In de loop van de geschiedenis ontwikkelde Luxemburg zich van een agrarisch gebied tot een van de modernste en rijkste landen van Europa. Het nationaal inkomen per hoofd van de bevolking is met $32.700 een van de hoogste ter wereld. Het bruto nationaal product bestaat voor 1% uit de landbouw, voor 22% uit industrie (inclusief de bouwnijverheid) en voor 77% uit diensten en de overheid (1999). Door de financiële sector is Luxemburg sinds de jaren zeventig een van de leidende financiële centra in de wereld. 70% van de actieve bevolking is werkzaam in de dienstensector, 28% in de industrie en 3% in de landbouw. Ca. 40% van de werknemers is buitenlander, de meeste komen dagelijks de grens over.
Het aantal landbouwbedrijven is sinds 1950 gedaald met ongeveer 60%. De gemiddelde bedrijfsoppervlakte van de boerenbedrijven is gestegen en bedroeg in 1995 46 ha. Veeteelt (koeien en varkens) is de belangrijkste vorm van landbouw. De productie van kaas en melk is sterk gestegen en overtreft de binnenlandse behoefte In het noorden van het land worden vooral voedergranen, gerst en aardappelen geproduceerd. In het zuiden zijn tarwe en fruit belangrijke landbouwproducten. Een andere belangrijke agrarische sector is de druiventeelt in de vallei van de Moezel. De hier gelegen wijngaarden leveren uitstekende witte wijnen op. Meestal wordt de helft of meer van de wijnproductie uitgevoerd. Ongeveer 34% van de oppervlakte van het land is met bos bedekt.
De uit de 17de eeuw daterende ontginning van ijzererts in het uiterste zuiden is vanaf 1950 sterk teruggelopen wegens het afnemend ijzergehalte, het hoge fosforgehalte en de zwakke concurrentiepositie ten opzichte van rijkere ertslagen in andere landen. De productie stopte in 1981 en momenteel wordt ijzererts geïmporteerd. Er zijn nog enkele steengroeven. Voor zijn energievoorziening is het Groothertogdom voor 95% van het buitenland afhankelijk. De eigen elektriciteitsproductie (waterkracht) voorziet in de resterende 5% van het binnenlandse energieverbruik.
Aan de ijzer- en staalindustrie in het zuidwesten van Gutland dankt het land grotendeels zijn bestaansmogelijkheden. Wel werd begin jaren zeventig onder invloed van de algemene malaise in de Europese industrie de behoefte aan staal en ijzer minder. Daardoor is de staalproductie sinds de tweede helft van de jaren zeventig sterk teruggelopen: 2,6 miljoen ton in 1995, tegen 6,5 miljoen ton in 1974. Andere industriële ondernemingen zijn: kunststof- en chemische industrie, farmaceutische en metaalverwerkende industrie. Er zijn enkele multinationals in Luxemburg gevestigd, zoals Goodyear, Du Pont en General Motors, die samen ruim 25% van de totale industriële productie van de uitvoer van het land voor hun rekening nemen.
Sinds 1921 vormt Luxemburg een monetaire en economische unie met België, de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie, BLEU. Deze Unie heeft wel veel aan betekenis ingeboet na de oprichting van de Benelux en de Europese Unie. Vrijwel de gehele handel vindt plaats met andere EU-landen, waarbij Duitsland en België de belangrijkste partners zijn. Ingevoerd worden vooral afgewerkte producten, ertsen en steenkool. De uitvoer bestaat voor iets meer dan een derde uit staalproducten. De rubber- en plasticindustrie nemen 14% van de totale uitvoer voor hun rekening.
De bank- en financiële functie van Luxemburg, bevorderd door een gunstiger fiscaal klimaat dan in de grotere buurlanden en door een streng, door de wet gegarandeerd bankgeheim en de afwezigheid van een controlerende centrale bank, wordt ook nog versterkt door de rol van de stad Luxemburg als hoofdstad van de EGKS en als vestigingsplaats van andere EU instellingen. Onder druk van andere Europese landen werd besloten banken verplicht te stellen om verdachte transacties aan justitie te melden. In 1995 werd het bankgeheim voor grotere belastingfraudes en criminele zaken opgeheven.
In 1996 waren er 222 banken, die ruim 20.000 personen werk boden en de belangrijkste bijdrage leveren aan het bruto nationaal product. Het merendeel van de banken is juridisch gezien buitenlands.

In het goederenverkeer spelen de (staats)spoorwegen (270 km) een grote rol. Het wegennet is 5.220 km lang. Voor het goederenvervoer over het water is de haven van Mertert aan de gekanaliseerde Moezel belangrijk. Het internationale luchtverkeer gaat via de luchthaven Luxemburg-Findel.
Het toerisme is erg belangrijk voor de economie van Luxemburg. De grootste toeristische trekpleister is het gebied ten zuiden van de Sauer aan de grens met Duitsland, het zgn. Klein Zwitserland. Kenmerkend zijn de rotsen met kloven en de bijzondere plantengroei. Andere bezienswaardigheden op natuurgebied zijn de prachtige valleien van o.a. de Esch en de Moezel. De toeristisch interessante steden zijn, behalve de hoofdstad Luxemburg o.a. Clervaux, Echternach, Vianden en Wiltz. Een bekende badplaats is Mondorf-les-Bains.
Uit de middeleeuwen zijn enkele burchten en ruïnes bewaard gebleven, o.a. die van Beaufort, Bourscheid, en Clervaux. De belangrijkste musea zijn de Musées de l'État (archeologische, natuurhistorische, historische, kunst- en volkskundige afdelingen) en het Musée Pescatore (17de- tot 19de-eeuwse Belgische, Franse en Hollandse schilderkunst) in de stad Luxemburg. Verder zijn er het Maison Victor Hugo en een volkskundig museum te Vianden, een wijnbouwmuseum en een aantal oorlogs- en streekmusea.
• Luxemburg Hotels
• PropertyPortal.nl - Dé Portal voor wonen en het kopen van een tweede huis in Luxemburg
Encarta 1998 Europese Unie Fonteyn, G. / Ardennen, Luxemburg Grote Lekturama Wereldatlas, Europa Smets, P. / Het Groothertogdom Luxemburg Stoks, F. / Ardennen, Luxemburg Vermeulen, J.J. / Het Groothertogdom Luxemburg www.cia.gov
Europees Platform voor het Nederlandse Onderwijs, 1998
ANWB Media, 1998
Lekturama, 1987
Lannoo, 1995
Gottmer, 1995
Lekturama, 1985