonesie
• Indonesië Hotels
• Indonesië
• Vakantiewoningen Indonesie
• Eliza was here
• Smart Holidays - Scherp geprijsde rondreizen Indonesie

Nuttige links

Duiken, reizen, dieren, landschap, info, foto's Sulawesi Indonesië (N)
Help kansarme kinderen in West-Java (N)
Indonesië Foto's
Indonesië Foto's en Reisverslag (N)
Indonesië informatie - Reizendoejezo (N)
Indonesië Reisimpressies (N)
Indonesische Recepten (N+E)
Peduli Anak Hulp aan Straatkinderen
Reisinformatie Indonesië (N)
Reisverhalen en Foto's Indonesië (N)
Romans over Indonesië (N)
Rondreis door Indonesië (N)
Startkabel Indonesië (N +E)
Starttips Indonesië (E+N)
Vakantie indonesië Jouwpagina (N+E)
Vakantie informatie Indonesie (N)
Vakantiebestemming Indonesië (N)
Artikelen en Reisverhalen over INDONESIE
  rondreis MH deel 1  Reisimpressie van Java
  Reis naar Indonesie   Sulawesi Java Bali Lombok
  rondreis MH deel 2  Rondreis Indonesië
  Unieke inwoners van Indonesië   Duiken op Bali in het regenseizo..
  Reismpressie van Bali

Bronnen

Dalton, B. / De Indonesië reisgids
Elmar

Darmawie-van Oijen, J. / Indonesië : handboek voor reizigers
Babylon-De Geus

Homburg, E. / Indonesië
Elmar,

Indonesië
Cambium

Lyle, G. / Indonesia
Chelsea House

Martyr, D. / Indonesië
Van Reemst

Mastenbroek, B. / Kijk op Indonesië
Elsevier

Muller, K. / Indonesië : het 13.000 eilandenrijk
Becht

Oosterman, I. / Indonesië
ANWB Media

Schulte Nordholt, N. / Indonesië : mensen, politiek, economie, cultuur
Koninklijk Instituut voor de Tropen / NOVIB

Te gast in Indonesië
Informatie Verre Reizen

Wassing, R. S. / Indonesië : Java, Bali, Lombok, Sumbawa, Komodo, Flores, Sumba, Timor, Sumatra, Zuid- en Oost-Kalimantan, Sulawesi, Singapore
Gottmer

Witjes, B. / Indonesië
Stichting Teleac

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt oktober 2014
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems