Artikelen over ENGELAND
Economie en Toerisme
Algemeen
Vooral door de Industriële Revolutie werd het Verenigd Koninkrijk de eerste grote industriële natie en daarmee de grootste economische macht van de wereld. Op het gebied van de handel, transport, industriële productie en van het bank- en verzekeringswezen kende men een ongekende bloeiperiode. Rond 1900 begon de concurrentie van de Verenigde Staten en van bepaalde Europese landen en trad het verval in. Na de Eerste Wereldoorlog bleken vele industrieën verouderd en verloor het Verenigd Koninkrijk geleidelijk aan haar overheersende positie. Daar kwam het verlies van de meeste koloniën na 1945 nog bij, waardoor de economische basis steeds smaller werd. Het herstel na de oorlogsjaren verliep met een economische groei van 2 à 3% per jaar (1945-1971) langzamer dan in de meeste andere West-Europese landen. Pas tussen 1980 en 1986 steeg de groei naar 2,3% per jaar, tot 3,8% in 1986-1987. De Labour-regering maakte na de Tweede Wereldoorlog een begin met de nationalisatie van o.a. de steenkoolmijnen, de ijzer- en staalindustrie, de spoorwegen en sommige andere transportondernemingen en de gezondheidszorg. De staatsbedrijven verschaften aan het eind van de jaren zeventig werk aan 8% van de beroepsbevolking, namen 10% van de nationale productie voor hun rekening en 14% van de totale investeringen. Na 1980 zijn deze percentages sterk gedaald doordat vele sectoren door de conservatieve regering van Margaret Thatcher weer geprivatiseerd werden.
Begin jaren zeventig van de vorige eeuw leidde de ‘oliecrisis’ een ernstige recessie in, met een hoge inflatie van bijna 22% in 1976 en een hoge werkloosheid. De jaren tachtig waren aanvankelijk vrij succesvol met een stijgende groei van het bnp, een dalend tekort van de overheidsuitgaven en een dalende inflatie. Eind jaren negentig lag de economische op 2,3%, maar werd de handelsbalans steeds negatiever evenals het dalend overschot op de betalingsbalans. Belangrijke aardolievondsten en -exporten hebben een nog sterkere daling van de saldi voorkomen.
Op dit moment is ca. 25% van de beroepsbevolking is werkzaam in de industrie; ruim 74% is actief in de dienstensector en slechts 1% is werkzaam in de landbouw. De bijdrage van Engeland aan het bnp bedroeg in 2001 85,3% (Schotland 8,3%, Wales 4,1%, Noord-Ierland 2,3%).
In het zuiden van Engeland is het werkloosheidscijfer het laagst, terwijl in veel oude industriegebieden en binnensteden het aantal werklozen hoog is. Zo heeft in een industriestad als Liverpool ca. 65% van de mensen tussen de 16 en 24 jaar geen baan. Positiever is het feit dat sinds 1965 het aantal vrouwen binnen de beroepsbevolking met 10% is toegenomen, weliswaar vaak door middel van parttime banen.
In 1998 stond het Verenigd Koninkrijk nog maar op de vijfde plaats van de grootste economische machten, en in termen van rijkdom per hoofd van de bevolking stond het niet eens in de top twintig. Toch is het land wereldeconomisch gezien natuurlijk nog erg belangrijk, met bijvoorbeeld de hoofdstad Londen als een van de belangrijkste financiële centra van de wereld. De regering is er van doordrongen dat als het Verenigd Koninkrijk en de 21e eeuw nog steeds een belangrijke economische rol wil spelen, modernisering van de economie zeer noodzakelijk is. Belangrijke zaken hierin zijn het goed op de hoogte te blijven van de nieuwste technologische ontwikkelingen en alternatieven te vinden voor de traditionele vormen van industrie (b.v. mijnbouw en de zware industrie).
De dienstverlening is in korte tijd de belangrijkste economische sector geworden en nu al goed voor 72,6% van het bnp. De twee belangrijkste sectoren zijn het bank- en het verzekeringswezen en sterk in opkomst zijn de toeristische sector, communicatiesector en de informatietechnologie.
De industrie nam in 2003 26,5% van het bnp voor haar rekening (m.n. de bouw en de productie van goederen en energie), de landbouw nog maar 0,9%.
Tussen 1996 en 2000 bedroeg de economische groei gemiddeld 2,8% per jaar, dat is boven het Europese gemiddelde (2,4%). In 2005 wordt de groei geraamd op 2,7% tegen een EU-gemiddelde van 1,6% (gegevens Eurostat).
Agrarische sector, bosbouw en visserij
LANDBOUW
De landbouw heeft ca. 77% van het landoppervlak in gebruik en zorgt voor ongeveer 70% van de Britse voedselproductie. Het Verenigd Koninkrijk importeerde in 2002 voor meer dan 19 miljard pond aan voedingsmiddelen, ca. twee keer zo veel als de waarde van de export.
De agrarische cultuurgrond omvat ca. 186.000 km2, waarvan ca. 64% bestaat uit bouwlanden, tuingronden, boomgaarden en graslanden, zogenaamd ‘improved land’. De rest van de agrarische cultuurgrond wordt ‘rough grazing’ genoemd, waaronder schrale natuurlijke weilanden op berghellingen en heidevelden. Heidevelden beslaan in Engeland ca. 1/6 van de cultuurgrond. Ongeveer 37% van het improved land wordt in beslag genomen door akkerland (vooral granen, haver en gerst).
In 2002 waren er ongeveer 303.000 landbouwbedrijven van 1 ha en groter, met een gemiddelde oppervlakte van 56,6 ha. Bijna de helft was echter kleiner dan de minimumgrootte die volgens de Europese Unie nodig is voor een professioneel landbouwbedrijf. Van de boeren werkt ca. 75% fulltime in de landbouw. In totaal werken er ca. 550.000 mensen in de agrarische sector.
Aan de intensivering van de Britse land- en tuinbouw hebben in sterke mate mechanisatie en onderzoek bijgedragen. Hierdoor steeg bijvoorbeeld tussen 1961 en 1981 de productie van haver en aardappels met 63% resp. 45%. Het regeringsbeleid is er steeds op gericht geweest samenvoegingen te bevorderen. De landbouw droeg in 1995 voor 2% bij aan het bruto nationaal product, terwijl 1% van de beroepsbevolking er zijn werk vond.
De veehouderij (vooral in het westen) neemt een dominerende plaats in binnen de agrarische productie. De slachtveefokkerij is het belangrijkst; de schapenteelt is zowel om het vlees als om de wol van belang.
De oppervlakte tuinbouwgrond is sinds de Tweede Wereldoorlog verminderd, maar door de sterke intensivering is de productie op peil gebleven. In Kent en de West Midlands bevindt zich de meeste tuinbouw.
In 2000 daalden de inkomens per boer naar het laagste peil van de laatste 25 jaar. Deze landbouwcrisis werd gedeeltelijk veroorzaakt door de lage prijzen en de wereldwijd groeiende voedselverwerkende industrie. De traditioneel kleine Engelse boerenbedrijven konden de concurrentie niet meer aan. Een andere oorzaak was de uitbraak van BSE of gekke-koeienziekte en van mond- en klauwzeer (miljoenen dieren werden afgemaakt), die niet alleen de getroffen boeren veel schade berokkende maar ook het vertrouwen in Engelse landbouwproducten in het algemeen aantastte. De laatste jaren is de landbouw zich langzaam aan het herstellen van alle klappen die ze te verduren heeft gehad.
De biologische landbouw groeide in de periode 1995-1999 met niet minder dan 720%.
BOSBOUW
Van het landoppervlak van Groot-Brittannië was in 2004 maar ca. 10% met bos bedekt (2,8 miljoen ha), en dan speciaal bos dat onderhouden wordt en productief is. Van deze bossen is ca. 50% te vinden in Engeland, 40% in Schotland en de rest in Wales.
Bijna 45% van dit bos wordt door de Forestry Commission beheerd, een onderdeel van de regering. Het bosareaal wordt jaarlijks uitgebreid, waarvan een kwart in opdracht van de overheid en driekwart in opdracht van particulieren. De meeste aanplant vindt plaats in berggebieden, in het bijzonder in Schotland (1998: bijna 16.000 ha).
De Britse houtbehoefte wordt slechts voor een gering deel door de binnenlandse productie gedekt; ca. 85% van alle houtproducten wordt geïmporteerd.
VISSERIJ
De Britse visserij heeft in de jaren zeventig en tachtig sterk aan belangrijkheid heeft ingeboet, maar voorziet nog steeds voor ongeveer tweederde in de nationale behoefte aan vis en visproducten. De Britse visserijvloot bestond in 2002 uit iets meer dan 7000 schepen (1995: ca. 8000). De vangst bedroeg in 2002 686.000 ton, met een totale waarde van 546 miljoen pond. In 2002 werd er verder nog voor 1.4 miljard pond aan zeevis geïmporteerd.
De belangrijkste Engelse vissershavens zijn: Kingston upon Hull, Great Grimsby, Aberdeen, Fraserburgh in de Grampian Region, Peterhead, Lowestoft en Great Yarmouth.
Mijnbouw
Steenkool, aardolie en aardgas zijn de belangrijkste delfstoffen. De voornaamste mijngebieden in Engeland zijn die van Yorkshire-Derbyshire-Nottinghamshire en Durham-Northumberland.
In de afgelopen jaren is een groot aantal minder rendabele mijnen gesloten en daardoor is de productie van steenkool enorm verminderd. De belangrijkste binnenlandse afnemers van steenkool zijn de elektrische centrales.
Zeer belangrijk voor het Verenigd Koninkrijk zijn de aardolievelden op het Britse continentale plat in de Noordzee; de productie, waarmee in 1971 werd begonnen, bedroeg in 2002 108,5 miljoen ton. Groot-Brittannië is zelfvoorzienend sinds 1980. De Britse aardoliereserves worden op 4,8 miljard ton geschat. De aardoliewinning en -verwerking is zeer kapitaalintensief en dat verklaart grotendeels het grote verschil tussen het aandeel van de mijnbouw in de werkgelegenheid (1%) en dat in het bnp (7,1%).
Sinds 1962 levert de Noordzee ook aardgas, dat wordt geëxploiteerd door drie dochtermaatschappijen van het staatsbedrijf British Gas. De gasreserves zijn waarschijnlijk toereikend voor binnenlands verbruik tot het jaar 2015. In 1986 bood de gasproductie nog werk aan 89.000 personen.
Aan delfstoffen worden verder gewonnen: ijzererts, zand, grind, kalksteen, zout, leisteen en porseleinaarde.
Industrie
ALGEMEEN
Ondanks het feit dat Groot-Brittannië in tal van industriële sectoren zijn leidende positie verloren heeft, is het land nog steeds een belangrijke producent van wollen goederen (de oudste Britse stapelindustrie), computers en andere kantoormachines, telecommunicatieapparatuur, glas, ijzer en staal. The British Steel Corp. werd begin jaren tachtig gesaneerd en in 1988 geprivatiseerd. Door sluiting van oude fabrieken, invoering van nieuwe technologieën en reductie van arbeidsplaatsen kon de productiviteit behoorlijk verhoogd worden. Thans is deze onderneming wereldwijd de vierde staalproducent en vervaardigt 85% van de totale Britse productie. In de scheepsbouw kon de productie van off-shore-middelen slechts gedeeltelijk de neergang tegenhouden. De meest expansieve sectoren zijn de elektronica-, chemische- en autoindustrie. Ook de luchtvaart- en ruimtevaartindustrie is belangrijk. De productie reikt van satellieten met burger- en militaire doelen tot hovercrafts. The British Aerospace Corp. is een van de grootste vliegtuigproducenten ter wereld. De chemische industrie staat in Europees perspectief op de derde plaats.
In Groot-Brittannië zijn sinds 1966 de industriële werkgelegenheid en de productie (als percentage van het bnp) aanzienlijk gedaald. Groei-industrieën hebben zich vooral in het gebied ten westen van Londen, als ook, maar geringer in omvang, in enkele Schotse steden gevestigd. Zie ook Noord-Ierland, Schotland, Wales.
BIOTECHNOLOGIE
Het Verenigd Koninkrijk is toonaangevend in Europa op het gebied van de biotechnologie, met name chemische, agrarische, farmaceutische en milieutechnologische bedrijven (ca. 550 bedrijven, ruim 40.000 werknemers). De regio’s South East Engeland (inclusief Oxford) en East England (inclusief Cambridge) herbergen veel biowetenschappelijke bedrijven.
ELEKTRONICA-INDUSTRIE
De Britse elektronica-industrie biedt aan meer dan 400.000 mensen werk en de omzet in deze sector neemt nog jaarlijks toe. De productie van computers, kantoorapparatuur, radio-, televisie-, en communicatieapparatuur groeide in de periode 1990-2000 hard.
De productie van medische en optische instrumenten en elektrische apparatuur verminderde in diezelfde periode.
De meeste werkgelegenheid, vooral administratieve en verkoopfuncties, in deze sector is in Zuid-Engeland te vinden. De computerindustrie is de grootste van Europa. De jaaromzet van wetenschappelijke en industriële instrumenten en controleapparatuur bedroeg in 2002 ca. 9 miljard pond. En biedt werk aan bijna 80.000 mensen.
MACHINE- EN METAALINDUSTRIE
In deze sector werken ongeveer 300.000 mensen, vooral in het zuidoosten, het oosten en in de Midlands.
Britse bedrijven zijn vooral bekend door de mechanische machinebouw, en maken vooral brandstofmotoren, pompen, compressoren, tractoren, bouw- en grondverzetmachines en textielmachines.
Dit soort producten wordt vooral gekocht door nationale en internationale bedrijven in de constructie-, vliegtuig-, automobiel- en metaalwarenindustrie.
In 2002 produceerde het Verenigd Koninkrijk 11,7 miljoen staal. De staalindustrie is voornamelijk gevestigd in het zuiden van Wales. In Noord-Engeland, de Midlands en Yorkshire vindt veel nabewerking plaats. Het belangrijkste bedrijf in deze sector is Corus, het voormalige British Steel en gefuseerd met het Nederlandse Hoogovens. Corus biedt in het Verenigd Koninkrijk werk aan ca. 25.000 mensen, is de zesde grootste staalproducent ter wereld en de tweede producent in Europa. Veruit het grootste deel van de Britse staalproductie wordt in de bouw- en automobielwereld verwerkt.
PAPIER- EN KARTONINDUSTRIE
Deze sector bestaat uit ca. 55 bedrijven en 15.000 werknemers. In 2003 werd er 6,2 miljoen ton papier en karton geproduceerd met een omzetwaarde van 3,5 miljard pond. De totale export bedroeg 1,3 miljoen ton, de totale import 7,6 miljoen ton.
De belangrijkste producten zijn kartonnen dozen, drukwerk, kranten, toiletpapier, bordkarton en pakpapier. Papierfabrieken zijn in Engeland vooral te vinden in het noorden van Kent en Lancashire.
ICT
De totale marktomvang van de ICT-sector in het Verenigd Koninkrijk lag in 2003 rond de 121 miljard euro.
Ca. 50% van alle Britten en 81% van alle bedrijven heeft toegang tot het internet. Per 100 inwoners telt het Verenigd Koninkrijk 33 personal computers.
In 2003 telde het Verenigd Koninkrijk 34,6 miljoen vaste telefoonverbindingen. Het aantal mobiele abonnementen bedroeg begin 2004 meer dan 50 miljoen.
AUTOMOBIELINDUSTRIE
De afgelopen twee decennia vond er een enorme groei plaats in de Britse automobielindustrie. In 2002 werden er ca. 1,8 miljoen auto’s geproduceerd in het Verenigd Koninkrijk en stond daarmee op de vierde plaats in Europa. De omzet bedroeg in 2002 40 miljard pond.
Grote spelers als Ford, General Motors, Toyota, Honda en Nissan zorgen voor een van de meest concurrerende en dynamische automobielindustrieën ter wereld.
Ca. een derde van de totale productie komt uit de West Midlands, waar de meeste autoproducenten en toeleveranciers gevestigd zijn.
VOEDINGS- EN GENOTMIDDELENINDUSTRIE
Een van de grootste sectoren van de voedingsmiddelenindustrie is de markt voor brood en ontbijtproducten. Alleen al de sandwichmarkt heeft een totale waarde van meer dan 3 miljard pond.
Britten drinken meer dan 2 liter melk per week en behoren daarmee tot de grootste melkdrinkers ter wereld. De Britse zuivelindustrie zorgt voor bijna 70% van de binnenlandse vraag naar kaas. In het Verenigd Koninkrijk worden meer dan 400 kaassoorten geproduceerd, met cheddar als de populairste.
Britse bierdrinkers besteden jaarlijks voor ca. 3 miljard pond aan bier. In 2002 werd er 56,7 miljoen hectoliter bier geproduceerd. Er werd 4,2 miljoen hectoliter geëxporteerd met een waarde van 280 miljard pond.
De Britten gaven in 2002 aan sterke drank 2,7 miljard pond uit. Er werd bijna 4 miljoen hectoliter whisky geproduceerd, bijna volledig in Schotland.
Wijngaarden zijn te vinden in de zuidelijke helft van Engeland. Er wordt vooral witte wijn geproduceerd. Appel- en perencider worden voornamelijk in het westen en zuidwesten van Engeland geproduceerd. Bulmers, in 2003 overgenomen door brouwerij Scottish & Newcastle, is de grootste ciderprodecent ter wereld.
Kleding- en modesector
De kleding- en modesector is een van de belangrijkste industrieën in het Verenigd Koninkrijk. De meeste bedrijven in de kledingsector zijn te vinden in de Midlands, Noord- en Oost-Londen en in het noordoosten. Er werken meer dan 200.000 mensen in deze sector.
In 2003 werden er in het Verenigd Koninkrijk 338 miljoen schoenen verkocht met een opbrengst van ca. 5 miljard pond. De schoenenindustrie is sterk ontwikkeld in Northamptonshire, Leicestershire, Somerset en Lancashire. Er worden vooral veel schoenen geïmporteerd uit Azië en andere landen met lage lonen.
Ontwikkeling marktomvang
dameskleding (x 1 miljard pond)
2000 11.146
2001 11.749
2002 12.443
2003 13.242
herenkleding (x 1 miljard pond)
2000 6.559
2001 6.944
2002 7.350
2003 7.834
Handel
Groot-Brittannië is een van de belangrijkste handelsnaties ter wereld. Het land exporteert veel luchtvaartproducten, motorvoertuigen, elektrische apparaten, chemische producten, petroleumgerelateerde producten, tabak en machines. Vooral de uitvoer van ruwe grondstoffen groeide sterk in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Ook de uitvoer van diensten nam toe. Na de val van de dollarkoers is het Verenigd Koninkrijk wereldwijd de grootste netto-exporteur in het internationale dienstenverkeer.
Tegenover een relatieve afname van de economische betrekkingen met de landen van het Gemenebest sinds de jaren zestig staat een toename van de handel met de EU-landen.
Het Verenigd Koninkrijk heeft al jaren te maken met een tekort op de handelsbalans. Oorzaken voor dit tekort (ca. 34 miljard pond in 2002) zijn de daling van de prijs van ruwe aardolie, een toename van de import en een grotere binnenlandse vraag.
In 2002 waren Duitsland, de Verenigde Staten, Frankrijk, Ierland en Nederland de belangrijkste handelspartners van het Verenigd Koninkrijk.
Buitenlandse handel (x 1 miljoen pond)
jaar invoer uitvoer
1998 184.629 164.092
1999 192.365 166.198
2000 218.108 188.085
2001 223.560 190.050
2002 220.242 185.848
Handel Nederland – Verenigd Koninkrijk (x 1 miljoen euro)
jaar invoer uitvoer
1999 17.371 20.281
2000 20.653 25.066
2001 19.458 26.884
2002 16.475 25.524
Banksector
In het Verenigd Koninkrijk zijn bijna 500 buitenlandse banken gevestigd, met vooral een buitenlandse clientèle. Met name Londen heeft natuurlijk een grote concentratie binnen- en buitenlandse banken. De verzekeringsmarkt is zelfs de grootste ter wereld. Commercieel bankieren groeide in 2002 naar een totale waarde van meer dan 320 miljard pond. In datzelfde jaar maakte ca. 20% van het Britse midden- en kleinbedrijf gebruik van online bankproducten. De effectenbeurs van Londen heeft na New York en Tokio de meeste noteringen.
De centrale bank, de ‘Bank of England’, is al opgericht in 1694. Zij zorgt voor het binnen- en buitenlandse betalingsverkeer, de uitgifte en verspreiding van muntgeld en bankbiljetten. Tevens is de Bank of England de huisbank van de regering.
Verkeer
SCHEEPVAART
De Britse handelsvloot is in mondiaal opzicht betekenis aan het verliezen; in 1977 vervoerde zij 8% van het wereldtonnage, in 1988 nog slechts 1,7%. In 2001 werd er 566 miljoen ton aan vracht over water vervoerd.
Groot-Brittannië en Noord-Ierland tellen samen meer dan 300 grote en kleinere zeehavens. De belangrijkste havens zijn: Londen, Liverpool, Manchester, Southampton, Newcastle-upon-Tyne. De belangrijkste containerhaven is Felixstowe.
Een zeer klein deel van de kanalen en rivieren wordt gebruikt voor commerciële scheepvaart.
LUCHTVERKEER
Er zijn 21 grote commerciële luchthavens, waarvan Heathrow (Londen) verreweg de grootste is, met Gatwick als goede tweede. Jaarlijks vliegen er meer dan 60 miljoen passagiers op Heatrow.
Het in 1987 geprivatiseerde British Airways is de belangrijkste luchtvaartmaatschappij en genereert bijna de helft van de inkomsten van de Britse luchtvaartindusrie.
SPOORWEGEN
De Britse spoorwegen werden in 1947 omgevormd tot staatsbedrijf onder de naam British Railways. De lengte van het spoorwegnet bedraagt ca. 32.000 km. De spoorwegtunnel onder Het Kanaal werd in 1994 in dienst genomen.
WEGTRANSPORT
Het wegennet bestond in 2003 uit 391.701 km, inclusief hoofdwegen, die geheel ten laste komen van het rijk, waarvan 3000 km autoweg, 35.000 km zogenaamde ‘principal roads’, die deels ten laste komen van het graafschap waarin ze liggen, en ca. 304.000 km andere wegen, die vallen onder de financiële verantwoording van de plaatselijke autoriteiten. Pas in 1955 begon men met de aanleg van autowegen.
Vrachtverkeer over de weg is zeer belangrijk voor het binnenlandse transport; ca. 80% van alle goederen wordt per vrachtwagen vervoerd. In 1997 reden er in het Verenigd Koninkrijk naar schatting meer dan 24 miljoen motorvoertuigen rond, waarvan 90% bestond uit auto’s van particulieren. Daartegenover daalde het fietsgebruik tussen 1986 en 1998 met maar leifst 36%.
Toerisme
Het toerisme naar het Verenigd Koninkrijk is met een totale waarde van bijna 80 miljard pond een van de belangrijkste economische sectoren geworden. In totaal werken er meer dan 2 miljoen mensen in de toeristische sector, dat is zo’n 7,5% van de totale beroepsbevolking. In 2002 waren er bijna 130.000 geregistreerde bedrijven actief in de toeristische sector.
In 2002 bezochten meer dan 24 miljoen buitenlandse bezoekers het Verenigd Koninkrijk en gaven samen 11,7 miljard pond uit. Het binnenlandse toerisme bracht echter nog veel meer op, namelijk ca. 61 miljard pond. Londen is met afstand de belangrijkste bestemming. Meer dan de helft van alle toeristen bezoekt minimaal één dag de hoofdstad.
Buitenlandse toeristen in 2000
Verenigde Staten 15,6%
Frankrijk 12,8%
Duitsland 11,1%
Ierland 8,2%
Nederland 6,4%
Italië 3,8%
Spanje 3,4%
Australië 3,1%
Canada 3,1%
Japan 2,2%
Andere Europese landen 18,1%
Andere 12,2%
ENGELAND LINKS
• Londen Hotels
• Londen.nl - Voordelige stedentrips en hotels
• Goedkope vliegtickets naar Londen boek je hier
• Een cruise of overtocht naar Engeland boek je hier
• Touristische vakantie informatie over Engeland
• Verenigd Koninkrijk Hotels
• Stedenreis Londen
Airport Parking (E)
Camperplaatsen Engeland (N)
Campersite Engeland (N)
Engeland 1World2Travel (E+N)
Engeland 2 Link België (N+E)
Engeland Foto's
Engeland Foto's (2)
Engeland Holidaysites (N)
Engeland Internetwijzer (N)
Engeland Nu (N)
Engeland Reisbijbel (N)
Engeland Startkabel (N+E)
Engeland Startnederland (N+E)
Engeland Startpagina België (N+E)
Engeland Verzamelgids (N+E)
Gave Plaatsen In Engeland (N)
Groot-Brittannie.Nu (N)
Jeugdherberg Engeland Pagina (N)
Lies & Teije's Reiswebsite (N+E)
Londen Cityspotters (N)
Londen Fotoreportage
Londen Reisforum (N)
Londen Reisfoto's
Londen Reisstart (N+E)
Londen Reisverslag (N)
Photo Locations for Travel and Landscape Photography
Radio UK
Recepten Groot-Brittanië (N)
Reizen In Beeld in Zuid-Engeland
Romans over Engeland (N)
Starttips Verenigd Koninkrijk (E+N)
Telefoongids Groot-Brittanië
United kingdom Startkabel (N+E)
Vakantie Engeland Jouwpagina (N+E)
Wereldreisgids Engeland (N)
Willgoto Verenigd Koninkrijk (N)
Yorkshire Foto's
Zuid Engeland Fotoreportage
Hotels in ENGELAND
Bronnen
Allport, A. / England
Chelsea House, 2003
Bowden, R. / Groot-Brittannië
Corona, 2004
Engeland, Wales
Lannoo, 1999
England
Lonely Planet, 2003
England
Rough Guides, 2004
Fuller, B. / Britain
Marshall Cavendish, 1996
Groot-Brittannië
Michelin Reisuitgaven, 2000
Locke, T. / Engeland
Van Reemst, 1999
Parsons, F.S. / Engeland
Van Reemst, 1999
Schaedtler, K. / Highlights van Engeland en Wales
Gottmer, 1998
Somerville, C. / Groot-Brittannië
Kosmos-Z&K, 2000
Ministerie van Buitenlandse Zaken
laatst bijgewerkt maart 2008
Samensteller: Geert Willems