Artikelen over INDIA
Economie en Toerisme
Algemeen

Sinds de onafhankelijkheid in 1947 probeert de overheid door middel van vijfjarenplannen bepaalde sectoren van de economie te ontwikkelen. De genationaliseerde sector speelt een belangrijke rol en daarin wordt door de overheid veel geld in geïnvesteerd. Er is echter geen sprake van een strakke planning en het aandeel van de overheid in de nationale economie is in bepaalde periodes sterk teruggelopen.
De vanaf de onafhankelijkheid gevolgde importsubsidie als ontwikkelingsstrategie heeft halverwege de jaren tachtig plaats gemaakt voor liberalisatie. Het aandeel van de overheidssector zal volgens het zevende vijfjarenplan dalen met 5% in vergelijking met het zesde vijfjarenplan.
In de jaren tachtig was er sprake van een geleidelijke groei van het inkomen per hoofd van de bevolking (1980-1995 een stijging van 3%). In 1994 was het nationale inkomen per hoofd van de bevolking $310. De inflatie bleef in die periode hoog (bijna 10% in 1985-1995), maar kon in 2002 tot 5,4% teruggedrongen worden.
Hoewel de reële economische groei in 1988-1989 naar ruim 10% steeg, bedroeg die in 1995-1996 nog maar 4,5% en in 2002 4,3%: een teken voor de instabiliteit van de Indiase economie. Toch behoort India met deze groeicijfers tot een van de snelst groeiende economieën ter wereld.
Betrouwbare cijfers over de werkloosheid zijn eigenlijk niet te krijgen. Men schat dat ca. een derde van de beroepsbevolking geheel of gedeeltelijk werkloos is (officieel 8,8% in 2002). Door de hoge jaarlijkse toename van de beroepsbevolking met miljoenen tegelijk, lijkt het werkloosheidsprobleem alleen maar toe te nemen.
De Indiase economie is zeer divers, met veel regionale en structurele verschillen. Enerzijds behoort India tot de tien meest geïndustrialiseerde landen ter wereld, met een hoog technologisch niveau op gebieden als ruimtevaart, kernenergie en satellietcommunicatie. Aan de andere kant is nog een groot gedeelte van de bevolking afhankelijk van de vaak kleinschalige landbouw. Het gebied rondom Mumbai is al decennia lang een belangrijk industrieel en commercieel centrum. Rond Bangalore heeft zich een soort Indiase ‘Silicon Valley’ ontwikkeld. Veel economische activiteiten vinden ook plaats rond de steden New Delhi en Madras. Arme staten zijn Bihar, Madhya Pradesh en delen van Oost- en Noordoost-India.
Belangrijk voor de economische ontwikkeling van India is ook de steeds verdergaande decentralisatie van de federale overheid naar de deelstaten, die ook steeds meer ruimte krijgen om zich te profileren. Deelstaten als Andhra Pradesh, Maharashtra en Gujarat weten het internationale bedrijfsleven voor zich te interesseren. In het fiscale jaar 2001-2002 zijn de directe buitenlandse investeringen in India toegenomen met 66% tot een totaal bedrag van meer dan 4 miljard dollar. Door de oorlog in Irak zullen de directe investeringen in het fiscale jaar 2003-2004 waarschijnlijk veel lager uitvallen. In 2001 stonden er 1213 buitenlandse bedrijven geregistreerd in India, waarvan er zich 72 dat jaar gevestigd hebben. Factoren die buitenlandse bedrijven ervan weerhouden om de Indiase markt te betreden, zijn onder meer de bureaucratie, de slechte infrastructuur, de te grote overheidsbemoeienis, de complexe distributiestructuur en de wijdverbreide corruptie.
Agrarische sector

India is nog steeds voornamelijk een agrarisch land, waarvan ongeveer 75% van de bevolking op het platteland woont. De agrarische sector biedt werk aan ruim 65% van de beroepsbevolking en draagt voor ca. 27% bij aan het bruto nationaal inkomen. De agrarische productie is tegenwoordig voornamelijk gericht op de binnenlandse markt. Het landbouwareaal wordt voor meer dan 80% gebruikt voor de verbouw van voedselgranen als tarwe en rijst. India twee oogstseizoenen: de kharif, na de natte, hete zomer (voornamelijk rijst, katoen en gierstsoorten), en de rabi, na de koele winter (voornamelijk tarwe, bonen en aardappelen).
Rijstverbouw is kenmerkend voor het nattere deel van India: o.a. Assam, Orissa, Andhra Pradesh en Kerala; tarwe is hoofdgewas in de Punjab en in Haryana, gierst op de Deccan. De belangrijkste (export)handelsgewassen zijn katoen, jute en thee. Koffie, suiker, specerijen, noten, tabak en rubber zijn voornamelijk gewassen voor de binnenlandse markt.
De veestapel heeft een laag economisch rendement, mede door de religieuze gewoonte de koe te respecteren. Van systematische veehouderij is vrijwel geen sprake: runderen worden vooral gebruikt als trek- en lastdier. Alleen in de Punjab wordt de melkveehouderij gestimuleerd.
De agrarische bedrijven zijn over het algemeen klein, met name in Oost-India (Bihar); in de Punjab, het rijkste landbouwgebied van India, vindt men vooral (middel)grote gemoderniseerde bedrijven; zeer grote, extensieve bedrijven komen alleen voor in de drogere, minder vruchtbare gebieden in Centraal-India.
Bosbouw en visserij
Ca. 20% van het grondgebied van India is met bos bedekt en ongeveer de helft daarvan wordt geëxploiteerd. Sandelhout en teakhout zijn de belangrijkste producten.
De daling van de hoeveelheid bosgronden, behalve door excessieve houtkap m.n. ook door erosie en verzilting van de bodem, probeert de overheid tegen te gaan met herbebossingprojecten.
India heeft in 1977 een 200-mijlszone geclaimd als territoriale wateren. Ongeveer 80% van de visvangst vindt plaats langs de westkust en er is zoetwatervisserij in Assam en Zuid-Maharashtra.
Mijnbouw en energievoorziening

India bezit belangrijke minerale rijkdommen, met name in de deelstaten Bihar en Orissa. De ijzerertsreserves (± 20 miljard ton) die daar aanwezig zijn behoren tot de grootste van de wereld. Bovendien worden hier ook veel steenkool, mangaan, kalksteen, dolomiet, magnesiet, apatiet, fosforiet, mica, koper (± 422 miljoen ton) en andere ertsen worden aangetroffen. In Madhya Pradesh, Andhra Pradesh en Tamil Nadu worden eveneens mangaan en ijzererts gewonnen; Karnataka bezit goudmijnen en Kerala bauxiet (± 2,7 miljard ton) en uranium.
Aardolie wordt gevonden in het noordoosten en het westen; een deel van de benodigde aardolie moet worden geïmporteerd, maar India hoopt in de toekomst zelfvoorzienend te kunnen zijn. De import van ruwe olie bedroeg in de periode 2001-2002 bijna 80 miljoen ton, tegenover een binnenlandse vraag van ca. 100 miljoen ton.
De mijnbouwsector levert India maar ca. 25 van het bnp op. De deelname van de particuliere sector in de mijnbouw neemt toe, en voor participatie in goud- en diamantmijnen is vanuit het buitenland belangstelling.
De energievoorziening vormt nog altijd een van de grootste problemen voor India: met name de elektrificatie op het platteland is nog lang niet voltooid. Steenkool vormt de belangrijkste energiebron en de reserves bedragen naar schatting ongeveer 200 miljard ton. De waterkrachtcentrales zijn van minder groot belang als gevolg van de grote verschillen in de hoeveelheid regenval per periode. De grootste waterkrachtcentrale is de Nagarjunasagardam (1450 m lang) in de rivier de Krishna bij het dorp Nandikonda in de deelstaat Andhra Pradesh.
Op het gebied van de kernenergie bezit India, technologisch gesproken, een hoge mate van onafhankelijkheid, die voortkomt uit het feit dat toen India in staat bleek zelf atoombommen te kunnen vervaardigen, Westerse landen zich van verdere samenwerking op dit gebied onthielden. Daarna is het India gelukt door de bouw van een opwerkingsfabriek en een snelle kweekreactor een complete brandstofkringloop te ontwikkelen. India bezat in 1990 vier kerncentrales.
Industrie algemeen
Het aandeel van de industrie in het bruto nationaal product bedroeg in 2002 25% (1965: 22%).
Het grootste industriegebied ligt rond Mumbai en Poona, met onder meer katoenindustrie als meest prominente industrie en verder chemische, petrochemische, elektrotechnische, automobiel- en plasticindustrie. Poona bezit machinefabrieken en Ahmedabad (Gujarat) textielindustrie; kleinere centra in dit gebied zijn Surat (katoen) en Baroda (petrochemie).
Het tweede industriegebied omvat Calcutta en omgeving en het grensgebied Bihar-Orissa-Madhya Pradesh langs de rivier de Damodar. In Calcutta domineert de jute-industrie, en verder metaalverwerkende industrie, papierindustrie, chemische- en farmaceutische industrie. Het Damodargebied is het centrum van mijnbouw en zware industrie.
Een derde belangrijk gebied vormt het zuiden, met als centra Bangalore, Coimbatore en Madras, met onder andere elektrotechniek, vliegtuigbouw, staalindustrie, textiel, aardolieraffinaderijen en leerindustrie.
Verder zijn er verspreid over het land diverse grote industriesteden zoals Vishakapatnam met scheepsbouw, Hyderabad met machinefabrieken, Benares met textiel en locomotieven, Bhopal met elektrotechniek en chemische industrie, Kanpur met leer en textiel en in de Punjab Ludhiana, Jullundur en Amritsar met rijwielen, sportartikelen en textiel.
Belangrijk is ook de filmindustrie; India is een van de grootste filmproducenten ter wereld en de voornaamste zijn Mumbai (Bollywood) Malayalam en Calcutta.
Chemische en kunststoffenindustrie
De marktomvang voor chemische producten bedraagt ca. 15 miljard euro, met als belangrijkste marktsegmenten petrochemische intermediates (o.a. ethyleen, xyleen, benzeen, methanol, fenol), kunstmest (o.a. ureum en diammonium fosfaat), industriële chemicaliën (o.a. pigmenten, farmaceutische producten, smeermiddelen, kunsthars) kleur- en verfstoffen en landbouwchemicaliën.
Alle grote Nederlandse multinationals in deze sector zijn in India aanwezig, evenals een aantal kleinere Nederlandse bedrijven. Ca. een derde van de Nederlandse export naar India, ter waarde van ruim 450 miljoen euro, betreft chemische producten.
Kleding- en textielindustrie
De textielindustrie is de grootste werkgever in India, want houdt ca. 120 miljoen mensen aan het werk. Deze zeer belangrijke economische sector levert bijna 14% van de totale industriële productie, vormt 4% van het bnp en brengt ruim eenderde van de inkomsten uit export op.
De Indiase textielsector is sterk op de export georiënteerd, ca. eenderde van de totale productie is voor de export bestemd. De regering stelt zich ten doel om de voorwaarden te scheppen voor een toename van de Indiase export van textiel en kleding tot een bedrag van 50 miljard dollar in 2010. Belangrijk onderdeel om dit streven te bereiken is het aanmoedigen van buitenlandse investeringen.
Machine-industrie en metaalindustrie
De belangrijkste marktsegmenten zijn industriële installaties en zogenaamde process machinery machinewerktuigen, grondverzet- en bouwmachines. De totale marktomvang voor kapitaalgoederen wordt geschat op 12 miljard euro, de binnenlandse productie bedraagt ongeveer 9 miljard euro.
De belangrijkste productgroepen zijn turbines, cementmachines, boilers, chemische installaties, elektrische generatoren en textielmachines. De Indiase overheid is nog steeds prominent aanwezig in deze sector.
De belangrijkste leveranciers van kapitaalgoederen zijn Duitsland, de Verenigde Staten, Japan en Italië, terwijl Nederland jaarlijks voor ca. 150 miljoen euro aan kapitaalgoederen naar India exporteert.
De staalindustrie is geconcentreerd in zes grote staalfabrieken en ca. 180 kleinere fabrieken. Vijf van de grote staalfabrieken zijn van de staat, alle kleinere staalfabrieken zijn in particuliere handen.
Transportmiddelenindustrie
In 1980 werd de productie van auto’s opengesteld voor buitenlandse investeringen. De productie steeg daarna enorm en op dit moment worden er ca. 600.000 auto’s en vrachtwagens per jaar gemaakt. De concurrentie op de markt voor kleine auto’s is er groot, met als marktleider Maruti met ongeveer 335.000 eenheden. Een aantal grote internationale autofabrikanten zijn joint ventures aangegaan.
De export van auto-onderdelen groeide in 2002-2003 met 35% tot een waarde van 800 miljoen dollar.
India fabriceert verder het grootste aantal fietsen, bromfietsen, motors en scooters ter wereld.
Handel
India importeert machines, ijzer, staal, aardolieproducten (in 2001-2002 goed voor 27,2% van de totale invoer), katoen, chemicaliën, kunstmest, voedselgranen en rijst. Belangrijkste leveranciers zijn de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Duitsland, Iran, Saoedi-Arabië en Japan.
De belangrijkste exportartikelen zijn edelstenen (in 2001-2002 bedroeg de uitvoer van juwelen en edelstenen 16,7% van de totale export), kunstnijverheid, sieraden, textiel, katoen, jute, thee, ijzererts, huiden en vellen voor de leerindustrie, verse vruchten, noten en suiker.
Een relatief nieuwe, sterk groeiende categorie exportartikelen wordt gevormd door de 'engineering products': spoorwegwagons, koelkasten, elektrische kabels en leidingen, dieselmotoren en auto's, maar de export daarvan nam aan het begin van de jaren tachtig af als gevolg van de recessie in de ontwikkelde landen. De belangrijkste afnemers zijn de Verenigde Staten, Japan, Groot-Brittannië, Hongkong, de Verenigde Arabische Emiraten en de Benelux.
De Indiase handelaren en ondernemers spelen in Azië een prominente rol (Midden-Oosten, Zuidoost-Azië); daarnaast werken vele Indiërs als gastarbeiders in de landen rond de Perzische Golf en hun verdiensten vormen een zeer belangrijke deviezenbron voor het land.
De handelsbalans was sinds de jaren tachtig vrijwel steeds negatief (in 2002 opgelopen tot bijna $13 miljard); de tekorten werden echter overbrugd met omvangrijke buitenlandse kredieten.
Buitenlandse handel (x 1 miljard dollar)
invoer uitvoer tekort handelsbalans
1997-1998 51,2 35,7 15,4
1998-1999 47,5 34,3 13,2
1999-2000 55,4 37,5 14,9
2000-2001 59,2 44,9 14,3
2001-2002 57,6 44,9 12,7
In 2002 exporteerde Nederland voor meer dan 500 miljoen euro naar India en importeerde voor bijna 900 miljoen euro. Een groot deel van de Nederlandse export naar India bestaat uit chemische producten, machines en in veel mindere mate landbouwproducten.
Handel met Nederland (x 1 miljoen euro)
invoer uitvoer saldo
1999 710,8 480,8 230,0
2000 837,0 537,5 299,5
2001 881,3 537,4 343,9
2002 882,6 519,4 363,2
Vervoer en toerisme

De gebrekkige infrastructuur vormt een van de belangrijkste hindernissen voor de economische ontwikkeling van India. Met name het platteland is per trein of auto niet of nauwelijks bereikbaar.
Spoorwegen, scheepvaart en luchtvaart zijn voor de nationale economie belangrijker dan het wegennet, dat nog niet voldoende is uitgebouwd.
In 2003 had het wegennet een lengte van ongeveer 3 miljoen km, waarvan ca. de helft verhard. Ongeveer 58.000 kilometer bestaat uit nationale snelwegen, maar dat is slechts 2% van het totale wegennet. De kwaliteit van de snelwegen is over het algemeen genomen niet best door slecht onderhoud. Bijna tweederde van het nationale hoofdwegennet is enkelbaans en het is de bedoeling om de komende tien jaar 13.000 kilometer van de huidige snelwegen te verbreden.
Het gaat om 6000 kilometer tussen de vier voornaamste steden van India (New Delhi, Kolkata, Chennai en Mumbai), de noord-zuid-corridor tussen Kasjmir en Kanya Kumari en de oost-west-corridor tussen Silchar en Saurashtra. De totale kosten zijn geraamd op meer dan 10 miljard euro.
Het spoorwegnet, eigendom van de staat voor ongeveer een kwart geëlektrificeerd, is met bijna 62.500 km het langste van Azië en het op drie na langste ter wereld. De spoorwegen zijn geheel in handen van de staat en bieden werk aan ca. 1,5 miljoen werknemers. Per dag worden er ca. 12 miljoen reizigers en 480 miljoen ton vracht verwerkt.
Als scheepvaartnatie staat India op de 17de plaats in de wereld qua tonnage. Het heeft de grootste koopvaardijvloot onder de ontwikkelingslanden. Vergeleken met havens in andere delen van Azië is de arbeidsproductiviteit laag en wordt er onvoldoende in de havens geïnvesteerd. Hierdoor blijft de gemiddelde looptijd te lang, evenals de wachttijd voordat aangemeerd kan worden.
India heeft 12 grote havens, die allen gerund worden door de Port Trust of India, en ca. 150 kleinere havens worden gerund door de deelstaatregeringen. Belangrijke havens aan de westkust zijn Mumbai, Kandla, Nhava Sheva, Marmagao, Cochin en Mangalore. Aan de oostkust liggen de belangrijke havens van Kolkata-Haldia, Chennai, Paradip, Tuticorin en Visakhapatnam. De totale overslagcapaciteit van alle haven samen wordt geschat op 400 miljoen ton.
De binnenlandse waterwegen hebben een totale lengte van 13.500 kilometer, waarvan een vijfde goed bevaarbaar is voor grotere schepen. Dit soort vervoer vindt voornamelijk plaats in de deelstaten Tamil Nadu, Bihar, Orissa, West-Bengalen en Kerala.
Het luchtvervoer wordt verzorgd door de staatsbedrijven Air India (buitenlandse vluchten) en Indian Airlines (binnenlands en buurlanden in Zuid-Azië). De Indiase regering wil de nationale luchtvaartmaatschappijen echter privatiseren en op dit moment nemen particuliere maatschappijen bijna de helft van het binnenlandse vliegverkeer voor hun rekening.
India heeft zes internationale luchthavens en enkele honderden andere luchthavens. Minder dan 100 luchthavens zijn operationeel. Palam (New Delhi), Santa Cruz (Mumbai), Dum-Dum (Kolkata) en Meenambakkam (Madras) zijn de belangrijkste luchthavens. De pas aangelegde internationale luchthaven van Bangalore komt als eerste Indiase luchthaven in particuliere handen. Er zijn ook nieuwe luchthavens aangekondigd voor Hyderabad, Agra en Goa.
Meer dan de helft van het totale luchtverkeer verloopt via de luchthavens van Mumbai en New Delhi. Het luchtverkeer is het afgelopen decennium met meer dan 125% gegroeid.
De toeristische sector in India is economisch niet van levensbelang. Het is voor India de op drie na belangrijkste bron van inkomsten uit export en meer dan negen miljoen mensen vinden werk in deze sector.
Jaarlijks bezoeken ca. 3 miljoen buitenlanders India. Op zich is dat niet zoveel, want dat aantal ligt nog lager dan het aantal Indiërs dat jaarlijks naar het buitenland reist. Negatieve punten zijn het grote tekort aan hotelaccommodatie, de vrees van buitenlanders voor infectieziekten en de politieke spanningen met Pakistan.
E-business
De markt voor e-business is in India nog maar weinig ontwikkeld. De waarde van deze markt bedroeg in 2001-2002 ongeveer 1,6 miljard dollar. Ook in India zal dit bedrag de komende jaren exclusief toenemen, naar verwachting in 2003-2004 tot zo’n 8,5 miljard dollar. In 2005 zal de Indiase markt een omvang hebben van 41,4 miljard dollar.
In april 2003 telde India meer dan 8 miljoen internetaansluitingen met naar schatting 18 miljoen gebruikers. De verwachting is dat het aantal gebruikers in 2005 zal stijgen tot meer dan 40 miljoen. Driekwart van de internetgebruikers bevindt zich in de grote steden.
INDIA LINKS
• New Dehli Hotels
• Azie.nl – boek nu onze beschikbare rondreizen naar India op Azie.nl
• Reisgraag.nl:Touristische informatie voor een vakantie naar India
• India Hotels
Bangalore Verslag en Foto's (N)
Charityhands (N)
Fietsen door Noord- en Zuid-India (N)
Financiële Adoptie Weeskinderen India (N)
Impressies van verre fietsreizen (N+E)
India 1World2Travel (E+N)
India Backtrackers (N)
India Dagboek (N)
India Eigenstart België (N+E)
India Foto's
India Foto's (2)
India Foto's (3)
India Foto's (4)
India Foto's Kees Hulsen
India Holidaysites (N)
India Internetwijzer (N)
India Leuke Start (N)
India Minbuza (N)
India Reisbijbel (N)
India Reisfanaten (N)
India Reisverslag (N)
India Reisverslag 2 (N)
India Rondreis (N)
India Start Belgie (N)
India Start4all (E)
India Startkabel (N)
India Startnederland (N+E)
India Verzamelgids (N+E)
Indiaweb (N)
Landenwlijke India Werkgroep (N)
Ontdek India (N)
Photo Locations for Travel and Landscape Photography
Rajasthan Tourism (E)
Recepten India (N)
Reisfoto's India
Reisfoto's India 2
Reisverslag India (N)
Reisverslag India 2 (N)
Romans over India (N)
Startpagina India (N)
Starttips India (E+N)
Stichting Boomerang (N)
Telefoongids India
Wereldreisgids India (N)
Willgoto India (N)
Hotels in INDIA
Bronnen
Boon, H. / India : mensen, politiek, economie, cultuur
Koninklijk Instituut voor de Tropen/Novib, 1997
Caldwell, J.C. / India
Chelsea House, 1999
Chatterjee, M. / India
Dorling Kindersley, 2002
Dunlop, F. / India
Van Reemst, 2002
Nicholson, L. / India
Kosmos-Z&K, 2002
Peterse, L. / India
Gottmer/Becht, 2001
Srinivasan, T. / India
Times Books, 1994
Te gast in India
Informatie Verre reizen, 2003
laatst bijgewerkt mei 2008
Samensteller: Geert Willems