Geschiedenis

Oudste bewoners



Myotragus Balearicus Al in het derde en vierde millennium v.Chr. werd Mallorca bewoond door een Iberisch herdersvolk dat in holen woonde. Bijzonder is dat deze mensen de Myotragus, een antilopensoort, als huisdier hadden. Vele andere archeologische vondsten dateren van een latere periode, 1500 tot 100 v.Chr, de zogenaamde Talayot-cultuur. Het woord talayot stamt af van het Arabische "talaya", dat wachttoren betekent. Talayot is ook de benaming voor de veelal ronde torens die werden gebruikt als verdedigingstoren of uitkijkpost. Deze op elkaar gestapelde stenen horen dan ook thuis in het megalithische tijdperk en hoorden vaak bij een nederzetting. Andere bouwwerken die typisch zijn voor deze culturen zijn de naveta's, een op de kop liggende boot van grote stenen die gebruikt werd als graftombe.


Carthagers en Romeinen



Romeinse ruines Alcudia De eerste bewoners van de Balearen waren vanaf 645 v.Cr. de Carthagers. Ten tijde van de Punische oorlogen die tussen Rome en Carthago gevoerd werden van 264 tot 146 v.Chr. speelde Mallorca samen met de andere eilanden van de Balearen een belangrijke rol. Beide partijen rekruteerden soldaten van het eiland die bekend stonden als uitstekende slingeraars.
In 123 v.Chr. werden de Balearen veroverd door de Romeinen die alle eilanden in de vierde eeuw opnamen in de provincie Hispania Citerior. Voor het eerst hoorden Menorca, Mallorca, Ibiza en Formentera bij elkaar. De Balearen waren voor de Romeinen een belangrijke leverancier van hout en de al eerder genoemde soldaten. De inwoners van de eilanden leerden op hun beurt druiven, olijven en koren te verbouwen. Ook bouwden de Romeinen nieuwe steden als Palma, Pollentia en Manacor en legden wegen en bruggen aan. De stad Pollentia (nu: Alcúdia) was destijds de machtigste stad op Mallorca.
In de 4e en 5e eeuw verspreidde het christendom zich over de eilanden en werden de eerste basilieken opgericht. Nadat het Romeinse Rijk ineengestort was werd het vasteland van Spanje veroverd door de Westgoten. De Balearen werden geplunderd en veroverd door de Vandalen die in de 6e eeuw weer werden verdreven door de Byzantijnen onder leiding van Belisarius.

Moorse overheersing



Moors Terras In de 7e en 8e eeuw werden de eilanden voortdurend bestookt door Barbaren en Noormannen en begin 8e eeuw werden de Balearen al aangevallen door de Moren. Deze aanval werd afgeslagen met behulp van Karel de Grote. Enige tijd later lukte het de Moren wel om de Balearen te veroveren en deze bezetting zou zo'n drie eeuwen duren. Palma werd als hoofdstad aangewezen en kreeg de naam Medina Mayurka.
Gedurende de Moorse overheersing bloeide economie en cultuur en hadden de eilandbewoners niet veel last van de Moren. Zij konden bijvoorbeeld hun godsdienst blijven uitoefenen en joden en Genuese kooplieden mochten zich vrij vestigen op de eilanden. Ook werden er irrigatiekanalen aangelegd die nu nog steeds gebruikt worden. Mallorca werd ook gebruikt als uitvalsbasis van kapers die handelsschepen aanvielen en dit leverde voor het eiland veel geld op. In 1229 werd Mallorca veroverd door de koning van Aragon en Catalonië, Jaume I, en de Moren werden verjaagd evenals tot de islam bekeerde christenen. In 1276 gaf hij het koninkrijk Mallorca, dat in die tijd ook Ibiza, Sardinië, Roussillon en Montpellier omvatte, aan zijn zonen Jaume II en Pedro II.
Pedro II kreeg Valencia, Aragon en Catalonië maar wilde meer en voerde voortdurend oorlog met Jaume II. Deze strijd duurde generaties en uiteindelijk werden de Balearen in 1343 veroverd door Pedro IV van Aragon. Op dat moment werden de Balearen bestuurd door Jaume III, de zoon van de Sancho I, die Jaume II was opgevolgd. Aan het zelfstandige koninkrijk kwam hiermee een einde en vanaf die tijd behoorden de Balearen tot het koninkrijk van Aragon. De Balearen werden in 1479 een provincie van het grote Spaanse rijk dat ontstond na de trouwerij van Ferdinand van Aragon en Isabella van Castilië. In de 16e eeuw ging de handel en de scheepvaart onderuit door de Turkse expansiedrift en de Noord-Afrikaanse zeerovers. Ook door de ontdekking van Amerika ging de economie sterk achteruit doordat een deel van de handel zich verplaatste van de Middellandse Zee naar de Atlantische Oceaan.

Bourbon en Habsburg



Begin 18e eeuw (1700-1713) streden het Franse Huis van Bourbon en het Oostenrijkse Huis van Habsburg in de Spaanse Successieoorlog om de Spaanse troon. De Balearen kozen voor de Habsburgers, die de strijd echter verloren van de Bourbons. In 1833 werd de Balearische provincie opgericht en het bestuur de Balearen werd op Mallorca gevestigd. Op Menorca en Ibiza zat een delegatie van dit bestuur. Vanaf die tijd bleef het vrij rustig op de eilanden en naar de welvaart als gevolg van het sterk toenemende toerisme geleidelijk toe. In 1983 kregen de Balearen de autonome status toegekend met een eigen regering en parlement.



Moderne Geschiedenis Spanje



Revolutie en restauratie (1868-1923)



In 1868 werd Isabella afgezet en korte tijd opgevolgd door generaal Prim. De "Cortes" stelde een nieuwe grondwet op en koos in 1870 een nieuwe koning, Amadeus van Aosta, die afkomstig was van het Italiaanse koningshuis. Amadeus van Aosta trad in 1873 af waarna de "Eerste Republiek" werd uitgeroepen die tot 29 december 1874 duurde. Er werd een federale grondwet opgesteld en een democratische structuur georganiseerd.
De nieuwbakken republiek kreeg te maken met de Tweede Carlistenoorlog en een opstand met Cartagena als centrum. Ook een anarchistische stroming in de arbeidersbeweging zorgde voor grote problemen in het agrarische Andalusië en het industriële Catalonië. Door een volgende militaire staatsgreep of "pronunciamiento" onder leiding van generaal Martínez de Campos kwam er al snel een einde aan de Eerste Republiek en de zoon van Isabella, Alfons XII, werd tot koning uitgeroepen.
Politiek staat de periode die van 1874 tot 1923 duurde bekend als de "restauratie" en werd gekenmerkt door elkaar afwisselende liberale en reactionaire regeringen. Dit alles was gebaseerd op een betrekkelijk liberale grondwet uit 1876 van Antonio Cánovas del Castillo. Cánovas was een zogenaamde "moderado", een gematigde politicus. Deze "moderados" lieten de liberalen en de reactionairen met elkaar om de macht strijden en bepaalden zelf grotendeels het regeringsbeleid. Het volk had in dit systeem weinig te zeggen op plaatselijk niveau. De plaatselijke en regionale machthebbers hadden het in hun gebied voor het zeggen en de invloed van het volk was minimaal. Dit systeem werd "caciquismo" genoemd waarbij ook nog de kerk haar politieke macht vergrootte.
Cánovas werd in 1897 vermoord en de nederlaag in de Spaans-Amerikaanse Oorlog waardoor ook de laatste koloniën verloren gingen, stortten Spanje in een staat van permanente crisis.
Verschillende bewegingen op politiek, cultureel en nationalistisch gebied lieten luid van zich horen. Zo streefde de "Generatie van '98" naar een politiek en cultureel reveil en een modern Spanje. Nationale bewegingen in Baskenland en Catalonië kregen steeds meer een politiek gezicht en de arbeidersbeweging werd steeds revolutionairder in haar doen en laten.
Liberale kabinetten hadden ondertussen in 1890 gezorgd voor algemeen stemrecht, vrijheid van vakbeweging en een minimale sociale wetgeving. In de praktijk stelde het allemaal echter nog niet veel voor. Internationaal kwam Spanje in een slecht daglicht te staan na het martelen van gevangenen in 1896 en de terechtstelling door een woedende massa van Francisco Ferrer Guardia, een vooruitstrevende voorman van de rationele "moderne school". Verder kwamen Catalonië en Andalusië negatief in het nieuws door soms bloedige sociale conflicten.
Spanje bleef neutraal in de Eerste Wereldoorlog waarbij links sterk sympathiseerde met de geallieerden. Rechts, en dan vooral de kerk, was sterk anti-Frans. Verder profiteerde Spanje vooral economisch door oorlogsleveranties. Na de Eerste Wereldoorlog ontstond in heel Europa een sociaal-revolutionaire beweging die ook Spanje aandeed. De Spaanse regering reageerde in 1919 met het met geweld onderdrukken van een algemene staking en het in de gevangenis gooien van socialistische kopstukken. Later werden zelfs enkele bekende leden van de vakbeweging CNT door politieagenten gedood. 1923 werd een belangrijk jaar. Bij verkiezingen wonnen de socialisten voor het eerst terrein en leed het Spaanse leger een grote nederlaag in Marokko. In datzelfde jaar op 13 september pleegde generaal Primo de Rivera met medeweten en instemming van koning Alfons XIII een staatsgreep.

Dictatuur, Tweede Republiek en burgeroorlog (1923-1939)



Onder Primo werd Spanje een dictatuur waarin de "Cortes" werd ontbonden, o.a. de persvrijheid werd opgeheven en het bestuur sterk gecentraliseerd werd. Vanaf 1929 nam de weerstand tegen dit regime toe en in januari 1930 trad Primo af en werd opgevolgd door generaal Berenguer. Na de gemeenteraadsverkiezingen van april 1931 kregen alle grote steden een republikeins bestuur en dat was voor Alfons XIII het teken om het land te verlaten waardoor Spanje vrij geruisloos wederom een republiek werd.
Deze zogenaamde Tweede Republiek duurde tot 1939 en opnieuw werd er een grondwet opgesteld, deze keer met een progressief democratisch karakter. President werd Alcalá Zamora en Manuel Azaña van de Acción Republicana werd premier. Belangrijk in deze periode was dat de scheiding van kerk en staat geregeld werd en dat het onderwijs alleen nog door leken gegeven werd. Ook werd Catalonië in 1932 autonomie met een eigen regering gegeven en in 1936 volgde Baskenland. Afschaffing van het grootgrondbezit, de hervorming van het leger en sociale kwesties verliepen traag of werden totaal niet aangepakt. Arbeidersbewegingen vervreemdden zich al snel van de republiek en de logische stakingen en anarchistische revoltes werden bloedig neergeslagen.
De verkiezingen van november 1933 werden gewonnen door rechts, maar de opeenvolgende rechtse regeringen bakten er niet veel van en deze twee jaren werden dan ook de "bieno negro", twee zwarte jaren genoemd. In 1934 volgde een confrontatie tussen arbeidersbewegingen en het leger in Asturië en dat zou de voorbode van de latere burgeroorlog blijken te zijn. Vele duizenden opstandelingen verdwenen in de gevangenis en Catalonië verloor zijn autonomie, nadat het zelf de onafhankelijkheid had uitgeroepen.
Republikeinse en linkse partijen, verenigd in het Volksfront, wonnen de parlementsverkiezingen in februari 1936 en Manuel Azaña werd president. De regering kwam meteen in grote problemen toen de socialisten niet aan de regering wilden deelnemen, en er volgde een zeer onrustige periode met o.a. stakingen en politiek geweld door met name de Falange, een kleine maar sterk groeiende fascistische beweging.
Intussen bereidde rechts zich voor op een staatsgreep. Deze werd door elementen uit het leger ingezet op 17 juli 1936 vanuit Spaans-Marokko. De arbeiders verzetten zich hier fel tegen en de Spaanse Burgeroorlog was een feit. De burgeroorlog eindigde op 1 april 1939 met een overwinning van de "nationalisten" van generaal Francisco Franco Y Bahamonde, die al sinds 1936 de leider was van rebellerende generaals. De trieste balans van de burgeroorlog telde honderdduizenden mensen mishandeld, gedood of gevangen gezet.

Het Spanje van Franco (1939-1975)



Franco Franco was een alleenheerser die gesteund werd door de enige toegestane politieke beweging, de rechtse Falange, en door het leger en de kerk. Het zogenaamde "franquisme" wilde maar een ding: de herleving van het katholieke Spanje in zijn oude glorie en het afzweren van alle krachten en binnenlandse en buitenlandse vijanden die die oude glorie hadden laten verdwijnen. Dit gebeurde niet al te zachtzinnig en trof o.a. Catalanen, Basken en arbeidersbewegingen.
Het sociaal-economisch leven werd beheerst door verticaal georganiseerde syndicaten naar fascistisch-corporatief model, maar veroorzaakte lange tijd armoede, honger, corruptie (zwarte markt), economische stagnatie en cynisme. Economisch bereikte Spanje pas in 1956 weer het peil van 1936. Alle illegale organisaties en ballingen konden het regime niet serieus bedreigen.
In de Tweede Wereldoorlog steunde Franco Duitsland en Italië, aan wie hij zijn overwinning in de Spaanse burgeroorlog mede te danken had. Spanje zelf werd geen oorlogsgebied; wel nam een vrijwilligersleger, de Blauwe Divisie, deel aan de strijd tegen de Sovjet-Unie.
In 1943 al benoemde hij de monarchist Jordana als minister van buitenlandse zaken en in 1947 herstelde hij formeel de monarchie zonder een koning te benoemen. Na 1945 kwam Spanje in een isolement terecht en het Franco-bewind werd door de Verenigde Naties veroordeeld. Pas halverwege de jaren vijftig kwam Spanje uit dit isolement door de toetreding in 1955 tot de Verenigde Naties en in 1959 tot de OEES, de Organisatie voor Europese Economische Samenwerking, de voorloper van de OESO. Economisch ging het vanaf 1953 weer wat beter door een aantal economische verdragen met de Verenigde Staten. De Spaanse koloniën Marokko, Spaans-Guinea (nu: Equatoriaal Guinee) en Spaans Sahara (nu: Westelijke Sahara) werden in respectievelijk 1956, 1968 en 1975 zonder veel strijd opgegeven. De kleinzoon van Alfons XIII, Juan Carlos de Bourbon, werd in 1969 door Franco tot zijn opvolger aangewezen. Juan Carlos werd zelfs onder toezicht van Franco opgevoed.
In de jaren zestig veranderde de Spaanse samenleving door een toestroom van buitenlands kapitaal, de opkomst van het toerisme en door de Spaanse gastarbeiders die veel geld mee naar huis brachten. Door al deze ontwikkelingen namen industrialisatie en verstedelijking sterk toe en groeide de economie voorspoedig. Door de modernisering werd de invloed van de Falange en het systeem van de syndicaten steeds minder belangrijk.
Ook binnen het regime van Franco werd steeds meer gestreefd naar liberalisering van het systeem. Zo bezette de modernistische rooms-katholieke lekenorganisatie Opus Dei belangrijke economische regeringsposten en kwamen nieuwe oppositiebewegingen opzetten. In Catalonië leefde het nationalisme weer op en in het Baskenland bond een nieuwe bevrijdingsbeweging, de ETA, de gewapende strijd aan met de gevestigde orde. Vele terreuraanslagen zouden volgen en het regime trad zeer hard op tegen de ETA en andere terreurgroepen
In 1973 werd premier Carrero Blanco, de tweede man van het regime achter Franco, gedood bij een aanslag van de ETA, en op 20 november 1975 overleed dictator Franco zelf.

Spanje wordt een parlementaire democratie



Juab Carlos Op 22 november 1975 werd koning Juan Carlos beëdigd. Hij effende tot ieders verrassing meteen de weg naar een parlementaire democratie die via een aantal referenda langs wettelijke weg werd gerealiseerd. De laatste premier van Franco, Arias Navarro, werd opgevolgd door Adolfo Juarez die de periode van overgang ("transición) begon. Alle burgerlijke vrijheden werden weer toegestaan, ballingen keerden terug en verboden partijen als de socialistische en de communistische werden gelegaliseerd.
In 1977 werden voor het eerst sinds 1936 weer vrije parlementsverkiezingen gehouden die werden gewonnen door de UcdD, Unie van het Democratisch Centrum, onder leiding van premier Suarez. Tweede partij werd de PSOE onder leiding van Felipe González.
De nieuwe grondwet van 1978 maakte van Spanje officieel een parlementaire democratie. Ook de verkiezingen van 1979 werden gewonnen door de partij van Juarez en begin jaren tachtig werden eerst Catalonië en Baskenland en daarna alle andere regio's autonoom. De ETA van Baskenland wilde echter meer en zette dat kracht bij met meer aanslagen. Ook in het leger waren er bepaalde elementen tegen de verdergaande democratisering. Op 23 februari 1981 volgde er een poging tot een militaire staatsgreep onder leiding van een kolonel van de Guardia Civil, Tejero. De poging mislukte doordat koning Juan Carlos, als opperbevelhebber van de strijdkrachten zich krachtig verzette tegen deze couppoging.

Periode Felipe González



Felipe Gonzalez Net voordat de coupepoging plaatsvond was Suarez opgevolgd door L. Calvo Sotelo. De parlementsverkiezingen van 1982 werden gewonnen door de PSOE en de rechtse alliantie werd nu de belangrijkste oppositiepartij. Felipe González werd de nieuwe premier en hoewel zijn eerste regeerperiode geteisterd werd door corruptieschandalen wist hij ook de verkiezingen van 1986 en 1990 te winnen. Het verwachte vernieuwingsproces en het terugdringen van de werkloosheid bleven onder zijn bewind uit. Na een referendum trad Spanje in 1982 toe tot de NAVO en in 1986 tot de Europese Gemeenschap.
In 1992, 500 jaar na Columbus' ontdekking van Amerika, stond Spanje wereldwijd in de belangstelling door de Olympische Spelen die in Barcelona gehouden werden en door de Wereldtentoonstelling die in Sevilla gehouden werd. In 1992 en 1993 werden er verschillende belangrijke ETA-kopstukken gearresteerd en ook de Baskische bevolking keerde zich steeds meer af van de terreurorganisatie. De regering-González kreeg het ondertussen steeds moeilijker door financiële en politieke schandalen en kon alleen nog maar doorregeren met de steun van Baskische en Catalaande nationalisten die in ruil daarvoor nog meer autonomie eisten.
In mei 1995 werden er gemeentelijke en provinciale verkiezingen gehouden die werden gewonnen door de conservatieve Volkspartij (PP) van oppositieleider José María Aznar. In december werd de minister van Buitenlandse Zaken, Javier Solana, benoemd tot secretaris-generaal van de NAVO. Vervroegde verkiezingen in maart 1996 voor beide kamers werden net gewonnen door de PP voor de PSOE. Er kwam een minderheidsregering onder leiding van premier Aznar, die steunde op een alliantie met Baskische en Catalaanse partijen samen met de Canarisch Eilanden-coalitie. Ook nu kwam deze alliantie tot stand na toezeggingen voor meer autonomie.

De periode Aznar



Aznar De economische politiek van de regering-Aznar was gericht op een stabiele economische groei en men wilde voldoen aan de voorwaarden om te mogen toetreden tot de Economische en Monetaire Unie (EMU). Door bezuinigingen en privatiseringen lukte het om aan de voorwaarden te voldoen. De economische groei bedroeg in 1998 3,5% en de inflatie bleef constant laag met 2,4%. Op 1 januari werd Spanje dan ook toegelaten tot de EMU. Het enige waar de regering-Aznar niet in slaagde was het terugdringen van de grote werkloosheid.
De ETA voerde ondertussen steeds meer aanslagen uit ondanks massale demonstraties tegen het politieke geweld. De veroordeling van 23 leiders van Herri Batasuna (HB), de politieke arm van de ETA, leidde eind 1997 tot nieuwe confrontaties tussen de voor- en tegenstanders van Baskische onafhankelijkheid.
Begin 1998 volgden er weer demonstraties in verschillende Baskische steden tegen het vonnis, en ook de aanslagen tegen plaatselijke PP-politici werden geïntensiveerd. Een probleem was dat de verschillende politieke partijen het niets eens waren over de strategie ten opzichte van de ETA. De Baskische Partido Nacionalista Vasco (PNV) bleef van mening dat alleen onderhandelingen met Herri Batasuna tot succes zouden kunnen leiden. De PP en de PSOE waren het hier echter niet mee eens en de regering–Aznar koos dan ook voor de harde lijn. In maart 1998 werden er weer acht ETA-leden van het beruchte Araba-commando gearresteerd en enkele maanden later werd de Baskische krant Egin verboden en het verwante radiostation Egin-Irratia uit de lucht gehaald. Naar aanleiding van het zogenaamde "Iers overleg" wisten de nationalistische Baskische partijen de ETA ertoe te bewegen een wapenstilstand in te stellen voor de deelverkiezingen in Baskenland, die op 25 oktober zouden plaatsvinden. De PP en de PSOE behaalden verrassend een kleine winst maar de nationalistische partijen behaalden nog steeds een meerderheid. Rechtstreekse onderhandelingen met de ETA werden in november door de regering-Aznar aangekondigd.
In 1997 kwam González wederom in opspraak vanwege zijn vermeende aandelen in een aantal corruptie-gevallen en illegale activiteiten. In juni 1997 trad hij af als partijleider en werd tijdelijk vervangen door de ex-minister Joaquín Almunia. In april 1998 werd de ex-minister van Openbare Werken, José Borelli, de nieuwe partijleider van de PSOE.
Later dat jaar kwamen politici van de regerende PP negatief in het nieuws wegens beschuldigingen van corruptie en in december trad Spanje toe tot de NAVO. Deze nieuwe gevallen van corruptie brachten de regering-Aznar in verlegenheid want zij had beloofd aan de corruptiepraktijken een einde te maken.
De laatste jaren van de 20e eeuw kwam de kwestie rondom de Engelse enclave Gibraltar weer om de hoek kijken. De regering-Aznar stelde voor om na een overgangsperiode van honderd jaar, waarin Gibraltar onder Spaans-Brits bestuur zou komen te staan, de kolonie aan Spanje over te dragen.
In maart 1999 opnieuw spanningen tussen Groot-Brittannië en Spanje vanwege Gibraltar. Spanje beschuldigde Groot-Brittannië ervan dat zij onvoldoende toezicht hielden op de georganiseerde misdaad waardoor Gibraltar een vrijhaven voor criminelen zou zijn geworden. Groot-Brittannië ontkende echter alles en stelde dat de aantijgingen bedoeld waren om de Spaanse claim op Gibraltar kracht bij te zetten. Spanje antwoordde met verscherpte grenscontroles. De in 1998 aangekondigde wapenstilstand met de ETA werd eind 1999 alweer eenzijdig opgezegd door de ETA.
Internationaal kwam Spanje in het middelpunt van de belangstelling te staan door het internationale arrestatiebevel voor de Chileense ex-dictator Pinochet, dat was uitgevaardigd door de Spaanse rechter Baltazar Garzón. Op 16 oktober 1998 werd Pinochet in Londen gearresteerd.
In maart 2000 behaalde Aznars partij een grote verkiezingsoverwinning en leed de PSOE zijn grootste nederlaag in meer dan twintig jaar. In april formeerde Aznar een nieuw kabinet, waarin veel ministers op dezelfde post bleven.

De periode Zapatero


Sinds de verkiezingen van 14 maart 2004 is de socialistische partij 'PSOE' als regeringspartij aangetreden met José Luis Rodríguez Zapatero als MP. De verkiezingen werden drie dagen na de bomaanslagen in Madrid (11 maart) gehouden. De regering van MP-Zapatero zet in vergelijking met het beleid van de vorige regering Aznar sterker in op sociaal-democratische thema's: verhoging van het minimumloon en het basispensioen, wetgeving tegen huiselijk geweld en genderdiscriminatie en hervorming van de regelgeving m.b.t. echtscheiding. De meest in het oog springende hervorming is de invoering van het homohuwelijk op 30 juni 2005. Zapatero wint ook de parlementsverkiezingen van maart 2008 en formeert in april een nieuw kabinet waar voor het eerst meer vrouwen dan mannen zitting hebben.

MALLORCA LINKS

• Goekope vakantie Mallorca? Boek nu voordelig met Ferio vakanties.
• Palma de Mallorca Hotels
• Eliza was here: sfeervolle reizen naar Mallorca
• Spanje Hotels


Balearen Klikwijzer (N)
Mallorca 2 Link België (N)
Mallorca Jumppage (N+E)
Mallorca Reisfanaten (N)
Mallorca Reisfoto's
Mallorca Reislocaties (N)
Mallorca Startbelgië (N+E)
Mallorca Startkabel (N+E)
Mallorca Startnederland (N+E)
Mallorca Travelphotos
Mallorca Vandaag (N)
Radio Spanje
Recepten Spanje (N)
Romans over Mallorca (N)
Starttips Spanje (E+N)
Telefoongids Spanje
Vakantie Mallorca Jouwpagina (N+E)
Wandelen op Mallorca (N)
Willgoto Balearen (N)

Hotels in MALLORCA

  La Palma del Condado   Oliva   Gijón   Benasque
  Puebla de la Calzada   Molló   Matalascañas   Combarro
  Villafranca de Córdoba   Playa de las Americas   Romilla   Valverde del Majano
  Olite   San Felíu de Guixols   Puerto de la Cruz   Getxo
  Can Picafort   Santiago de Compostela   Torrente   Guijuelo
  Alle Hotels in MALLORCA
Schrijf uw artikel over MALLORCA

Bronnen

Dominicus, J. / Mallorca
Gottmer, 1997

Lee, P. / The rough guide to Majorca
Rough Guides, 2001

Nahm, P. / Majorca, Minorca
Baedeker, 1996

Rokebrand, R. / Reishandboek Mallorca
Elmar, 1997


laatst bijgewerkt juli 2008
Samensteller: Geert Willems




 
Gratis Egypte reis
Hotels
Vakanties
Vakantie aanbiedingen
Goedkope zonvakanties
Vakanties Ardennen
Verre Reizen
Chalets
Lastminutes
Strandvakanties
Wintersport