![]() | Na de onafhankelijkheid in 1960 heeft de economie van Cyprus zich goed ontwikkeld, o.a. door deskundig gebruik te maken van de ontvangen ontwikkelingshulp. Werkloosheid en emigratie namen af, maar de toenemende welvaart kwam grotendeels het Griekse bevolkingsdeel ten goede. Nadat in 1974 Cyprus in een Grieks en een Turks deel was gesplitst, zijn de twee delen economisch nog verder uit elkaar gegroeid. Na de economische terugval in 1974 heeft de economie van het Griekse deel van Cyprus zich opvallend hersteld. Na een snelle groei in de tweede helft van de jaren zeventig, stabiliseerde de economische groei zich medio 1985 rond 3,8% bij een werkloosheidspercentage van 3,4%. De inflatie bedroeg in 1985 5%. Deze kerncijfers bleven de tien erop volgende jaren vrijwel ongewijzigd. Het aandeel van de beroepsbevolking in de landbouw (32% in het Turkse en 13% in het Griekse deel) is teruggelopen door de groei van industrie, bouwnijverheid, handel en toerisme. Het tekort op de handelsbalans wordt ten dele goedgemaakt door de inkomsten uit het verblijf van de Britse en VN-troepen op het eiland en de overmakingen door emigranten. Toch is sinds 1980 de buitenlandse schuld sterk toegenomen. De economie van het Turkse deel oriënteerde zich bijna uitsluitend op Turkije. Afgesneden van veel internationale hulp (behalve die uit Turkije) en van veel exportmogelijkheden (sinds 1983 importeert de EG alleen maar via Grieks Cyprus), bleef de groei sterk achter bij die van het Griekse deel van het Cyprus. Noord-Cyprus is hoofdzakelijk een landbouwgebied. De export bestaat voor 80% uit agrarische producten die vrijwel uitsluitend naar Turkije worden geëxporteerd. |
De mijnbouw en grondstoffenvoorziening zijn grotendeels geconcentreerd in het Griekse deel. Men delft voornamelijk koper, ijzer, chroomertsen, asbest, marmer en gips. Voor zijn energievoorziening is het eiland vrijwel geheel afhankelijk van olie-import uit het Midden-Oosten.
Textiel is het belangrijkste exportproduct, gevolgd door aardappelen, schoenen, cement en grondstoffen. Verder wordt er nog ingeblikt fruit, wijn, groenten en olijfolie geëxporteerd. Belangrijke exportlanden zijn vooral Griekenland, Engeland en de Arabische landen. In 1998 werd er voor 1,1 miljard dollar geëxporteerd.
De handelsbalans vertoont een chronisch tekort omdat Cyprus zeer veel producten moet importeren. In 1998 werd er voor 3,5 miljard dollar geïmporteerd. De belangrijkste importproducten zijn voedingsmiddelen, aardolie en aardolieproducten, machines en chemische producten. De belangrijkste importeurs zijn Groot-Brittannië, de Verenigde Staten, Duitsland, Griekenland en Italië. Een associatie-overeenkomst in 1973 en een protocol in 1988 vergemakkelijkten de export van groenten en fruit naar de EG-landen. De handel van het Turkse deel is hoofdzakelijk op Turkije gericht. In 1998 werd er voor 63,9 miljoen dollar geëxporteerd en voor 374 miljoen dollar geïmporteerd.
De industrie werd een ernstige slag toegebracht door de gebeurtenissen van 1974. Het Griekse deel, dat 70% van zijn productiecapaciteit had verloren, herstelde zich echter snel en beleeft nu weer een bloeiperiode. Vooral de bouwnijverheidsector groeide aanzienlijk als gevolg van de bloei van de toeristische sector. Appartementen, vakantiebungalows en hotels schoten als paddestoelen uit de grond. Zware industrie komt nog bijna niet voor. Kleine bedrijven met hooguit vijf werknemers overwegen en er worden voornamelijk landbouwproducten verwerkt; de belangrijkste takken zijn de voedingsmiddelen-, schoen-, textiel-, papier- en tabaksindustrie. In de steden komen nog veel eenmansbedrijfjes voor. Vlakbij Larnaka is door buitenlandse oliemaatschappijen een aardolieraffinaderij gesticht. Verder zijn aan grote bedrijven te melden een cementfabriek, twee ijzergieterijen en een kunststoffenfabriek. Ook zijn er nog vier grote bottelarijen en distilleerbedrijven. Het grootste deel van de verwerkende industrie is geconcentreerd in het gebied rond Nicosía en Limassol.
Het toerisme, dat door de overheid sterk bevorderd wordt, was vóór 1974 vooral geconcentreerd rond Famagusta en Kyrenia. Daarna is het grotendeels verplaatst naar de zuid- en de zuidwestkust rond Páphos. In 1974 kwam ongeveer 90% van de toeristenhotels onder Turkse controle. Onder andere door nieuwbouw heeft de toeristische sector zich in het Griekse deel echter weer aanzienlijk kunnen uitbreiden. Het aantal toeristen verzesvoudigde tussen 1980 en 1995 tot ongeveer 2,1 miljoen per jaar, wat goed is voor 12% van het bruto nationaal product. Het aantal Nederlanders dat in 1996 vakantie vierde op Cyprus bedroeg 49.000. In het Turkse deel blijft het bezoek uit het buitenland voornamelijk beperkt tot Turken van het vasteland.
Sinds de uitschakeling van het vliegveld van Nicosía in 1974 fungeert op Grieks Cyprus de nieuwe internationale luchthaven Lanarka. Verder is er nog een vliegveld nabij Páphos; het Turkse deel van Cyprus beschikt over het vliegveld Ercan. De luchtvaartmaatschappij Cyprus Airways onderhoudt diensten op Europa en op de meeste landen in het Midden-Oosten. Limassol en Larnaca hebben na 1974 de rol van Famagusta, dat officieel gesloten is voor internationaal scheepvaartverkeer, als belangrijkste haven overgenomen. Sinds 1952 heeft Cyprus geen spoorwegen meer, maar het wegennet is goed. Van de ruim 10.000 km (1991) is meer dan de helft verhard. De beide delen van het eiland hebben een gescheiden transportsysteem. Snelwegen verbinden de hoofdstad Nicosía met Kyrenia en Limassol.
• Limassol Hotels
• Paphos Hotels
• Cyprus Hotelks
• PropertyPortal.nl - Dé Portal voor wonen en het kopen van een tweede huis in Cyprus
| Larnaca | Lachi | Ayia Napa | Nicosia | ||
| Voroklini | Protaras | Pissouri | Alaminos | ||
| Tokhni | Paralimni | Polis | Paphos | ||
| Kalavasos | Kouklia | Limassol | |||
| Alle Hotels in CYPRUS | |||||
Bulmer, R. / Cyprus Kosmos-Z&K, 1998 Cyprus Haan-van de Wiel, W.H. de / Cyprus Gottmer, 1997
Het Spectrum, 1997