De beslissing van het Letse Sovjetbestuur in december 1989 om een einde te maken aan de monopoliepositie van de communistische partij maakte de weg vrij voor de opkomst van onafhankelijke politieke partijen en voor de eerste vrije verkiezingen sinds 1940. Er volgde een politieke overgangsperiode die duurde tot 21 augustus 1991. In 1993 werd de grondwet van 1922 weer van kracht. In juni 1993 werden de eerste verkiezingen gehouden. Na de verkiezingen koos het parlement (de Saeima) Guntis Ulmanis als president. Ulmanis benoemde Valdis Birkavs als minister-president, die op zijn beurt een ministerraad formeerde. De door het parlement voor een ambtstermijn van drie jaar gekozen president draagt geen politieke verantwoordelijkheid en heeft slechts representatieve functies. De uitvoerende macht berust bij de regering, aangevoerd door een minister-president. De regering is verantwoording verschuldigd aan het wetgevende parlement. De Saeima bestaat uit één Kamer met 100 direct voor drie jaar gekozen afgevaardigden. Stemrecht is er sinds 1994 voor alle in Letland levende personen vanaf 18 jaar die afstammen van Letten die op 1940 in Letland woonden. Letse minderheden die daarna in het land zijn komen wonen, zijn daardoor niet langer stemgerechtigd, tenzij ze over een redelijke kennis van het Lets beschikken en hun oude staatsburgerschap opgeven. Vooral de grote groep Russen is hiermee benadeeld.
Een van de eerste problemen die opgelost moesten worden was het “burgerschap”. Besloten werd dat het burgerschap van Letland te verkrijgen was als men vijf jaar onafgebroken in Letland woont, een redelijke kennis heeft van de Letse taal en een legaal verkregen inkomen heeft. Bovendien moet men een eed afleggen waarin men belooft loyaal te blijven aan Letland en geen ander burgerschap aan te houden.
Letland is verdeeld in 26 landelijke districten, 60 steden en 7 grote gemeenten.
Alle kinderen van ± 6 jaar en ouder zijn verplicht om minimaal negen jaar basisonderwijs te volgen. Hierna kunnen ze drie jaar voortgezet onderwijs volgen of één tot zes jaar technisch, vak- of kunstonderwijs. In het schooljaar 93/94 gingen 76.000 kinderen naar het basisonderwijs, 242.000 naar het voortgezet onderwijs, 28.000 naar vakonderwijs, 20.000 naar speciale opleidingsinstituten en 7.000 naar scholen voor lichamelijk of geestelijk gehandicapten. Er zijn 18 universiteiten en hogescholen met 37.000 studenten.
• Riga Hotels
• Letland Hotels
| Dikli | Baltezers | Cesis | Jurmala | ||
| Kandava | Sigulda | Valmiyera | Daugavpils | ||
| Riga | Liepaja | Tume | Ikškile | ||
| Ogre | Lilaste | Bauska | |||
| Alle Hotels in LETLAND | |||||
Baister, S. / Latvia Estonia, Latvia and Lithuania : country studies Williams, N. / Estonia, Latvia & Lithuania
Bradt Publications, 1999
Federal Research Division, Library of Congress, 1996
Lonely Planet, 2000