Archeologische vondsten hebben uitgewezen dat de Baltische regio al 9000 jaar voor Chr. bewoond gebied was. De voorouders van de huidige bewoners arriveerden wat later. Twee groepen bewoonden het huidige Letland. De eerste groepen die arriveerden waren Finno-Oegrische stammen en jagers die vanuit het oosten kwamen en zich in Estland en in het noorden van Letland vestigden tussen 3000 en 2000 jaar voor Chr. De stammen bestonden uit Lijflanders en Esten. Rechtstreekse afstammelingen van de Lijflanders leven nu nog in de regio Kurzeme. Een tweede groep stammen kwam rond 2000 voor Chr. vanuit het zuiden het Letse gebied binnen. Het waren o.a. Latgallen, Zemgallen en Koeren, waar de meeste Letten van afstammen.
Sinds deze tijd werd de strategische ligging van de Baltische regio steeds belangrijker, ook voor andere volkeren. Een van de belangrijkste handelsroutes liep van Scandinavië naar Byzantium door de regio Kurzeme. Kurzeme profiteerde hier financieel van en werd daardoor een aantrekkelijke prooi voor andere volkeren. In de 11e eeuw volgde een invasie van Russen uit de buurt van Kiev, die echter niet erg succesvol was. Wat wel bleef was het orthodoxe christendom dat zich met name in Oost-Letland voet aan de grond kreeg.
De grootste verandering in de Middeleeuwen betrof echter de introductie van het katholicisme door missionarissen en kruisvaarders (Kreuzritter) uit Duitsland. Ook economische gronden lagen hieraan ten grondslag. De volken verzetten zich fel, maar de Lijflanders werden in 1207 verslagen en de Latgallen in 1214. De Zemgallen en de Koeren hielden het iets langer vol. De nieuwe Duitse heersers noemden het gebied rond de Golf van Riga vanaf dat moment Lijfland. Daarnaast ontstonden er een aantal kleine stadstaten, vaak geleid door een bisschop. De leidende klasse in de deze stadstaten waren allemaal Duitsers, terwijl de arbeiders en boeren allemaal autochtone Letten waren. Dit gegeven zou eeuwenlang blijven doorwerken. Door deze strikte scheiding bleef de etnische identiteit van de Baltische volken gehandhaafd gedurende tijden van overheersing door vele andere volken.
In 1237, na een verpletterende nederlaag toegebracht door de Litouwers werden de Kreuzritter vervangen door een andere militaire orde, de Duitse Orde ofwel Lijflandse Orde. Ook zij leden aanvankelijk een grote nederlaag op het bevroren Peipusmeer in Estland. De Duitse Orde zette echter door en veroverden Koerland in 1260 en de Zemgale in 1290. Het hoofdkwartier werd gevestigd in Cesis (Duits: Wenden).
Aan het begin van de zestiende eeuw waren alle stammen in wat nu Letland is, samengevoegd tot één volk, de Latgallen of Letten. Alleen een kleine groep Lijflanders behield tot de dag van vandaag hun eigen cultuur en taal. Onder de Duitse heerschappij bloeiden de Letse handelssteden op en werden opgenomen in de Hanze, een groep handelssteden die de handel in de Baltische en de Noordzee- regio domineerden. Midden zestiende eeuw verzwakte de macht van de Duitse Orde en van de semi-autonome stadstaten. Tevens bedreigde de Reformatie alle katholieke staten, en dus ook Letland.
Ondanks de Russische overheersing lukte het de Baltische Duitse notabelen om op bijna alle belangrijke posten te blijven zitten en hadden daardoor niet erg veel te lijden onder de Russische overheersing. Dit in tegenstelling tot de Letse bevolking die door de Baltische Duitsers nog steeds als lijfeigenen beschouwd en behandeld werden. Dit duurde nog tot aan het begin van de 19e eeuw. Pas in het midden van de 19e eeuw kregen de boeren een eigen stuk land en waren vrij om te reizen. Gedurende deze periode bloeide de landbouw op en werd zelfs een commerciële activiteit. Door de verbeterende omstandigheden groeide de plattelandsbevolking en ontstond er een onafhankelijke boerenklasse van Letten. Ook het onderwijs kwam op en de economische kracht van de steden ontwikkelde zich waardoor steeds meer Letten naar de steden trokken. Hierdoor kwam de getalsmatige verhouding tussen Letten en Baltische Duitsers op een wat normaler niveau te liggen.
Riga en Liepaja ontwikkelden zich snel als belangrijke industriële havensteden. Riga was op een gegeven moment zelfs de op twee na grootste haven van het gehele Russische rijk. Als gevolg hiervan ontstonden, net als in de rest van Europa, sterke arbeidersbewegingen. In 1905 ontstond er in heel Rusland veel onrust onder de bevolking (stakingen en demonstraties) en dat sloeg ook over op de Letse bevolking. In 1905 volgde een militaire opstand in Daugavpils, stakingen in Riga, Jelgava en Liepaja, en veel onrust op het platteland. Gedurende de revolutie werden ongeveer 600 Duitsers en Russen gedood door de Letten en 184 landhuizen verwoest. Het Russische leger sloeg echter hard terug en met behulp van Baltische Duitsers verloren tussen de 900 en 2000 Letten het leven en meer dan 2000 Letten werden gedeporteerd naar Siberië. Verder vestigden zich ongeveer 20.000 Duitsers en vele Russen zich in Letland om aan alle onrust een einde te maken.
Als onderdeel van het Russische rijk was Letland onmiddellijk in oorlog met Duitsland toen die in augustus 1914 Rusland de oorlog verklaarden. Vele Letten namen dienst in het Russische leger dat echter niet opgewassen was tegen het goed georganiseerde en geëquipeerde Duitse leger. In de lente van 1915 trokken de Duitse troepen Kurzeme binnen. De Letten mochten daarop van de Russen eigen militaire eenheden organiseren. Aanvankelijk lukte het om de Duitsers weer te verdrijven. Hoewel het Duitse front verbroken werd, werd Riga uiteindelijk toch door de Duitsers ingenomen. Daar bleef het echter bij omdat veel Duitse troepen werden teruggeroepen naar het westelijke front in Frankrijk.
Ondertussen volgden de gebeurtenissen in Rusland elkaar in een snel tempo op. In februari 1917 werd tsaar Nicolaas II gedwongen af te treden en Kerensky werd leider van een tijdelijke regering. Hij verving meteen de Lijflandse gouverneur door een Letse gevolmachtigde. De Letse nationalisten maakten van de gelegenheid gebruik om de Baltische Duitsers van hun posten te ontheffen en te vervangen door Letten. Toch was het uiteindelijke doel niet zozeer volledige onafhankelijkheid, als wel autonomie binnen de Russische Federatie. Na de oktober-revolutie in Rusland werden de bolsjewieken (Russische communisten) steeds machtiger in de Baltische landen.
De strenge maatregelen tegen de Baltische Duitsers en alle niet-communistische politici leidde tot een verlangen naar onafhankelijkheid onder de Letse bevolking. In maart 1918 werden de Baltische landen toegewezen aan de Duitsers bij de het Verdrag van Brest-Litovsk. Acht maanden later verloren de Duitsers de oorlog en binnen een week werd er een Letse regering gevormd onder leiding van Kalis Ulmanis. De onafhankelijkheid werd uitgeroepen op 18 november 1918. De Letse onafhankelijkheidsverklaring werd niet geaccepteerd door de bolsjewieken en de overgebleven Baltische Duitsers. Sovjet-troepen vielen Letland binnen en installeerden een regering in Valka voordat ze in januari 1919 Riga veroverden. Er werd een bolsjewiekse regering aangesteld onder leiding van Peteris Stucka. De regering van Ulmanis vluchtte naar Liepaja maar keerde later dat jaar weer terug naar Riga. Alleen Latgale was nu nog bezet door de bolsjewieken. Eind 1919 werden die echter verdreven door de Letten met behulp van Poolse troepen. Latgale werd in 1920 opgenomen door Letland bij het Verdrag van Riga tussen Letland en Rusland.
Op 26 januari 1921 werd Letland erkend door veel Europese staten en in september werd Letland opgenomen door de Volkenbond. In 1934 sloten de Baltische staten een verbond tegen Nazi-Duitsland, maar dat verbond had uiteindelijk weinig effect. Zo sloten de Sovjet-Unie en Duitsland het Molotov- Ribbentrop akkoord in 1939 (niet aanvalsverdrag), waar ook Letland natuurlijk aan gebonden was. Het rode leger bezette Letland in juni 1940 en in juli 1940 werd de Letse regering vervangen door Sovjets en locale communisten.
Ulmaris en andere leidende figuren werden gearresteerd en gedeporteerd naar de Sovjet-Unie, waar Ulmaris twee jaar later in een cel overleed. Het jaar daarop werden er tussen de 30.000 en 35.000 Letten vermoord of gedeporteerd. Op 13 en 14 juni alleen al werden er meer dan tienduizend Letten gearresteerd door de Russische geheime dienst en later vermoord of gedeporteerd. Door deze actie van de Sovjets werden de Letten in de handen van de nazi’s gedreven en hielpen zelfs mee bij het vervolgen van de joden. De nazi’s bouwden verschillende concentratiekampen in de Baltische staten waaronder een in Salaspils nabij Riga waar 100.000 mensen uit alle delen van Europa de dood vonden.
In 1944 begonnen de Duitsers zich terug te trekken en werden vervangen door het Rode Leger. Het duurde niet lang of Letland werd weer opgenomen in de Sovjet- Unie. Een guerillaorganisatie in Kurzeme verzette zich nog tot 1957 tegen de Sovjet-Unie. De komst van het Rode Leger betekende ook weer veel deportaties naar Siberië, wat vele Letten niet overleefden. Andere Letten, met name intellectuelen, vluchtten naar het westen, met name naar de Verenigde Staten. Na de Tweede Wereldoorlog kwamen er veel arbeiders uit Wit-Rusland en de Oekraïne naar Letland om de industrie weer op poten te zetten. Letland was door de Sovjets uitgekozen als centrum van de lichte industrie zoals de voedingsindustrie en de productie van consumentengoederen.
Al snel werden alle Letse steden gedomineerd door Russisch sprekenden en raakten de Letten in de minderheid. Ondanks sociale en milieuproblemen draaide de economie van Letland beter dan die van de Sovjet-Unie en de mensen leefden in redelijke welvaart. In de jaren ’50 probeerde de latere leider van de Nationale Onafhankelijkheids Partij, Eduards Berklavs, de russificatie te stoppen. Deze poging werd door de toenmalige Russische leider Chroetsjow snel de kop ingedrukt. Actieve oppositie was zeer moeilijk en beperkte zich tot het protest via de literatuur, de kunst, of via de nog steeds moeizaam functionerende kerken.
Op 14 juni 1987 vond het eerste openlijke protest sinds de oorlog plaats. In de veranderende Sovjet-Unie met zijn perestroika (reconstructie) en glasnost (openheid) onder Gorbatsjov volgden steeds meer protesten. In juni 1988 kwamen de anti-Sovjetgevoelens tot een voorlopig hoogtepunt door de onthullingen betreffende het Molotov-Ribbentrop akkoord van 1939. Bekend werd nu dat de Baltische landen min of meer “verkocht” waren aan de Sovjet-Unie.
• Riga Hotels
• Letland Hotels
| Ogre | Kandava | Rezekne | Daugavpils |
| Jurmala | Lilaste | Liepaja | Bauska |
| Svetciems | Valmiyera | Riga | Baltezers |
| Cesis | Tume | Dikli | Kuldiga |
| Talsi | Sigulda | ||
| Alle Hotels in LETLAND | |||
Baister, S. / Latvia Estonia, Latvia and Lithuania : country studies Williams, N. / Estonia, Latvia & Lithuania
Bradt Publications, 1999
Federal Research Division, Library of Congress, 1996
Lonely Planet, 2000