Litouwen behoort samen met Estland en Letland tot de Baltische staten. De gezamenlijke voorouders trokken ca. 3000 voor Chr. vanuit de Wolga-regio in Centraal-Rusland naar de Baltische regio. In de tijd van de Romeinen was er een levendige handel in amber met Rome.
De band werd zelfs veel steviger toen in 1569 Polen en Litouwen één staat vormden, het Pools-Litouwse rijk, met het Poolse Kraków als hoofdstad. Dit rijk zou 226 jaar blijven bestaan. De Litouwse politieke elite werd echter wel gedomineerd door de Poolse adel en de Poolse kerk, wat uiteindelijk resulteerde in het ontstaan van Poolse sociale en politieke instellingen op Litouws grondgebied. Ook de Litouwse taal kwam in de verdrukking. In 1795 maakte een Russisch-Pruisisch-Oostenrijkse alliantie een einde aan het Pools-Litouwse onafhankelijkheid en Litouwen werd een Russische provincie. Twee opstanden van de Polen in 1831 en 1863 om Litouwen te bevrijden, mislukten. De Russen elimineerden elke Poolse invloed in Litouwen en introduceerden allerlei Russische sociale en politieke instellingen. Zo werden onder de tsaren Litouwse scholen verboden, Litouwse publicaties in Latijns schrift verboden, en werd de rooms-katholieke kerk zwaar onderdrukt.
Uiteindelijk lukte het de Russen natuurlijk niet om de Litouwse taal en cultuur helemaal aan banden te leggen. In de tachtiger jaren van de 19e eeuw kwamen nationalistische gevoelens weer bovendrijven, met name bij de intelligentsia. Zij eisten aanvankelijk meer zelfbestuur maar in 1905 zelfs volledige autonomie. In 1905 ontstond er in heel Rusland veel onrust onder de bevolking (stakingen en demonstraties) en dat sloeg ook over op de Litouwse bevolking. Na de troebelen in 1905 herstelde de tsaar het regime in Litouwen weer. Maar de roep om zelfbestuur was natuurlijk nog niet weg.
De Eerste Wereldoorlog leidde tot de ineenstorting van het Russische en het Duitse rijk en dat was natuurlijk zeer positief voor het Litouwse streven naar zelfstandigheid. De Duitsers probeerden nog of Litouwen een Duits protectoraat wilde worden maar dat lukte niet. Op 16 februari 1918 verklaarde Litouwen zich onafhankelijk en nog steeds is dat dé datum van de onafhankelijkheidsdag. Gedurende de jaren 1918-1920 vocht Litouwen met succes een oorlog uit met Polen. Eind 1920 werd de stad en de regio Vilnius echter bezet door Polen en dat bleef zo tot de Tweede Wereldoorlog. Litouwen stopte daarop alle diplomatieke relaties met Polen tot 1938. In november 1918 vielen de Russen Litouwen binnen, maar de aanval werd uiteindelijk afgeslagen door het Litouwse leger. Op 9 juli 1920 tekende de Russische leider Lenin een vredesovereenkomst met Litouwen. Hierin stond dat de Russen Litouwen erkenden als onafhankelijke staat en "nooit" meer aanspraak zouden maken op Litouws grondgebied.
Op 23 augustus 1939 tekenden Stalin en Hitler een niet-aanvalsverdrag. Deze overeenkomst bevatte een geheime passage waarin Polen en de Baltische staten al verdeeld werden tussen Rusland en Duitsland. Litouwen, in eerste instantie toebedeeld aan Duitsland, werd in september 1939, nog steeds in het geheim, toch toegewezen aan Rusland. In oktober drong de Sovjet-Unie Litouwen een niet- aanvalsverdrag op en kwamen ze tevens overeen dat de Sovjets 20.000 militairen in Litouwen mocht stationeren. Als beloning werd Vilnius weer aan Litouwen toegevoegd.
Dit alles was slechts een voorbode van wat nog komen zou. Op 15 juni 1940 werd Litouwen overlopen door het Rode Leger. De Sovjets installeerden meteen een pro-communistische regering en er werden nieuwe verkiezingen georganiseerd. Deze stelden echter weinig voor, men kon slechts op een door de Sovjets goedgekeurde lijst met kandidaten stemmen. Op 21 juli 1940 trad Litouwen tot de Sovjet-Unie toe als de Socialistische Sovjet Republiek Litouwen. Veel landen waaronder de Verenigde Staten keurden de Sovjetbezetting van Litouwen sterk af. Onder het Sovjetbewind volgde al snel radicaal politieke en economische veranderingen en bovendien barstte de stalinistische terreur los. Deze terreur leidde ertoe dat op 13/14 juni 1941 meer dan 30.000 Litouwers gedeporteerd werden naar Siberië. Deze terreur stopte pas toen de Duitsers de Sovjet-Unie aanvielen op 22 juni 1941. De volgende dag kwam het Litouwse Activisten Front meteen in actie en organiseerde een opstand tegen de Sovjets. Vilnius en Kaunas werden ingenomen en men verklaarde Litouwen weer onafhankelijk.
Deze provisorische regering werd al snel door de Duitsers vervangen door een Litouwse "Vertrauensrat" onder leiding van de Litouwse generaal Petras Kubiliunas. Op dat moment gingen de echte leiders van Litouwen ondergronds en er ontstond een anti-nazibeweging die illegale kranten publiceerde, wapens verzamelde en economische boycots organiseerde. Een door de Sovjets georganiseerde verzetsgroep verzette zich meer met geweld door o.a. overvallen op Duitse transporten. In 1943 probeerden de Duitsers een SS- afdeling op te richten. Dankzij het verzet mislukte dit. Gedurende de Duitse bezetting werden er tienduizenden Litouwers tewerkgesteld in Duitsland of namen dienst in het Duitse leger. Velen vonden ook de dood in gevangenissen en concentratiekampen van de nazi's.
In de zomer van 1944 veroverden de Sovjets Litouwen weer; de havenstad Klaipeda werd pas in januari 1945 bevrijd. De gevluchte Antanas Smieckus, de leider van de communistische partij, kwam weer terug uit Moskou. Het duurde echter tot 1952 voordat geheel Litouwen weer onder controle van de Sovjets was. Gewapende partizanen hielden het lang vol maar moesten uiteindelijk capituleren en hadden 20.000 tot 30.000 doden te betreuren. De Litouwse economie werd weer op de bekende centralistische Sovjet- wijze ingericht. Zo werd de landbouw tussen 1947 en 1951 volledig gecollectiviseerd. Ook de geheime dienst deed weer van zich spreken en terroriseerde de bevolking. Verder werd religie verboden (eenderde van de priesters werd gedeporteerd) en de deportaties naar Siberië werden hervat.
In 1972 stak een jonge student, Romas Kalanta, zichzelf in brand. Het leger moest daarna in actie komen om een dreigende opstand de kop in te drukken. Gedurende de periode Brezhnev (1964-1982) werd de russificatie van Litouwen alleen nog maar geïntensiveerd.
Dat veranderde pas toen Mikhael Gorbatsjov aan de macht kwam in 1985. Het proces van perestroika (reconstructie) en glasnost (openheid) verliep in Litouwen aanvankelijk moeizaam door de zeer conservatieve leiders die op dat moment aan de macht waren. Maar, aangemoedigd door de gebeurtenissen in Moskou, begonnen Baltische dissidenten in 1987 met openbare demonstraties te houden in de hoofdsteden Riga, Tallinn en Vilnius. In 1988 vormde een groep communistische en niet-communistische intellectuelen de Sajudis-beweging. Deze beweging steunde Gorbatsjov's initiatieven, maar sprak ook veel over typisch Litouwse kwesties. Ze organiseerden massabijeenkomsten om een groter draagvlak onder de Litouwse bevolking te krijgen. Ze wilden verder het Litouws weer terug als officiële taal, wilden de waarheid horen over de Stalinistische periode, wilden bescherming van het milieu en inzage in de geheime protocollen van het Molotov-Ribbentrop-pact van 1939.
Midden 1988 namen er ook steeds vaker leiders van politieke partijen deel aan de massabijeenkomsten. Op 24 juni 1988 bezocht de partijsecretaris voor industrie, Brazauskas zo'n bijeenkomst. In oktober 1988 werd Brazauskas eerste secretaris van de partij en hield de Sajudis-beweging zijn officiële oprichtingsvergadering in Vilnius. Als voorzitter werd de musicoloog Vytautas Landsbergis gekozen die geen lid was van de communistische partij. In maart-mei 1989 was Sagudis zeer succesvol bij de verkiezingen voor het nieuwe Congres van Afgevaardigden van de Sovjet-Unie. Van de communisten werden alleen Brazauskas en Beriozovas gekozen. Vanaf die tijd werkten Brazauskas en de Sajudis-beweging voorbeeldig samen. Litouwens soevereiniteit wed in mei 1989 uitgeroepen en de opname van Litouwen in de Sovjet-Unie werd onwettig verklaard. In augustus werd een menselijke ketting van Tallinn naar Vilnius gevormd als protest tegen de vijftigste verjaardag van het nazi-sovjet niet aanvalsverdrag van 1939. In december dwong Brazauskas de communistische partij van Litouwen om zich af te scheiden van de communistische partij van de Sovjet-Unie. Hierna nam de Litouwse communistische partij in snel tempo enkele vérgaande maatregelen: in december 1989 werd er een eind gemaakt aan de monopoliepositie van de communistische partij van Litouwen en werd het meerpartijenstelsel ingevoerd.
De centrale regering in Moskou bleef de roep om onafhankelijkheid bekritiseren, maar verleende in januari 1990 financieel en economisch zelfbestuur aan Litouwen, waardoor Litouwen het beheer kregen over hun eigen industrieën, land, banken en natuurlijke hulpbronnen, met uitzondering van aardolie en aardgas. Nadat in februari 1990 vrije verkiezingen werden gehouden en het Volksfront een ruime tweederde meerderheid behaalde in de Litouwse Opperste Sovjet, volgde op 11 maart 1990 een officiële onafhankelijkheidsverklaring; president werd Vytautas Landsbergis en Kaziemiera Prunskiene werd minister-president.
Op 11 januari 1991 bestormden afdelingen van het Sovjetleger het radio- en televisiegebouw in Vilnius en hielden dit kort bezet. Enkele dagen later ontkende de centrale regering in Moskou iedere betrokkenheid bij het optreden van het leger, waarbij doden en gewonden vielen. Na de mislukte staatsgreep van eind augustus 1991 in Moskou erkende het Sovjetparlement, het Congres van Volksafgevaardigden, op 6 september de onafhankelijkheid van Litouwen en de andere twee Baltische staten, binnen een maand gevolgd door de erkenning door de Verenigde Naties.
De nieuwe staat, afhankelijk van Russisch aardgas en aardolie, kreeg te maken met hogere energieprijzen waardoor een grote economische teruggang optrad. De Sajudis-partij verloor daardoor veel van zijn invloed. In oktober 1992 werd de Democratische Arbeiderspartij de absolute winnaar bij parlementsverkiezingen. Vytautas Landsbergis trad af als staatshoofd en werd vervangen door Algirdas Brazauskas van de Democratische Arbeiderspartij. In mei 1993 richtte Landsbergis een nieuwe conservatieve politieke partij op, bedoeld om het verslagen Sajudis op te volgen. In augustus 1993 werden de laatste Russische troepen uit Litouwen teruggetrokken.
In januari 1994 sloot Litouwen zich als eerste van de voormalige Sovjetrepublieken aan bij de Partnership for Peace- overeenkomst van de NAVO. In juni 1995 trad een associatieverdrag tussen Litouwen en de EU in werking en enige tijd later schaften Estland, Letland en Litouwen de visumplicht af voor staatsburgers uit de Baltische staten. De economische hervormingen leverden nog geen grote resultaten op en de gemiddelde levensstandaard daalde verder als gevolg van de hervormingspolitiek. De werkloosheid bleef hoog, vooral op het platteland. Een groot probleem vormde verder de afhankelijkheid van Russische energieleveranties, die bijna 30% van de totale Litouwse invoer vertegenwoordigden. Russische prijsverhogingen bevorderden de inflatie en bedreigden de economische groei. Het faillissement van de Innovation Bank in december 1995 stortte het land in een politieke crisis toen bleek dat hoge overheidsfunctionarissen, onder wie minister- president Slezevicius en minister van Binnenlandse Zaken Vaitiekunas, van tevoren op de hoogte waren gesteld en op tijd hun banktegoeden hadden opgenomen. Deze bankcrisis werd de Litouwse Democratische Arbeiderspartij fataal. Zij verloren ruim zestig zetels en keerden met twaalf zetels in het parlement terug. Grote winnaar werd de rechtse Vaderlandsunie van oud-president Landsbergis, die in november 1996 een regeerakkoord sloot met de christen- democraten. In juni 2001 trad premier Rolandas Paksas af nadat al eerder zes ministers uit zijn kabinet waren opgestapt. In de uit twee partijen bestaande minderheidsregering bestonden al langer ernstige meningsverschillen over een aantal sociaal-economische onderwerpen.
Begin januari 2003 won ex-premier Paksas verrassend de presidentsverkiezingen op de gedoodverfde winnaar, de zittende president Valdas Adamkus. De 46-jarige Paksas van de rechtse Liberaal Democraten kreeg ca. 55% van de stemmen en de 76-jarige Adamkus ca. 44% van de stemmen in de tweede ronde van de verkiezingen. Tijdens de eerste ronde op 22 december 2002 kreeg Adamkus 35,1% van de stemmen en Paksas bleef toen steken op 19,4%.
Eind 2003 werd er een parlementair onderzoek ingesteld naar de banden van president Paksas en zijn adviseurs met de Russische maffia. De uitkomst van het onderzoek was dat Paksas een bedreiging vormde voor de nationale veiligheid en tevens werd hij beschuldigd van het lekken van vertrouwelijke informatie.
Het parlement zou op 2 december beslissen over een afzettingsprocedure, maar premier Brazauskas was al van mening dat Paksas moest opstappen.
Op 1 mei 2004 trad Litouwen toe tot de Europese Unie.
De parlementsverkiezingen van oktober 2004 leverden een overwinning op voor de pas in 2003 opgerichte Arbeidspartij met als partijleider Uspaskich. De zittende coalitie van sociaal-democraten en liberalen werd weggevaagd. De Arbeidspartij haalde 28,6% van de stemmen, tegen 20% voor de regeringscoalitie die in 2000 nog meer dan de helft van de stemmen kreeg.
Na de val van de regering-Brazauskas in juni 2006 regeert momenteel minister-president Kirkilas met een coalitie van vier partijen: de sociaaldemocraten, de Boerenpartij, de centrumlinkse ‘Liberal and Center Union’ en de Burgerdemocratie. Omdat deze partijen gezamenlijk slechts 53 zetels bezetten in de Seimas gaat het hier om een minderheidsregering, die wordt gedoogd door de conservatieve oppositie.
De conservatieve Thuisland Unie heeft de verkiezingen in Litouwen gewonnen. De partij, die bij de vorige verkiezingen nog iets minder dan 15 procent van de stemmen kreeg, steeg naar 18,5 procent.
De Nationale Opstandingspartij eindigde op de tweede plaats met 15 procent. De populistische Partij voor Orde en Gerechtigheid van oud-president Rolandas Paksas kreeg 13 procent van de stemmen. Grote verliezer werden de regerende sociaal-democraten. Zij bleven steken op 12 procent en zijn nu de op drie na grootste partij in het parlement. Iets minder dan de helft van de 2,7 miljoen stemgerechtigden ging naar de stembus.
• Vilnius Hotels
• Litouwen Hotels
| Plunge | Panevežys | Garliava | Avižieniai |
| Klaipeda | Vilnius | Trakai | Druskininkai |
| Nida | Bubiai | Kaunas | Palanga |
| Alle Hotels in LITOUWEN | |||
Estonia, Latvia, and Lithuania : country studies McLachlan, G. / Lithuania Williams, N. / Estonia, Latvia & Lithuania
Federal Research Division, Library of Congress, 1996
Bradt Publications, 1999
Lonely Planet, 2000