Archeologische vondsten hebben uitgewezen dat er al meer dan 10.000 jaar geleden mensen in Oman gewoond hebben. Rond 4000 voor Chr. werden er al zeeschepen gebouwd en bevonden zich vissersdorpen aan de kust. Duizend jaar later werd er ook landbouw bedreven. De vele typische bijenkorfgraven die in Oman te zien zijn, stammen uit deze tijd. Tot 630 na Chr. wordt de geschiedenis van Oman door historici ingedeeld in periodes die genoemd zijn naar de vindplaatsen. Allereerst de Hafit- periode (3000- 2700 voor Chr.), en daarna achtereenvolgens de Umman an-Nar- periode (2700- 2000 voor Chr.), de Wadi Souq- periode (2000- 1000 voor Chr.), de Lizq- periode (1000- 400 voor Chr.) en de Samad- periode (400 voor Chr. – 630 na Chr.).
Vanaf 622 begon de profeet Mohammed de islam te verbreiden. De heersers en in hun voetsporen de bevolking, bekeerden zich al snel tot de islam. Uiteindelijk werd de islamisering van geheel Arabië in 633 voltooid. Ondertussen had de Perzische koning Cyrus II het noorden van Oman veroverd en deze Perzische overheersing zou ongeveer 1000 jaar duren.
Rond 1500 verschenen de Portugese ontdekkingsreizigers en veroveraars op het internationale handelstoneel nadat ze in 1478 als eerste Europeanen om Kaap de Goede Hoop zeilden. Ze wilden o.a. een deel van de kruidenhandel in handen krijgen. De beroemde Vasco da Gama veroverde vanaf 1503 Arabische steunpunten in Oost- Afrika. De Portugezen hadden al snel grote delen van de zeehandel in de Indische Oceaan onder controle, vaak door veel geweld toe te passen. In 1506 werd Alfonso du Albuquerque naar de Indische Oceaan gestuurd om een groot Portugees rijk te stichten. De Portugezen beheersten nog ongeveer 100 jaar de handel in de Golf en Indische Oceaan.
Vanaf die tijd had Oman alleen nog maar via verdragen met de Europese machten te maken, en stonden de Omani’s geen vreemde machthebbers meer toe. Oman bouwde snel weer een grote handels- en krijgsvloot op en werd al snel een vooraanstaande macht in de Indische Oceaan. Ook werden Portugese bezittingen in Oost-Afrika, Iran en India veroverd.
Bilarab bin Sultan, de zoon van Saif I, veroverde in 1670 de provincie Gujerat in India, maar verloor de machtsstrijd met zijn broer Saif bin Sultan. Saif verdreef alle Portugezen uit de ten noorden van Madagaskar gelegen gebieden. Hij hield zich ook bezig met de lucratieve slavenhandel zowel naar de Verenigde Staten als voor Oman zelf. De Omaanse vloot breidde zich steeds verder uit. Door het wegvallen van de gezamenlijke vijand, de Portugezen, tekende zich onder het bewind van Saif’s zoon Sultan bin Saif II weer een binnenlandse stammenstrijd af tussen de Bani Hinawi en de Bani Ghafiri. Deze strijd verhevigde zich nog toen Saif II stierf. De strijd ging tussen de aanhangers van zijn zoon Saif bin Sultan II en de aanhangers van de door de religieuze geleerden naar voren geschoven Muhanna bin Sultan.
Ook de stammenstrijd tussen de Bani Hinawi en de Bani Ghafiri laaide weer in alle hevigheid op en resulteerde in een opdeling van Oman. De Bani Hinawi kregen grote delen van het binnenland, de omgeving van Sur en Nizwa. De Bani Ghafiri kregen de macht over de Batinah, Jabrin en Rustaq. De strijd ging echter door en Saif riep tot twee keer toe de hulp in van de Perzen, die van de gelegenheid gebruik maakten om Mutrah, Muscat en de hele Batinah in te nemen.
Ahmed bin Said, de stichter van de Al Bu Said- dynastie, die tot op heden de heerschappij over Oman uitoefent, zette de strijd tegen de Perzen voort en wist ze middels een list in 1747 te verslaan en hij werd tot negende imam gekozen. Het lukte Ahmed om zowel binnenlands als met de Arabische buurstammen de rust te herstellen.
Onder leiding van Ahmed werd Oman weer een toonaangevende zeemacht die zowel met de Portugezen, de Hollanders en de Britten handelsbetrekkingen aanknoopte. Door financiële en militaire hulp te bieden nam de invloed van de Britten vanaf 1800 wel toe.
Toen de Britten in 1839 definitief de slavernij afschaften, verloren de Omani’s een belangrijke bron van inkomsten. Said stierf in 1856 op zee en liet 36 zonen en dochters achter! Er volgde natuurlijk weer een strijd om de opvolging, dit keer tussen de zonen Majid en Thuwani. Na de opdeling van het sultanaat controleerde Majid het rijke Oost-Afrikaanse gebied en Thuwani het arme Aziatische gedeelte van het land. Majid zou Thuwani daarom jaarlijks geld betalen. In 1860 lukte het Majid niet om aan zijn verplichtingen te voldoen en riep Thuwani zich uit tot heerser over alle Omaanse gebieden.
De staatskas bleef ondertussen leeg o.a. doordat proefboringen naar olie vooralsnog niets opleverden. Taimur stierf in 1932 en werd opgevolgd door zijn zoon Said bin Taimur. Hij probeerde de economische crisis op te lossen. Een bron van inkomsten zou de olie kunnen zijn maar dan moest eerst het hele land onder controle van Said staan. Hij kwam daarmee in conflict met de nieuwe imam Ghalib bin Ali die zelf een onafhankelijke staat in het binnenland wilde stichten met behulp van de Saoedi’s. Said stuurde een legertje Omani’s samen met Britse hulptroepen naar het binnenland en de rust was snel hersteld. Ghalib probeerde het in 1957 nog een keer, maar weer werd hij verslagen, ook al duurde het tot 1959 eer de opstand (Jebel Akhdar-opstand) definitief onderdrukt was. Door deze overwinning was de macht van de imams definitief gebroken en konden de kustbevolking en de mensen uit het binnenland zich samen richten op de toekomst van Oman.
De Saoedi-Arabiërs deden in 1952 nog een poging om een stuk van Oman te annexeren maar dit mislukte dankzij de hulp van de Britten. De Britten profiteerden hiervan door af te dwingen dat alleen met hun toestemming olieconcessies verleend mochten worden aan andere landen. Door al deze ontwikkelingen was Said bang zijn heerschappij te verliezen en hij sloot Oman als het ware af van de rest van de wereld, bang dat de bevolking nieuwe ideeën zou opdoen. Zo werden kranten, radio en televisie verboden en reizen naar het buitenland mocht alleen met toestemming van de sultan. Hierdoor bleef Oman een van de armste landen ter wereld en uiteraard groeide de ontevredenheid onder de bevolking, ook al omdat de snel stijgende olie- inkomsten alleen ten goede kwamen aan de sultan en andere machthebbers.
Deze ontwikkelingen leidden in het soennitische Dhofar tot een opstand. De bevolking in het zuiden negeerde het reisverbod en kwam in aanraking met een andere en modernere wereld en er ontstonden al snel nationalistische ideeën (oprichting Dhofar Liberation Front; DLF), die resulteerden in een opstand die gesteund werd door de Jebali’s, de bevolking van de bergen. Men ging uiteindelijk zo ver dat het doel veranderde: men wilde nu het hele Golfgebied bevrijden van de imperialistische heersers uit het westen en daartoe werd het Peoples Front of the Liberation of the Occupied Arabian Gulf (PFLOAG) opgericht. Ze kregen steun van China, de Sovjet- Unie en Irak. De Britten, die grote belangen in de olie-industrie hadden zochten steun bij de zoon van Said, Qabous bin Said die al sinds 1964 “huisarrest” had.
Hij zette in juli 1970 zijn vader in een geweldloze coup af en in hetzelfde jaar verlieten ook de Britse troepen het land. Qabous beloofde het volk andere, betere tijden. Ook de naam van het land werd gewijzigd in Sultanaat Oman. Het conflict in Dhofar duurde echter nog steeds voort en groeide zelfs uit tot een internationaal conflict. Ook met behulp van de Britten lukt het niet om de opstandelingen te verslaan, hoewel ze wel gedwongen werden om zich terug te trekken in de bergen.| Dibba | Khasab | Ghul | Salalah |
| Muscat | Sur | Barka | Sohar |
| Alle Hotels in OMAN | |||
Callan, L. / Oman & United Arab Emirates Foster, L.M. / Oman Medani Elsayed, M. / Reishandboek Oman en de Verenigde Arabische Emiraten Van Deuren, G. / Oman, Verenigde Arabische Emiraten
Lonely Planet, 2000
Children’s Press, 1999
Elmar, 1999
Gottmer/Becht, 1999