Uruguay werd lange tijd beschouwd als het “Zwitserland” van Latijns-Amerika. In de jaren zestig had men het hoogste inkomen per hoofd van de bevolking (1999 $8.500). Ondanks o.a. de economische crisis in de jaren zeventig is Uruguay nog steeds een van de welvarendste landen van Latijns-Amerika. De inkomensverdeling is echter als gevolg van de gevoerde economische politiek steeds ongelijker geworden. Toch heeft Uruguay nog steeds een vrij grote middenklasse. Ca. 5% van de bevolking is zeer rijk en ruim 45% behoort tot de redelijk welvarende middenklasse. Ongeveer 50% van de bevolking behoort tot de arbeidersklasse met de laagste inkomens. Van de beroepsbevolking werkt ca. 40% in de dienstensector, ca. 22% in de industrie, ca. 17% in de handel, ca. 8% in de landbouw, ca. 7% in de bouw en ca. 6% in de transportsector. De inflatie was tot voor kort zeer hoog: gemiddeld 60% per jaar in de jaren tachtig, in 1999 echter gezakt naar 4%; de werkloosheid is nog steeds hoog (12% in 1999). De buitenlandse schuld bedroeg in 1999 acht miljard dollar.
Ondanks een arbeidswetgeving die al in 1915 bestond verslechteren de arbeidsomstandigheden aanzienlijk. Daardoor verlaten veel goed opgeleiden en intellectuelen Uruguay en zoeken hun geluk en fortuin in het buitenland. Vanaf de 19de eeuw was Uruguay een belangrijk exporteur van wol en vlees, en in de 20ste eeuw zelfs lange tijd de grootste. Pas na de Tweede Wereldoorlog werden er steeds meer industrieproducten geëxporteerd. In de jaren zestig en zeventig liep de export van wol en vlees sterk terug en ontstond een crisistoestand. Herhaalde pogingen deze te beteugelen en de economie te stabiliseren bleven zonder resultaat. Door het gebrek aan oliebronnen verergerde de situatie na de enorme prijsstijgingen van de aardolie vanaf 1974.
Sinds 1975 werd geprobeerd de economie weer op de rails te krijgen volgens de principes van de vrijemarkteconomie: lonen en prijzen werden vrijgelaten, de productie werd gericht op de export, administratieve procedures versimpeld, tekorten van de overheid en de staatsschuld moesten worden teruggedrongen en invoerbelemmeringen voor buitenlandse producten werden afgeschaft. Deze politiek heeft geleid tot een sterke stijging van de werkloosheid, veel faillissementen, sterke daling van het levenspeil en van de koopkracht van de bevolking, en tot een grote stroom van buitenlandse producten waartegen de nationale industrie niet kan concurreren.
Mercosur (Mercado del Sur), de gemeenschappelijke economische markt van Brazilië, Argentinië, Paraguay en Uruguay, ontstond in 1995. Bijna de helft van de Uruguayaanse handel vond plaats met Mercosur-leden. De grootste sector van de nationale economie is de tertiaire sector (38% van het bnp), waaronder o.a. restaurants, hotels, transport en communicatie vallen. Ook het banksysteem zorgt voor veel inkomsten. Het is ongeveer hetzelfde georganiseerd als in Zwitserland, dus met een streng bankgeheim.
Van oudsher is Uruguay vooral een land van runderen en schapen. Er grazen 9 miljoen stuks vee en 21 miljoen schapen, met name in het centrum van het land. Door gebrek aan investeringen en lage prijzen voor de wol stagneerden de inkomsten uit deze sector. Toch maakten wol en vlees in 1995 nog 25% van de exportwaarde uit. Ook de verwerking van vlees is al sinds lang een belangrijke industriële activiteit. In 1997 werden er nog ca. 2 miljoen runderen geslacht met een exportwaarde van $384 miljoen. Naast runderen en schapen had Uruguay in 1996 270.000 varkens, 15.000 geiten, 480.000 paarden en 11 miljoen kippen.
Alle mineralen die in Uruguay gevonden worden, behoren tot de staat. Van de aangetoonde minerale delfstoffen wordt eigenlijk alleen kalksteen gebruikt voor de cementindustrie; de winning van de overige delfstoffen wordt mede door transportmoeilijkheden belemmerd. Marmer en graniet worden op bescheiden schaal gedolven. Aangetoond zijn verder reserves van ijzererts, goud en zilver, koper, mangaan, uraan en een soort bruinkool.
Sinds Liebig in 1864 een vleesextractfabriek startte in Fray Bentos, is de vleesverwerking de basis geweest van de industrie in het land; slacht- en koelhuizen en vleesconservenfabrieken zijn er vooral in Paysandú, Montevideo en Fray Bentos. Meer dan driekwart van alle industrie is in of nabij Montevideo gevestigd.
Verbetering en uitbreiding van bestaande en de vestiging van nieuwe industrieën werden gestimuleerd, wat vooral voor de productie van textiel, chemische producten, elektrische apparaten en voor de metaalverwerkende industrie van belang is geweest. De industrie produceert verder autobanden, plastics, verf, cement, kunstmest, leerproducten (schoeisel), levensmiddelen, glas, papier, zuivelproducten en motoren. De staatsolieraffinaderij ANCAP in La Teja (bij Montevideo) verwerkt importolie.
Voor de energievoorziening was Uruguay tot 1979 met name afhankelijk van thermische centrales die werkten op steeds duurder wordende importolie. Sinds juli 1979, het moment waarop de eerste turbines van het gezamenlijke Argentijns- Uruguayaanse Salto Grande-project begonnen te draaien, wordt 73% van de geïnstalleerde capaciteit door waterkrachtcentrales geleverd. De thermische centrales leveren op dit moment 27% van de benodigde energie.
In samenwerking met het door Brazilië uitgevoerde El Palmar-project (in de Río Negro) is Uruguay zelfs elektriciteit gaan exporteren. In 1998 exporteerde Uruguay ca. 2,4 miljard kilowattuur. De elektriciteitsvoorziening is in handen van het staatsbedrijf Usinas y Transmisiones Eléctricas (UTE).
Wol en vlees zijn nog steeds de belangrijkste exportproducten, gevolgd door huiden en lederwaren, textiel, vis en rijst. In 1999 werd er voor ca. $2,1 miljard geëxporteerd naar voornamelijk de Mercosur-landen, de landen van de Europese Unie en de Verenigde Staten.
Bij de import neemt ruwe olie de zesde plaats in; verder worden o.a. ingevoerd transportmiddelen, machines en voedingsmiddelen. In 1999 werd er voor $3,4 miljard geïmporteerd vanuit voornamelijk de Mercosur-landen, de landen van de Europese Unie en de Verenigde Staten.
Het toerisme wordt steeds belangrijker voor de Uruguayaanse economie. In 1997 steeg het bezoekersaantal weer met 17% (2,3 miljoen toeristen), terwijl de opbrengsten met 25% toenamen ($759 miljoen). De meeste bezoekers komen uit Argentinië.
De toeristenindustrie, die in 1996 nog evenveel opbracht als eenderde van de totale export, vreest echter aantasting van het imago van Uruguay als het veiligste land van Zuid-Amerika. Om de toegenomen criminaliteit een halt toe te roepen werd er een soort burgerwacht opgericht. Montevideo, Colonia en vooral Punta del Este zijn favoriete vakantiebestemmingen. Punta del Este heeft bijvoorbeeld een 40 km lang strand.
• Montevideo Hotels
• Uruguay Hotels
| Montevideo | |||
| Alle Hotels in URUGUAY | |||
Bernhardson, W. / Argentina, Uruguay & Paraguay Haitsma, M. / Uruguay: een landenmap Jermyn, L. / Uruguay
Lonely Planet, 1999
Novib, 1986
Marshall Cavendish, 2000