|
|
Populaire bestemmingen FRANKRIJK
Prehistorie en oudheidHet huidige Frankrijk is al zeer lang bewoond. De eerste bewoner van de Languedoc-Roussillon was de homo erectus, die hier ca. 450.000 jaar v.Chr. rondliep. In Tautavel zijn in de grot Caune de l’Arago beenderen en werktuigen van deze eerste bewoners gevonden. Ca. 150.000 v.Chr. leefden hier de Neanderthalers en daarna de moderne mens, de homo sapiens. Ongeveer 7500 jaar geleden kwamen vanuit het Midden-Oosten de eerste landbouwers en veetelers naar het westelijke deel van het Middellandse Zeegebied. Duizend jaar later waren de rivierdalen en de kustvlakten al behoorlijk bewoond en tweeduizend jaar later maakte de mensen in deze streken al gebruik van paarden, ploegen en wagens met wielen. De bevolking groeide gestaag en trok richting Noord-Frankrijk. Rond 1500 v.Chr. trokken de Oost-Europese Kelten, in Frankrijk Galliërs genoemd, naar West-Europa en bereikten in de ca. 5e eeuw v.Chr. het huidige Frankrijk. In de 6e eeuw v.Chr. koloniseerden Grieken uit Klein-Azië gedeeltes van de huidige Languedoc-Roussillon en stichtten onder andere de Agathè (nu: Agde). De invloed van de Grieken duurde tot de 2e eeuw n.Chr. Romeinse tijdTijdens het bewind van de Romeinen, vanaf 118 v.Chr., versmolt de Keltische (Gallische) cultuur met de Romeinse en vormde zo de Gallo-Romeinse cultuur. In die tijd was al een deel van het huidige Frankrijk, de Provincia Narbonensis (hoofdstad Narbonne), Romeins grondgebied. Deze Romeinse provincie omvatte destijds het huidige Languedoc-Roussillon en was de eerste ‘officiële’ Romeinse kolonie in Gallië. De rest van Gallië werd tussen 58 en 51 v.Chr. door Julius Caesar veroverd. De Romeinse tijd was er een van grote welvaart en vrede, bovendien werd de christelijke godsdienst door de Romeinen verspreid. De grote welvaart was onder andere te danken aan het uitgekiende wegensysteem, met de Via Aquitania (Atlantische Oceaan – Middellandse Zee) en de Via Domitia (Rome – Spanje). Arena’s, tempels, triomfbogen en aquaducten getuigen verder van de enorme invloed van de Romeinen in deze streek. Gallië wordt FrankrijkNa de ondergang van het Romeinse Rijk werd Gallië overspoeld door barbaarse stammen als de Alamannen, Vandalen en Visigoten. Het laatste volk maakte van de Provincia Narbonensis het hertogdom Septimanië en Germaanse Franken stichtten in Noord-Frankrijk een koninkrijk. In 496 bekeerde de Frankische koning Clovis zich tot het christendom en daarmee werd het Latijn de taal van de kerk, wetenschap en politiek. De ‘gewone’ Franken namen de Romaanse taal van de oorspronkelijke bevolking over en hieruit ontwikkelde zich de huidige Franse taal. Onder de Frankische koning Karel de Grote (742-814) breidde het Frankische Rijk zich enorm uit en omvatte op haar hoogtepunt geheel West-Europa. De graven van Toulouse stelden zich in die tijd onafhankelijk op van de Franse koning, en dit leidde tot de bloeiperiode in de 12-13e eeuw van de Occitaanse cultuur. De Occitaanse cultuur kwam ten einde door de Albigenzenkruistocht tegen de Katharen, maar uiteindelijk leidde tot de overname van de Languedoc door Noord-Frankrijk. Ook Roussillon wordt FransIn 1172 annexeerde de Koning van het Spaanse Aragon de Roussillon en er ontstond een machtige en welvarende staat. In de 13e eeuw werden de Balearen, waaronder Mallorca, door Aragon veroverd. Na de dood van de Aragonese koning werd het hele gebied in 1276 in tweeën opgesplitst en vormden de Balearen, de Roussillon en de heerlijkheid Montpellier het koninkrijk Mallorca met als hoofdstad Perpignan. In 1344 moest Mallorca de Balearen afstaan en in 1349 werd Montpellier verkocht aan Philippe de Valois en kwam er een einde aan het koninkrijk Mallorca. In 1469 trouwde Ferdinand van Aragon met Isabella van Castilië waardoor bijna geheel Spanje in handen kwam van één dynastie. In die tijd werden ook de laatste Arabieren van het Iberische schiereiland verdreven en in 1640 werd zelfs het trotse Catalonië onderdeel van dit machtige rijk. In 1659 sloten Frankrijk, onder Lodewijk XIV, en Spanje het Verdrag van de Pyreneeën, waarbij de grens tussen beide landen bovenop het gebergte kwam te liggen. Dit hield tevens in dat de Roussillon voorgoed Frans grondgebied zou worden. ProtestantismeDe Languedoc werd al snel door het protestantisme beïnvloed, maar door de Franse overheid te vuur en te zwaard bestreden. Vanaf 1559 was er dan ook sprake van een heuse godsdienstoorlog, maar toch begon het protestantisme vanaf 1562 aan een opmars. Aan de onrust als gevolg van de godsdiensttwisten kwam pas een eind met het door Hendrik IV afgekondigde Edict van Nantes. Dit verdrag zorgde ervoor dat de protestantse kerken religieuze vrijheid kregen in een aantal, met name in het zuiden en westen, aangewezen steden. In 1685 werd het Edict echter weer herroepen door Lodewijk XIV. Hij wilde alle protestanten weer katholiek maken en dat gebeurde vaak met harde hand. Zo werden protestantse kerken afgebroken en werden protestantse ouders gedwongen hun kinderen katholiek te laten dopen. Mannen die hagenpreken bijwoonden riskeerden galeislaaf te worden en vrouwen werden voor hetzelfde feit levenslang opgesloten. Hierop vluchtten honderdduizenden protestanten naar het buitenland, niet alleen naar landen als Holland en Zwitserland, maar ook naar Zuid-Afrika en de Verenigde Staten. In 1787 kwam er aan deze onderdrukking een einde toen Lodewijk XVI het Édit de Tolérance ondertekende. Na de Franse Revolutie kwam er uiteindelijk vrijheid van godsdienst en scheiding van staat en kerk. Franse RevolutieIn de 18e eeuw, de tijd van de Verlichting, begon bij het gewone volk het idee te ontstaan dat de macht niet door God gegeven was, maar bij henzelf berustte. Dit leidde in 1789 uiteindelijk tot de Franse Revolutie. De zwakke koning Lodewijk XVI riep de Staten-Generaal sinds 1614 weer eens bij elkaar om een nieuw belastingsysteem er door te drukken en een groot aantal privileges van het volk af te laten schaffen. Een aantal leden van de Staten Generaal, de derde stand, wilde alleen daar maar mee stemmen als er een nieuwe grondwet zou komen. Lodewijk stuurde daarop troepen naar de hoofdstad Parijs en als reactie daarop bestormde het volk de gevangenis La Bastille, dat symbool stond voor jarenlange onderdrukking. Hierna vormde de derde stand een parlement, de Nationale Vergadering, die alle privileges afschafte en stelde de verklaring van de rechten van de mens op, waarin alle mensen gelijk zijn en in vrijheid dienen te leven. Verder werd er een nieuwe grondwet opgesteld die meteen een einde maakte aan de macht van de katholieke Kerk. De koning probeerde nog te vluchten en hulp te halen, maar werd al snel weer gevangen genomen en moest gedwongen de nieuwe grondwet ondertekenen. In 1792 begon de contrarevolutie met aanvallen van Pruisen en Oostenrijk, maar dit bracht het koninklijke paar niet veel goeds. In 1793 werden Lodewijk XVI en zijn vrouw Marie-Antoinette van hoogverraad beschuldigd en onthoofd. Frankrijk was ondertussen uitgeroepen tot een republiek. Niet alle Fransen waren blij met het nieuwe gezag en daarom stelde de zogeheten Jacobijnen in 1793 de revolutionaire dictatuur in. Onder leiding van Robespierre werd er een comité aangesteld dat verregaande bevoegdheden kreeg om tegen opstandelingen op te treden. Hier werd gretig gebruikt van gemaakt en tienduizenden tegenstanders werden ter door gebracht in een periode die niet voor niets de Terreur werd genoemd. Ne de Terreur-periode (1793-1794) begon het zogenaamde Directoire, waarin verschillende staatsgrepen gepleegd werden. De laatste was van een zekere Napoleon Bonaparte, die in 1804 een einde maakte aan de republiek en zichzelf uitriep tot keizer van een gigantisch rijk. Hij slaagde erin om grote delen van Europa te veroveren. Alleen Engeland kreeg hij niet te pakken en de Russische veldtocht liep op een drama uit. In 1815 werd Napoleon bij Waterloo verslagen door de Engelsen, de Oostenrijkers en de Pruisen. 19e eeuwNa de nederlaag van Napoleon kwamen de Bourbons van 1815 tot 1848 weer op de troon. Van 1848 tot 1852 was Frankrijk weer een republiek, maar in 1852 pleegde de zoon van Lodewijk Napoleon, Napoleon III, een staatsgreep en riep zichzelf uit tot keizer van Frankrijk (Tweede Keizerrijk). Het Tweede Keizerrijk eindigde bij het begin van de Frans-Pruisische oorlog in 1870, die door de Fransen verloren werd. In 1872 werd er in Frankrijk voor het eerst druifluis aangetroffen, wat zorgde voor een enorme crisis in de wijnbouw. Daar kwam nog bij dat begin 20e eeuw de prijzen van de wijn zeer sterk daalden. In 1907 leidde dit tot een opstand van wijnboeren en een massademonstratie in Montpellier. Het leek in eerste instantie op een gewelddadig treffen tussen politie en demonstranten uit te lopen, maar uiteindelijk werd het conflict via onderhandelingen opgelost. 20e eeuwDe Eerste Wereldoorlog leek voor Frankrijk op een drama uit te lopen toen de Duitsers tot vlak bij Parijs oprukten. De Duitsers werden echter aan de Marne gestopt, waarna er een gruwelijke loopgravenoorlog volgde met miljoenen slachtoffers. Pas toen de Amerikanen te hulp schoten, dolven de Duitsers het onderspit. Bij het Verdrag van Versailles in 1919 kreeg alle gebieden terug die het in de Frans-Pruisische oorlog verloren, namelijk Elzas en Noord-Lotharingen. Ook in de Tweede Wereldoorlog werd Frankrijk gedeeltelijk bezet door de Duitsers. Languedoc-Roussillon behoorde tot de ‘vrije zone’, die door maarschalk Pétain vanuit Vichy bestuurd werd. In de jaren vijftig en zestig kreeg Frankrijk te maken met koloniale oorlogen in Zuidoost-Azië en in Noord-Afrika. In 1960 hadden de meest kolonies van Frankrijk hun onafhankelijkheid gekregen en in 1962 werd ook Algerije onafhankelijk. Honderdduizenden Frans-Algerijnen vertrokken hierop naar Frankrijk en vestigden zich met name rond de Middellandse Zee. In 1958 was ondertussen de Vijfde Republiek begonnen, met veel macht voor de rechtstreeks door het volk gekozen president. De eerste president werd Charles de Gaulle. Na de studentenopstanden in 1968 en een verloren referendum trad De Gaulle af en werd opgevolgd door Georges Pompidou. De presidentsverkiezingen van 1974 werden gewonnen door de liberaal Valéry Giscard d’Estaing, die in 1981 werd opgevolgd door de socialist François Mitterand. Belangrijk voor Languedoc-Roussillon was dat voor het eerst sinds de Franse Revolutie bevoegdheden van Parijs naar de regio’s werden overgeheveld. 21e EeuwIn september 2000 spraken de Franse kiezers zich uit voor een grondwetswijziging waarmee de presidentiële ambtstermijn werd teruggebracht van zeven naar vijf jaar; 73% was voor de wijziging. In 2002 is parlementair rechts aan de macht gekomen na verrassend verlopen Presidentsverkiezingen, waarin extreem rechts in de eerste ronde er in slaagde de socialistische presidentskandidaat Jospin uit te schakelen. Het gevolg was brede steun voor de herverkiezing van President Chirac die Le Pen als kandidaat voor het Front National tegenover zich zag. De regering en de door President Chirac benoemde eerste minister Raffarin ging - gezien de omstandigheden - voorzichtig aan het werk, volgens sommigen commentatoren zelfs te voorzichtig. Men wilde ten koste van alles de sociale rust handhaven omdat die essentieel werd geacht voor het handhaven van het consumentenvertrouwen en daarmee de werkgelegenheid. Noodzakelijke hervormingen, zoals belastinghervorming (in Frankrijk wordt nog steeds geen belasting aan de bron geheven) en liberalisering/privatisering van semi-overheidsbedrijven en hervorming van het gezondheidswezen, werden voor zich uit geschoven. In plaats daarvan concentreerde de regering zich op thema's als decentralisatie, veiligheid op straat en verhoging van de defensie-uitgaven. Toch werd het eerste jaar van de regering Raffarin voor de zomer van 2003 met een relatief positieve balans afgesloten. Successen werden met name geboekt bij de aanpak van de criminaliteit (minder misdaad) en de verkeersproblematiek (minder verkeersslachtoffers). In de zomer van 2003 begon het tij te keren. In juli werd het regeringsvoorstel voor een institutionele hervorming voor Corsica met bijna 51 procent nee stemmen verworpen. Hierdoor kwam de decentralisatiewetgeving van de regering onder grotere druk te staan. Ook kwam er onverwacht veel verzet vanuit de bevolking tegen de wijzigingen van het pensioenstelsel, tegen het decentraal werven van ondersteunend personeel in de onderwijssector in het kader van het decentralisatiebeleid en tegen het aanscherpen van de uitkeringscriteria voor werknemers in de theater- en festivalwereld. Daarboven op kwam de catastrofaal verlopen hittegolf in augustus 2003 die meer dan 15000 slachtoffers eiste. Daarna kwam de regering wat zijn populariteit betrof in een vrije val terecht: de pers sprak over het begin van het einde. Hoewel het er begin 2004 even op leek dat de regering vertrouwen terug won - onder meer vanwege de harde opstelling ten faveure van het niet confessionele karakter van de Franse staat (verbod van het islamitische hoofddoekje) - kreeg dit geen vertaling bij de regionale verkiezingen van 21 en 28 maart 2004. Links kreeg 13 procentpunten meer dan rechts (50,3 tegen 36,8 procent). Links kwam in alle regio's (ook de tot dan toe onneembare bolwerken van rechts) aan de macht. Met uitzondering van de Elzas en Corsica. Als gevolg werd een deel van de regeringsploeg vervangen en trad de regering Raffarin III aan. In een televisietoespraak had President Chirac de vernieuwde regering Raffarin III geplaatst in het kader van de noodzaak van structurele hervormingen in Frankrijk. Hervormingen en sociale rechtvaardigheid dienden hand in hand te gaan. Frankrijk diende, aldus de president, een echte sociale dialoog voeren. Hervormingen dienen liefst breed gedragen te worden. Tegelijk dienen de staatsfinanciën te worden gesaneerd. De regeringsverklaring Raffarin III was in lijn met de wensen van de president. Op zondag 29 mei 2005 heeft het Franse volk zich middels een referendum massaal uitgesproken tegen het Grondwettelijk Verdrag voor de Europese Unie. Chirac heeft hierop Dominique de Villepin tot premier benoemd en Nicolas Sarkozy als ‘ministre d’Etat’ (daarmee protocollair de nummer twee in de regering) herbenoemd in de functie van minister van Binnenlandse Zaken. Op voordracht van De Villepin is het regeringsteam drastisch hervormd en in omvang sterk gereduceerd (alle staatssecretarissen zijn geschrapt). Op 9 juni 2005 legde premier De Villepin de regeringsverklaring af in de Assemblee. De aangekondigde maatregelen hadden met name betrekking op het sociaal-economisch beleid: "Frankrijk weer aan het werk helpen" was de centrale boodschap. De kosten van het maatregelenpakket worden geschat op 4,5 miljard euro. De verlaging van de inkomstenbelasting die in 2006 zou worden doorgevoerd (aankondiging van President Chirac van juli 2004) wordt voorlopig opgeschort. De Villepin zal het werkgelegenheidspakket niet via wetten, maar via ‘ordonnances’ doorvoeren. Hij omzeilt daarmee lange procedures (en amendementen) in het Parlement. Oppositie verzette zich uiteraard stevig tegen deze vermeende ‘autoritaire’ bestuursvorm. In de Franse pers wordt gesproken over de “nadagen van Chirac”. Er is sprake van duidelijke onrust binnen de regeringspartij UMP. De jongere generatie van rechtse politici wil voorkomen dat links in 2007 het Elysée weer overneemt en tracht daarom in de UMP het roer meer in eigen handen te nemen. Ook herinnert men aan het feit dat de UMP geacht was een doorbraakpartij te zijn, met allerlei stromingen en dus niet alleen Gaullisten of Chirac aanhangers. Achter dit streven naar herstel van de bloedgroepen kan men de opening van de eerste schermutselingen over de opvolging van Chirac zien. De benoeming van De Villepin in combinatie met Sarkozy, beide zeer ambitieus en mogelijk in de race voor het volgende presidentschap, roept vragen op over de teamgeest van de nieuwe regering. Ook de socialisten zijn door de afwijzing van het Grondwettelijk Verdrag zwaar aangeslagen. Hoewel de officiële partijlijn steun voor het verdrag voorschreef, leidde de tweede man van de PS, Laurent Fabius, een actieve nee-campagne. Na het Franse ‘neen’ restte partijleider François Hollande dan ook geen andere keuze dan Fabius als lid van het bestuur te royeren. De verdeeldheid binnen de PS is nu aanzienlijk. Het partijcongres van de PS is een half jaar vervroegd naar het najaar van 2005 teneinde de brokstukken te repareren voordat de campagne voor de presidentsverkiezingen van 2007 van start gaat. Sinds 16 mei 2007 is Nicolas Sarkozy president. De president heeft een relatief grote macht, doordat hij staatshoofd en regeringsleider is. In oktober 2008 wordt de omvang van de kredietcrisis merkbaar en in februari 2009 pompt de overheid miljarden in de economie. In maart 2010 leiden de regeringspartijen een groot verlies bij regionale verkiezingen. In juni 2010 kondigt de regering drastische bezuinigingen aan om de staatsschuld te verlagen. Win een 15-daagse rondreis door Egypte!
LANGUEDOC-ROUSSILLON LINKS
Advertenties Nuttige links Languedoc-Roussillon Startnederland (N+E) Recepten Frankrijk (N) Romans over Languedoc-Roussillon (N) Startpagina Languedoc-Roussillon (N+E) Telefoongids Frankrijk Willgoto Frankrijk (N) Hotels in LANGUEDOC-ROUSSILLONArtikelen en Reisverhalen over LANGUEDOC-ROUSSILLON
BronnenBongartz, M. / Languedoc-Roussillon
Brutinot, L. / Languedoc-Roussillon
Deggau, H. / Wandelgids Cevennen en Languedoc
Encarta Encyclopedie
Graaf, G. de / Languedoc-Roussillon
Hiddema, B. / Languedoc-Roussillon : Camargue, Cevennen
Languedoc-Roussillon
Languedoc Roussillon : Gorges du Tarn, Cevennen, Carcassonne, Perpignan
Pijnenburg, H. / Cevennen, Languedoc laatst bijgewerkt augustus 2011 Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems |
Vakantie LANGUEDOC-ROUSSILLON
Vakantie LANGUEDOC-ROUSSILLON
Vakantie LANGUEDOC-ROUSSILLON
Vakantie LANGUEDOC-ROUSSILLON
Vakantie LANGUEDOC-ROUSSILLON
Vakantie LANGUEDOC-ROUSSILLON
Vakantie LANGUEDOC-ROUSSILLON
|